Kwalificatie OS

Ja, de massastart is een ingewikkelde. Ik heb nu de finishtijden genomen om de invloed van die tussensprints er uit te halen. Maar dat is ook niet perfect. Die ene race die Myers won, zorgde dus voor een flinke achterstand van de favorieten. Behalve voor schaatsters die daar niet in de A_groep reden zoals Lollobrigida en Sato.

Er zijn pas 2 meetellende 5000 meters gereden (de wereldbeker en het WK). Daarvan won Beune de eerste met flinke voorsprong. Daardoor een grote kans.
 
Ja, de massastart is een ingewikkelde. Ik heb nu de finishtijden genomen om de invloed van die tussensprints er uit te halen. Maar dat is ook niet perfect. Die ene race die Myers won, zorgde dus voor een flinke achterstand van de favorieten. Behalve voor schaatsters die daar niet in de A_groep reden zoals Lollobrigida en Sato.

Er zijn pas 2 meetellende 5000 meters gereden (de wereldbeker en het WK). Daarvan won Beune de eerste met flinke voorsprong. Daardoor een grote kans.
Op de MS lijken me de resultaten in de worldcups en het WK veel belangrijker dan de (finish)tijden.
 
Eens. De mass-start is een lastig onderdeel om meetbaar te maken. Het kijken naar tijdsverschillen is sowieso geen goede graadmeter. Het beste om te hanteren lijkt me gewoon de uitslag. Groenewoud heeft er zes van de zeven gewonnen, dus een winstkans van 86% voor de Mass-start bij de vrouwen.
 
Kans op goudTOTAAL5001000150030005000MSTP
Joy Beune115,639,018,757,9
TP99,699,6
Femke Kok62,261,70,5
Marijke Groenewoud3517,30,23,114,4
Antoinette Rijpma13,95,28,7
Merel Conijn7,87,8
Angel Daleman7,60,57,1
Jutta Leerdam7,51,46,1
Dione Voskamp5,15,1
Suzanne Schulting4,34,10,2
Sanne in 't Hof0,40,4
Elisa Dul0,4
Naomi Verkerk0,30,3
Michelle de Jong0,10,1
Marrit Fledderus0,10,1

Er zal vast een formule achter deze tabellen zitten. Maar even serieus. Vertel mij eens welke internationale wedstrijden Merel Conijn gewonnen heeft en welke internationale wedstrijden zijn gewonnen door Jutta Leerdam? En leg me daarna eens uit waarom Merel Conijn een bewezen grotere kanshebber is op Olympisch goud.
 

We hebben een selectiedocument. Het lijkt erg op vier jaar geleden. Wat me wel opvalt zijn de passages over de aanwijsschaatsers.

Er zijn maximaal drie aanwijsschaatsers (of maximaal twee aanwijsschaatsers indien Nederland maximaal 8 rijders mag sturen ipv 9).

Als ik het document goed lees zouden de mass-startplekken ook als aanwijsplaatsen beschouwd worden. Dat vind ik vreemd.
 
Laatst bewerkt:
Een groot verschil met vier jaar geleden is dat de bondscoach toen voor het OKT alvast een aanwijsplek kon gebruiken voor de Mass Start (toen Irene Schouten en Jorrit Bergsma) en deze plekken na het OKT bekend werden gemaakt. Die plekken stonden toen relatief hoog in de matrix, zodat die rijders zeker waren van de Spelen.

Nu moet de bondscoach zijn voorkeur teams voor de TP en MS vóór het OKT doorgeven aan de SCL en nemen zij een besluit over eventuele aanwijsplaatsen ná het OKT. Daardoor is MS rijder-1 zijn leven minder zeker geworden en is dit inderdaad écht een aanwijsplek voor de SCL geworden afhankelijk van het verloop van het OKT. Een hele merkwaardige - en niet bepaald faire - keuze.

De selectiecommissie heeft zichzelf in ieder geval erg veel discretionaire vrijheid verschaft: ''Na het OKT voorziet de SCL de Selectievolgorde van namen. De SCL baseert zich daarbij op de door de ISU gepubliceerde quotaplaatsen, de uitslag van het OKT, de door de Bondscoach gewenste schaatsers voor Team Pursuit en Mass Start en haar eigen besluit over (mogelijke) Aanwijsschaatsers.''
 
