Wereldkampioenschap allround 2026, 7/8 maart, Heerenveen

Het is de afgelopen dagen vaak gememoreerd: de laatste Noorse wereldkampioen allround was Johann Olav Koss in 1994. Toen kon geen Noor het zich voorstellen dat het nog 32 jaar ging duren totdat Noorwegen weer een wereldtitel allround won. Net zoals geen Fransman zich in 1985 zich kon indenken dat Frankrijk anno 2026 geen nieuwe Tourwinnaar erbij zou hebben gekregen. En de gemiddelde Fries in het jaar 1997 zou raar opkijken als je hem zou vertellen dat er in de volgende bijna dertig jaar geen Elfstedentocht zou komen.

Het leven van een Noorse schaatsfan ging de afgelopen dertig jaar niet altijd over rozen. Nadat Koss in de periode 1990-1994 vijf keer op rij stond van het WK allround, werd het stil vanuit het Noorse kamp. Ritsma en Postma heersten bij de mannen, Niemann zwaaide met haar scepter bij de vrouwen en de Noren haalden geen enkele top-10-plek op het WK allround. Niet bij de mannen, niet bij de vrouwen. In 1999 was er verrassend brons voor Eskil Ervik, die in 2000 ook zilver haalde op het EK. Dat zette helaas voor hem geen deur open naar meer succes, ook niet op het WK allround van 2000, waar Ådne Søndrål zijn befaamde intervalrace reed. Natuurlijk was Søndrål een grootheid, met Olympisch goud, titels op het toen nieuwe WK afstanden en wereldrecords, maar een allrounder was hij niet.

Het jaar 2001 werd dan het absolute dieptepunt voor het Noorse allrounden. Geen enkele Noorse man kwalificeerde zich voor het WK allround in Boedapest. De enige Noorse deelneemster bij de vrouwen werd voorlaatste. Precies een jaar na dat toernooi werd Sander Eitrem geboren.

In de jaren die volgden was de beste klassering voor een Noor op het WK allround een zesde plaats van Eskil Ervik. Zonder Søndrål als kopman waren de Noren driftig op zoek naar een nieuwe allrounder. En in 2006 was daar plots een piepjonge blonde gup die soepeltjes over het ijs gleed en wars was van de grote zware klappen waar Ervik, Sætre en Øystein "de zeis" Grødum bekend om stonden. Op het knotsgekke EK in Hamar werd de toen achttienjarige Håvard Bøkko uit Hønefoss derde, achter Enrico Fabris en Eskil Ervik.

Heel Noorwegen zag in hem de opvolger van Johann Olav Koss en Håvard Bøkko droeg die druk met zich mee zijn volwassen schaatscarrière in. Hij was een zeer sterke allrounder, wat hij ook deed, elke keer werd hem een zilveren medaille om de nek gehangen en luisterde hij naar het Wilhelmus van Nassouwe dat voor Sven Kramer werd afgespeeld. Jaar in, jaar uit. Op het WK allround van 2009 won hij de 1500 meter en plaatste hij "voor volk en vaderland en voor de koning" een ongekende aanval iets over de helft op de 10 kilometer. Heel Noorwegen dacht 28,4 seconden lang dat Bøkko zijn grote rivaal gekraakt had. Helaas voor Bøkko had Sven Kramer een ronde later precies dezelfde tijd in petto en pakte de Fries zijn derde WK-allroundtitel. Hij zou er uiteindelijk nog zes winnen.

Bøkko haalde vier keer zilver en een keer brons op het WK allround en haalde zes medailles op het EK allround, ook allemaal zilver of brons. Zijn WK-goud zou hij wel halen, op de 1500m in 2011, maar de Noren hoopten nog altijd met gekruiste vingers dat een nieuw allroundtalent hen na ruim twintig jaar weer eens goud zou brengen. Hun vertrouwen legden ze in Sverre Lunde Pedersen uit Bergen. Een jongen met een fluwelen techniek die jaar na jaar de Vikingrace had gewonnen en in het Vikingschip of ergens anders Kramer het vuur aan de schenen moest gaan leggen. Maar in 2020 had Pedersen dezelfde erelijst bij elkaar geschaatst als Håvard Bøkko op het WK allround: vier keer zilver en een keer brons. Telkens achter ofwel Kramer, ofwel Patrick Roest.

