Het is de afgelopen dagen vaak gememoreerd: de laatste Noorse wereldkampioen allround was Johann Olav Koss in 1994. Toen kon geen Noor het zich voorstellen dat het nog 32 jaar ging duren totdat Noorwegen weer een wereldtitel allround won. Net zoals geen Fransman zich in 1985 zich kon indenken dat Frankrijk anno 2026 geen nieuwe Tourwinnaar erbij zou hebben gekregen. En de gemiddelde Fries in het jaar 1997 zou raar opkijken als je hem zou vertellen dat er in de volgende bijna dertig jaar geen Elfstedentocht zou komen.
Het leven van een Noorse schaatsfan ging de afgelopen dertig jaar niet altijd over rozen. Nadat Koss in de periode 1990-1994 vijf keer op rij stond van het WK allround, werd het stil vanuit het Noorse kamp. Ritsma en Postma heersten bij de mannen, Niemann zwaaide met haar scepter bij de vrouwen en de Noren haalden geen enkele top-10-plek op het WK allround. Niet bij de mannen, niet bij de vrouwen. In 1999 was er verrassend brons voor Eskil Ervik, die in 2000 ook zilver haalde op het EK. Dat zette helaas voor hem geen deur open naar meer succes, ook niet op het WK allround van 2000, waar Ådne Søndrål zijn befaamde intervalrace reed. Natuurlijk was Søndrål een grootheid, met Olympisch goud, titels op het toen nieuwe WK afstanden en wereldrecords, maar een allrounder was hij niet.
Het jaar 2001 werd dan het absolute dieptepunt voor het Noorse allrounden. Geen enkele Noorse man kwalificeerde zich voor het WK allround in Boedapest. De enige Noorse deelneemster bij de vrouwen werd voorlaatste. Precies een jaar na dat toernooi werd Sander Eitrem geboren.
In de jaren die volgden was de beste klassering voor een Noor op het WK allround een zesde plaats van Eskil Ervik. Zonder Søndrål als kopman waren de Noren driftig op zoek naar een nieuwe allrounder. En in 2006 was daar plots een piepjonge blonde gup die soepeltjes over het ijs gleed en wars was van de grote zware klappen waar Ervik, Sætre en Øystein "de zeis" Grødum bekend om stonden. Op het knotsgekke EK in Hamar werd de toen achttienjarige Håvard Bøkko uit Hønefoss derde, achter Enrico Fabris en Eskil Ervik.
Heel Noorwegen zag in hem de opvolger van Johann Olav Koss en Håvard Bøkko droeg die druk met zich mee zijn volwassen schaatscarrière in. Hij was een zeer sterke allrounder, wat hij ook deed, elke keer werd hem een zilveren medaille om de nek gehangen en luisterde hij naar het Wilhelmus van Nassouwe dat voor Sven Kramer werd afgespeeld. Jaar in, jaar uit. Op het WK allround van 2009 won hij de 1500 meter en plaatste hij "voor volk en vaderland en voor de koning" een ongekende aanval iets over de helft op de 10 kilometer. Heel Noorwegen dacht 28,4 seconden lang dat Bøkko zijn grote rivaal gekraakt had. Helaas voor Bøkko had Sven Kramer een ronde later precies dezelfde tijd in petto en pakte de Fries zijn derde WK-allroundtitel. Hij zou er uiteindelijk nog zes winnen.
Bøkko haalde vier keer zilver en een keer brons op het WK allround en haalde zes medailles op het EK allround, ook allemaal zilver of brons. Zijn WK-goud zou hij wel halen, op de 1500m in 2011, maar de Noren hoopten nog altijd met gekruiste vingers dat een nieuw allroundtalent hen na ruim twintig jaar weer eens goud zou brengen. Hun vertrouwen legden ze in Sverre Lunde Pedersen uit Bergen. Een jongen met een fluwelen techniek die jaar na jaar de Vikingrace had gewonnen en in het Vikingschip of ergens anders Kramer het vuur aan de schenen moest gaan leggen. Maar in 2020 had Pedersen dezelfde erelijst bij elkaar geschaatst als Håvard Bøkko op het WK allround: vier keer zilver en een keer brons. Telkens achter ofwel Kramer, ofwel Patrick Roest.
Maar hoewel er geen Noors allroundgoud kwam, was er wel een opleving in het Noorse schaatsen. Er was een allroundmedaille bij de vrouwen, voor Ida Njåtun in 2015. Begeleid door Jeremy Wotherspoon haalde Lorentzen Olympisch goud op de 500 meter en won hij daarna het WK sprint. Bøkko en Pedersen stonden zelfs op een Olympisch podium twee treetjes hoger dan Sven Kramer: dat was op de ploegenachtervolging. In 2018 leek het grote moment eindelijk daar te zijn, maar een van de meest onfortuinlijke valpartijen in de schaatsgeschiedenis gooide roet in het eten. In gewonnen positie zag Pedersen het Amsterdamse ijs van dichtbij.
Achteraf bekeken bracht was het WK allround 2022 het toernooi dat het Noorse allrounden uiteindelijk écht nieuw leven gaf. Ragne Wiklund, Peder Kongshaug en Sander Eitrem haalden weliswaar geen medaille, ze eindigden alledrie net buiten het podium, maar dit was het eerste toernooi waar de nieuwe generatie van het Noorse allrounden echt op de deur klopte in een vierkampstoernooi. Een assertievere generatie, die niet meer opkeek naar grote schaatsers in oranje pakken en tevreden was met zilver. Nee, goud moest er wezen. En goud kwam er. Wiklund haalde WK-goud op de 1500m en de 3000m. Kongshaug en Eitrem zetten Hamar vorig jaar op stelten met titels op de 1500m en 5000m. Op het EK 2025 stonden ze alledrie op het podium. Twee jaar nadat hij Patrick Roest liet sidderen in Hamar, en één jaar nadat hij WK-brons verloor aan de verrassende landgenoot Engebråten, haalde Sander Eitrem EK-allround-goud als eerste Noor in 34 jaar. Kongshaug werd tweede, Wiklund werd derde bij de vrouwen.
We weten hoe het daarna ging. Wiklund haalde drie Olympische medailles, maar geen gouden. Ze overtrof zichzelf gisteren op de 500 meter, reed daarna nog drie goede afstanden en zo won zij het WK allround 2026. Ze werd de eerste Noorse wereldkampioen allround sinds 1994, en de eerste bij de vrouwen sinds 1938! Eitrem was in januari de eerste man onder de zes minuten op de 5000 meter, haalde Olympisch goud in februari en won in maart op heroïsche wijze het WK in het hol van de leeuw. Nederland-Noorwegen was zo vaak beslist in het voordeel van Nederland, maar dit weekend was het andersom - alleen de Nederlandse arreslee met de sprinters was sneller dan de Noorse allroundslee.
De kroegen in Heerenveen en omstreken zullen nog veel kunnen verdienen aan de grote schare Noorse fans die door het dolle heen is.