Volgens mij staat er: (vetgedrukt van mij)

"De Bondscoach legt na de laatste wedstrijd van het OKT zijn beoogde team voor Team Pursuit (3schaatsers per sekse) en Mass Start (2 schaatsers per sekse) ter goedkeuring voor aan de SCL."

Het lijkt me ook logisch, dat Rintje de wedstrijden van het OKT mee mag laten wegen bij het bepalen van zijn ploegen. Dat de massastartrijders daarmee nog steeds als tweederangs beschouwd worden, is helaas nog steeds het geval.
 
Ik houd toch een beetje mijn hard vast voor her scenario dat Nederland maar 8 mannen naar Milaan mag sturen. Dan zijn er ook maar 2 aanwijsschaatsers.

Stel de Nederlandse mannen halen bij de najaarswereldbeker de volgende medailles:

- 500 meter: De Boo 3x goud en 1x zilver
- 1000 meter: De Boo 2x zilver, Prins 1x zilver, Wennemars 1x brons
- 1500 meter: niets
- 5000 meter: niets
- 10.000 meter: niets
- TP: niets
- MS: Hoolwerf 1x goud en 1x brons, Bergsma 1x zilver

Iets dergelijks lijkt geen onrealistisch scenario.

Dan zullen de posities 500-1, 1000-1, 1000-2, 1000-3 en MS-1 waarschijnlijk hoog in de selectievolgorde staan.

Vervolgens is De Boo ziek bij het OKT en plaatsen Hoolwerf en Bergsma zich net niet individueel op klassieke afstanden. Dan is het dus onmogelijk om én De Boo én Hoolwerf én Bergsma aan te wijzen

Dit systeem is echt idioot. Op alle klassieke afstanden heeft een schaatser het in eigen hand door goed te presteren in de WB en op het OKT. Een mass-startspecialist komt in het gedrang op het moment dat er zich calamiteiten voordoen bij het OKT, zelfs al is die mass-startspecialist nog zo goed.
 
Ik zag op de NOS dat er twee Nederlandse mannen op de internationale ranking van de 10.000m bij de top-9 moeten staan als Nederland het maximale aantal van 9 startplekken wil kunnen halen. Dat lijkt me nog niet zo gemakkelijk met de wisselvalligheid van de Nederlandse stayers en de opkomst van anderen van de laatste jaren.

Maken jullie je nog op andere afstanden of bij de vrouwen zorgen of dit wel gaat lukken?
 
Risico zit denk ik ook op de 5000 mannen. Daarvoor moeten we er 3 bij de eerste 15 hebben. En we hebben volgens mij maar 3 schaatsers in de A-groep, dus daar moet niet uit gedegradeerd worden. En de mannenachtervolgingsploeg is natuurlijk ook altijd een vraagteken. Is daar de laatste tijd nog een beetje op getraind?
 
Bij de vrouwen zou het geen enkel probleem moeten zijn om alles veilig te stellen. Bij de mannen lijkt dit wel een hele uitdaging te worden. Ik ben benieuwd hoe de KNSB hier invulling aan gaat geven. Wat mij betreft is dat maximum van 9 ook niet heilig. Het lijkt me handiger om 8 goede schaatsers op de Spelen te hebben staan dan 9 die niet in topvorm zijn. Voor de KNSB lijkt het wel een doel op zich geworden om die 9 plekken te halen.
 
Snellink en Huizinga komen met hun niveau van vorig seizoen makkelijk in die top 15. De vraag is wie er als derde Nederlander in kan komen. Bosker was stabiel genoeg en reed elke wereldbeker nadat hij bij WB1 promoveerde top 12, dus het moet wel kunnen. Kars Jansman heeft in de training al een Thialf-PR gereden, dus daar zitten ook kansen.

Makkelijk wordt het niet, maar het kan zeker wel.
 
Risico zit denk ik ook op de 5000 mannen. Daarvoor moeten we er 3 bij de eerste 15 hebben. En we hebben volgens mij maar 3 schaatsers in de A-groep, dus daar moet niet uit gedegradeerd worden. En de mannenachtervolgingsploeg is natuurlijk ook altijd een vraagteken. Is daar de laatste tijd nog een beetje op getraind?
Ik dacht dat we op de 5000 mannen 4 schaatsers in de A-groep hebben. Maar ik begin nu ook te twijfelen. Zou wel lekker zijn als het er 4 zijn, anders is de kans op "3 bij de beste 15" met 1 ziektegeval meteen verkeken (indachtig de belachelijke puntenverdeling en promotie/degradatieregeling tussen de A en B-groep).
 