Maar hoewel er geen Noors allroundgoud kwam, was er wel een opleving in het Noorse schaatsen. Er was een allroundmedaille bij de vrouwen, voor Ida Njåtun in 2015. Begeleid door Jeremy Wotherspoon haalde Lorentzen Olympisch goud op de 500 meter en won hij daarna het WK sprint. Bøkko en Pedersen stonden zelfs op een Olympisch podium twee treetjes hoger dan Sven Kramer: dat was op de ploegenachtervolging. In 2018 leek het grote moment eindelijk daar te zijn, maar een van de meest onfortuinlijke valpartijen in de schaatsgeschiedenis gooide roet in het eten. In gewonnen positie zag Pedersen het Amsterdamse ijs van dichtbij.

Achteraf bekeken bracht was het WK allround 2022 het toernooi dat het Noorse allrounden uiteindelijk écht nieuw leven gaf. Ragne Wiklund, Peder Kongshaug en Sander Eitrem haalden weliswaar geen medaille, ze eindigden alledrie net buiten het podium, maar dit was het eerste toernooi waar de nieuwe generatie van het Noorse allrounden echt op de deur klopte in een vierkampstoernooi. Een assertievere generatie, die niet meer opkeek naar grote schaatsers in oranje pakken en tevreden was met zilver. Nee, goud moest er wezen. En goud kwam er. Wiklund haalde WK-goud op de 1500m en de 3000m. Kongshaug en Eitrem zetten Hamar vorig jaar op stelten met titels op de 1500m en 5000m. Op het EK 2025 stonden ze alledrie op het podium. Twee jaar nadat hij Patrick Roest liet sidderen in Hamar, en één jaar nadat hij WK-brons verloor aan de verrassende landgenoot Engebråten, haalde Sander Eitrem EK-allround-goud als eerste Noor in 34 jaar. Kongshaug werd tweede, Wiklund werd derde bij de vrouwen.

We weten hoe het daarna ging. Wiklund haalde drie Olympische medailles, maar geen gouden. Ze overtrof zichzelf gisteren op de 500 meter, reed daarna nog drie goede afstanden en zo won zij het WK allround 2026. Ze werd de eerste Noorse wereldkampioen allround sinds 1994, en de eerste bij de vrouwen sinds 1938! Eitrem was in januari de eerste man onder de zes minuten op de 5000 meter, haalde Olympisch goud in februari en won in maart op heroïsche wijze het WK in het hol van de leeuw. Nederland-Noorwegen was zo vaak beslist in het voordeel van Nederland, maar dit weekend was het andersom - alleen de Nederlandse arreslee met de sprinters was sneller dan de Noorse allroundslee.

De kroegen in Heerenveen en omstreken zullen nog veel kunnen verdienen aan de grote schare Noorse fans die door het dolle heen is.
Mooie uiteenzetting!
 
Klaar met allrounden? Hoezo? Ik denk dat hij misschien juist iets meer de allroundrichting opgaat om sowieso die 1500 te winnen over vier jaar.
Hmm, de wk sprint is ook nog een hiaat voor Stolz. Voordat stolz die heeft, gaat hij zich niet nog meer op het allrounden richten verwacht ik.

Ik ben wel benieuwd of Kok, als ze bij de volgende spelen ook goud wint op de 1000, zich op het allrounden gaat richten. Ik ben ook wel benieuwd hoe hoog ze in de adelskalender kan komen te staan.
 
Er is dit seizoen zó hard gereden op de tien kilometer bij drie verschillende laaglandwedstrijden dat van de top 10 ronde en tussentijden per passage er heel veel groen is. Sommige zijn zelfs helemaal nieuw, zoals de rondetijden op 2400 meter en tussentijden op 3200m. Ik doe dit nog niet heel lang natuurlijk, maar ik heb dit nog nooit gezien, een volledig groene top 10.

1773005830971.png

1773005854528.png
 
Het was een mooi schaatsweekend. Met snelle tijden, spanning en veel waardering voor de afscheid nemende Takagi en met name Sablikova (en mogelijk anderen) en… Bert Maalderink :p

Ik heb het overigens net pas gezien, heb vanmiddag van het mooie weer genoten, vandaar mijn late reactie.
 