Nee, bij de mannen hebben we er 3 die in de A-groep mogen starten. Talsma (18e) en Bergsma (20e) zaten dichtbij, maar top-16 is de grens.

Ik moet nog zien of we dit gaan redden, trouwens. Het moet overigens raar lopen, zeker, want de Nederlandse mannen zijn in de breedte altijd gewoon goed.

Desondanks is de huidige 3.43 van Huizinga en Snellink niet bijzonder. Bosker lijkt goed en ook Bergsma zal wel op de afspraak zijn. Verder zijn Jansman, vdBunt en Krommenhoek wel leuk bezig. Tot slot hebben we nog een vraagteken achter Roest staan.

Aan de andere kant: Ghiotto, Eitrem, Dawson, Bloemen, Jilek en Loubineaud hebben al behoorlijke vorm laten zien, maar ook Semirunnij, Malfatti, Henriksen en Sasaki zijn goed.

Dan gaan we ook nog reizen: Huizinga kan het alleen in Thialf en rijdt 6.22. Bergsma gaat woensdag pas heen en heeft een dikke jetlag en Snellink geeft aan: ‘ach, ik word nu liever elfde als ik in Milaan goud pak.’

Kortom: Een goede Huizinga, Roest en Snellink hadden in dit veld zeker top-8 gereden, maar de vraag is: zijn ze wel goed? Er staan (nu nog) grote vraagtekens achter hun naam. Áls het even tegenzit.. Tja.

Maar het mooie is: ons NK moet nog beginnen! En daar gaat de winnaar gewoon onder de 6.10. En dan zijn de vraagtekens ineens uitroeptekens geworden.
 
Laatst bewerkt:
Hoe moeten we de regel "2 schaatsers bij de top 9 in het klassement over 10.000 meter" interpreteren? Zijn dat dan 2 schaatsers in de gecombineerde 5/10 km World Cupstand, of 2 rijders bij de beste 9 tijden tijdens de WB in Heerenveen of 2 rijders bij de top 9 in de A-groep tijdens de WB in Heerenveen? In dat laatste geval zouden we de beste 10.000-rijders het beste in de A-groep in Salt Lake en Calgary kunnen opstellen, zodat de kans groter is dat ze in Heerenveen daadwerkelijk in de A-groep kunnen starten. Wat een raar systeem is het toch eigenlijk ...
 
Hoe moeten we de regel "2 schaatsers bij de top 9 in het klassement over 10.000 meter" interpreteren? Zijn dat dan 2 schaatsers in de gecombineerde 5/10 km World Cupstand, of 2 rijders bij de beste 9 tijden tijdens de WB in Heerenveen of 2 rijders bij de top 9 in de A-groep tijdens de WB in Heerenveen? In dat laatste geval zouden we de beste 10.000-rijders het beste in de A-groep in Salt Lake en Calgary kunnen opstellen, zodat de kans groter is dat ze in Heerenveen daadwerkelijk in de A-groep kunnen starten. Wat een raar systeem is het toch eigenlijk ...

Er moeten er 2 staan bij de beste 9 van de wereldbekerstand op de lange afstanden na de 4 wereldbekers van het najaar. Uiteraard wel een geschoonde ranglijst. Als er 3 Italianen bij de beste 9 staan, tellen er maar 2.
 
Er wordt veel gesproken over het binnenhalen van de Olympische startbewijzen. Vandaag verscheen er een podcast met technisch directeur van de KNSB Remy de Wit die opnieuw benadrukte dat het doel is om 9 schaatsers per sekse op de Olympische Spelen te krijgen. Dat was voor mij aanleiding om een overzicht te maken hoeveel punten er fictief nodig waren in de voorbije 2 seizoenen om een quotaplaats op basis van het WB-klassement veilig te stellen. Op die manier krijg je een beeld van de onderdelen waar mogelijke risico's zitten.
Quota obv klassementMax. quota per landBenodigd aantal WB-punten 2023-2024Benodigd aantal WB-punten 2024-2025
500 vrouwen213110129
500 mannen 213140113
1000 vrouwen2137763
1000 mannen2135077
1500 vrouwen2135465
1500 mannen2136464
3000 vrouwen1538095
5000 mannen15389104
5000 vrouwen92118129
10000 mannen92118133
MS vrouwen2423062
MS mannen2427058
TP vrouwen61112122
TP mannen61117117