Ik ga Bert wel missen. Hij was een vertrouwde stem die kritische vragen durft te stellen maar ook opbeurend kan zijn als nodig.

Met hoeveel mensen hem bedankten, zoals ook Anema en Sablikova, merk je toch wel dat hij echt onderdeel was van het hele schaatscircus.
 
Die hele adelskalender leeft onder schaatsers volgens mij niet meer. Heb er heel lang niemand meer over gehoord.
Ach, als Eitrem de komende zomer tijdens het fietsen op de hometrainer geen oude allroundtoernooien kijkt, maar de adelskalender uit z’n hoofd leert, wordt dat gauw anders ;)
 
Jílek heeft dit jaar drie keer een tien kilometer de top 10 snelste tijden ooit in gereden. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voordat deze jongen een wereldrecord rijdt.
Zandstra reed in 1991-1993 ook 5x een top-10 tijd, maar kwam nooit aan het WR 10k. Ook door een vermaledijde Noor...
 
Het verschil tussen de winnende tijden op de 10000 meter mannen (12:30.54) en 5000 meter vrouwen (6:52.03) in punten is 9.80%, en dat is een dik record. Nog nooit eerder (sinds 1998) waren de vrouwen zo langzaam vergeleken met de mannen.

Dit is nogal wat anders dan het WK allround 2019, waar we met 4.26% (12:51.17 om 6:42.01) een van de kleinste verschillen ooit hadden.

1773007992044.png
 
Dit is echt het beste jaar dat Noorwegen zich kon indenken. Ok, natuurlijk had het beter gekund met bijvoorbeeld een gouden medaille van Wiklund op de Spelen, maar in één seizoen de eerste man onder de 6 minuten, een Olympische titel vijf kilometer, drie medailles bij de vrouwen, én WK allround voor zowel de mannen als vrouwen? Echt een droomseizoen.

Eitrem natuurlijk helemaal. Hij is nu:
- Europees kampioen allround
- Wereldkampioen allround
- Wereldrecordhouder vijf kilometer
- De eerste man onder de 6 minuten
- Baanrecordhouder Thialf vijf kilometer (WR laagland)
- Wereldkampioen vijf kilometer
- Olympisch kampioen vijf kilometer

Wat wil je nog meer? Hij heeft echt alles bereikt wat een vijf kilometer specialist kan bereiken. Behalve dominantie. Een wereldtitel verdedigen, een Olympische titel verdedigen, nogmaals een wereldrecord rijden. Dat zijn de wapenfeiten die een supergeweldige schaatser naar een absolute legende verheven.
 
Al vermoed ik eerder dat ze de 3 bij de mannen en 10 bij de vrouwen gaan toevoegen, misschien niet allround maar wel op de OS. Of de 3 bij de vrouwen een 10 bij de vrouwen maken. Iets met gelijkwaardigheid.
 
Al vermoed ik eerder dat ze de 3 bij de mannen en 10 bij de vrouwen gaan toevoegen, misschien niet allround maar wel op de OS. Of de 3 bij de vrouwen een 10 bij de vrouwen maken. Iets met gelijkwaardigheid.
Zou geen slecht idee zijn. Genoeg vrouwen die de 10km kunnen rijden en de 3km bij de mannen is al heel lang een officieuze afstand die vaak als training wordt gereden. Zou bij de mannen ook leiden tot meer match ups tussen stayers en 1000/1500m rijders zoals bij de vrouwen ook gebeurd
 
Het verschil tussen de winnende tijden op de 10000 meter mannen (12:30.54) en 5000 meter vrouwen (6:52.03) in punten is 9.80%, en dat is een dik record. Nog nooit eerder (sinds 1998) waren de vrouwen zo langzaam vergeleken met de mannen.

Dit is nogal wat anders dan het WK allround 2019, waar we met 4.26% (12:51.17 om 6:42.01) een van de kleinste verschillen ooit hadden.

Bekijk bijlage 7518
Interessante tabel. Is het verschil van 9,80 % te verklaren door gebrek aan stayers bij de dames na het het afscheid van Irene Schouten/Weideman? Of heeft heeft te maken met de techniek: het rijden met de handjes op de rug met name in de bocht zag ik toch minder bij de dames. Het kan zijn dat deze techniek met name in de bocht lastiger is voor de dames vanwege fysieke verschillen.
 
Back
Top