Hier wordt wel duidelijk welke onderdelen peanuts zijn en waar de risico's liggen. De 1000 en 1500 meters zullen geen enkel probleem vormen. 70 à 75 punten halen in vier wedstrijden is peanuts. Bij de 1500 dames starten in SLC 5 dames in de A-divisie. Zelfs als die 15e, 16e, 17e, 19e en 20e worden doen we als Nederland zijnde goede zaken. Want een 17e plaats levert 24 punten op en daarmee blijf je in de A-divisie. 24x4=96 wereldbekerpunten. Daarmee zit je ruimschoots in de veilige zone.
De 500 meter is misschien net iets meer tricky, maar zou ook moeten lukken. De Mass Start mag ook geen probleem zijn. 70 punten halen uit 4 wedstrijden is voor Nederland niet al te ingewikkeld. Hoolwerf haalde vorig jaar al 139 punten uit de eerste 3 wedstrijden en Bergsma 88 punten uit de eerste 3 wedstrijden.

De risico-onderdelen zijn de langste afstanden en de TP. Op de langste afstanden moet je dus denken aan ongeveer 130 punten uit 4 wereldbekerwedstrijden. Logischerwijs komt dat ongeveer overeen met 4x een 9e plaats (4x32 punten). Dat wordt nog wel pittig, zeker bij de mannen natuurlijk. De TP is ook een riskant onderdeel. Dat komt vooral omdat er bij een incident geen backup is. Op andere afstanden is die backup er wel. Als bijvoorbeeld Groenewoud valt op de 3000 van vrijdag, dan gaat zij het lastig krijgen om hoog in het klassement te eindigen. Want vallen betekent weinig punten en een week later starten in de B-divisie. Zolang drie andere dames echter goed rijden (drie uit Beune, Kerkhoff, Dul, In t Hof) is er niets aan de hand. Bij de TP heb je maar één team en dus geen backup. Bij een DQ in één van de drie wedstrijden pak je 0 punten. Dan zie je dus het zelfs zo kan zijn dat je met 2 overwinningen in de andere 2 WB's (er is geen TP bij de WB in Heerenveen) op de ploegenachtervolging het niet red (2x60 punten is mogelijk niet genoeg).

In de podcast hintte Remy de Wit er ook op dat hij rijders vermoedelijk niet verplichten om WB4 te gaan rijden, als ze hun positie al hebben veilig gesteld. Dat kan interessant worden. Want rijders die deelnemen aan de risico-onderdelen hebben dus een vele malen grotere kans om verplicht naar WB4 gestuurd te worden. Hierbij kan je bijvoorbeeld dus denken aan Beune en Groenewoud. Rijpma-De Jong rijdt geen 3000/5000 meter en heeft dus een grotere kans om vrijgesteld te worden van WB4. Kok heeft waarschijnlijk na WB2 al aan haar verplichtingen voldaan. Kok, Rijpma-De Jong, Beune en Groenewoud moeten bij het OKT echter wel de strijd met elkaar aan op de 1500 meter. Het zou nog wel eens een klein relletje kunnen opleveren als Kok en Rijpma-De Jong vrijgesteld worden voor WB4, terwijl Beune en Groenewoud wel moeten gaan. Dan creëert de KNSB een ongelijk speelveld richting het OKT.
 
Laatst bewerkt:
Voor wie de draad kwijt is, zetten Arjen Lubach en Diederik Smit de kwalificatie voor de OS heel helder (?) op een rijtje.
 
Op basis van alle worldcups van vorig jaar de tijden die nodig zijn om de laatste kwalificatieplek te bemachtigen. Het lijkt dit jaar sneller te gaan, dus met deze tijden dit weekend ben je lang niet zeker.

500 vrouwen: 38.42
1000 vrouwen: 1.15.97
1500 vrouwen: 1.57.88
3000 vrouwen: 4.05.15
(5000 vrouwen 7.03.76)

500 mannen: 34.78
1000 mannen: 1.08.35
1500 mannen: 1.45.63
5000 mannen: 6.13.60
(10000 mannen: 12.53.86)
 
Back
Top