Succesvolste (?) schaatsters

Vergeet Friesinger-Postma ook niet. Dan zit jij dus alweer op 13. Voor mij zal het overigens altijd Karin Kania en Adrea Ehrig blijven. Zo heette ze toen ik voor het eerst schaatsers op tv zag. Gunda heette toen nog een paar jaar Kleemann, maar dat blijft voor mij dan weer altijd Niemann. De komende dagen komen we ze hier allemaal weer eens tegen.
 
12. Monique Garbrecht,
Duitsland, 1985 - 2006

De carrière van Garbrecht doet wel een beetje denken aan die van leeftijdsgenoot Gerard van Velde, maar dan veel succesvoller. Ze was aan het begin van haar carrière een goede sprintster, had halverwege even een pauze en kwam daarna terug om uiteindelijk veel succesvoller te zijn dan voor die pauze. Garbrecht werd geboren in Potsdam, maar leerde schaatsen in Halle en werd in 1986 en 1987 al wereldkampioen junioren, waarbij ze meer een allrounder leek te zijn dan sprintster. Eenmaal bij de senioren specialiseerde ze zich echter al gauw in de sprint, waarbij ze vanaf 1989 uiteindelijk 16 maal zou deelnemen aan het WK. Na wat top 10 plekken bij haar eerste deelnames was in 1991 alles anders. De grote sprintnamen van de jaren ’80 Kania, Rothenburger, Blair en Stahnke (#57) waren gestopt, uit vorm of vielen, waardoor er ruimte ontstond die Monique met beide handen aangreep en ze wereldkampioen werd, waarbij ze op zowel de 500 als de 1000 de beste was. Een jaar later was er op de Spelen minder succes, maar wist ze op de 1000 toch het brons mee naar huis te nemen. In de jaren daarna zou Garbrecht een stabiele subtopper blijven, maar ze had moeite met de aanpassingen in het team na de samenvoeging van Oost en West, waardoor ze in 1995 besloot te stoppen, met een degelijke carrière achter zich, maar toch enigszins een one-hitwonder. In 1996 begon ze het schaatsen toch wel te missen, maar haar comeback leek op dezelfde voet door te gaan als voor haar pauze, met vooral veel subtopnoteringen. De klapschaats lag Garbrecht echter wel en in 1999 won ze, 7 jaar na de eerste keer, haar 2e WK Sprint, door LeMay 0,035 punt voor te blijven. Vanaf dat moment zou ze t/m 2003 de dominantste allroundsprintster zijn. Ze won in 2000, 2001 en 2003 ook nog het WK Sprint, waarmee ze na Kania de meeste titels heeft. Daarnaast werd ze in deze periode viermaal wereldkampioen op een afstand (2x 1000, 2x 500) en haalde ze op zowel de 500 als 1000 nog eenmaal zilver. In 2002 haalde ze 10 jaar na haar eerste Olympische medaille nogmaals eremetaal, met zilver op de 500. Samen met LeMay won ze in die periode praktisch alle sprintwedstrijden, waarbij Garbrecht haar boerenjaar 2000 was, met alle 3 de titels. Deze dominante periode in combinatie met haar gigantisch lange carrière zorgt ervoor dat ze op de afstandslijsten twee keer 3e (500 en 1000) en één keer 2e staat (sprint). Ze reed ook nog 2 wereldrecords op de 1000 en 2 op de vierkamp. Vlak voor de Spelen van Turijn besloot ze op 37-jarige leeftijd te stoppen. Hoewel, of misschien juist omdat, ze is opgegroeid in het Oost-Duitse sportsysteem, waar toch altijd een zweem van doping omheen hangt, is ze later gaan werken als antidopingmedewerker bij de het Duits Olympisch Comité.

11. Stien Kaiser
Nederland, 1964 - 1972

Waar bij de mannen altijd wordt gesproken over het tijdperk van Ard en Keessie, mag wat mij betreft bij de vrouwen wel worden gesproken over Kaiser en Keulen-Deelstra. Qua leeftijd scheelden ze maar een halfjaar, maar toen Atje debuteerde lagen de beste jaren van Kaiser al achter haar. Toch was ook Kaiser, een nichtje van Kees Broekman, een relatieve laatbloeier. Ze ging pas serieus schaatsen nadat de Jaap Edenbaan in 1961 werd geopend, waarbij ze een trainingsschema van niemand minder dan Claes Thunberg gebruikte (had Van der Poel daar het idee vandaan?). Toen ze op 25-jarige leeftijd bij de kernploeg werd gevraagd, vond de KNSB haar eigenlijk te oud en ze mocht niet mee naar de Spelen van 1964. Toch pakte ze dat seizoen haar eerste van 6 NK titels. Een jaar later werd ze al 3e op het WK Allround, met 3 afstandsmedailles. Hiermee werd ze de eerste medaillewinnaar op het WK die niet uit Rusland kwam, sinds Thorvaldsen in 1952. Een jaar later was er nogmaals brons met 3 afstandsmedailles, waarvan zelfs een zege op de 3. Deze opkomst van een Nederlandse topvrouw maakte dat het WK voor het eerst naar Nederland werd gehaald. En met succes, want in 1967 won Kaiser in Deventer goud op het WK met 3 afstandszeges, waardoor ze de eerste niet-Russische wereldkampioene ooit werd in een toernooi waar ook Russinnen aan meededen. Vanaf dat jaar begon ze ook wereldrecords te rijden; ze zou uiteindelijk eindigen op 9 wereldrecords van 1000 t/m vierkamp. In 1968 lukte het haar nogmaals om wereldkampioen te worden, waarbij ze de aanvoerder was van een volledig Nederlands podium, met Schut (#51) op 2 en Geijssen (#95) op 3. Nu zou daar de vreselijke term clean sweep voor worden gebruikt, maar in de jaren 90 heette het een eins-zwei-drei, dus laten we het voor de jaren ’60 een odin-dva-tri noemen. Op de Spelen had Kaiser echter last van al die binnenlandse (en Finse) concurrentie en moest ze genoegen nemen met 2x brons (1500 en 3). In de 4 jaar die volgden zou ze nog 4 keer op rij (!) zilver halen en vele afstandsmedailles winnen. Op de Spelen van 1972 won ze eindelijk wat haar toekwam, toen ze eerst zilver won op de 1500 (achter Holum) en 3 dagen later goud op de 3, met een voorsprong van ruim 6 seconde op Holum. Ze trouwde met een meneer Baas, maar kreeg voor de verandering pas na haar carrière kinderen met hem. Later zijn ze weer gescheiden, wat blijkbaar financieel zo’n klap was dat Kaiser haar Olympische medailles heeft moeten verkopen. Ze stond in totaal 1126 dagen aan kop van de Adelskalender, verdeeld over 3 periodes. Ze nam 8 keer deel aan het WK Allround en eindigde al die keren op het podium, wat haar op plek 6 van de allroundranglijst brengt. Dit is ook haar positie op de 3, terwijl ze op de 1500 zelfs 5e staat. Kaiser was in vele opzichten baanbrekend voor het Nederlandse, maar ook het internationale vrouwenschaatsen en waar ze in 1963 als 1 van 12 deelnemende vrouwen aan de Elfstedentocht nog uit moest stappen, bemachtigde ze in 1997 wel dat begeerde kruisje.

10. Lidia Skoblikova
Rusland, 1957 - 1968

Toen in 2015 het EK Allround in Tsjeljabinsk werd georganiseerd, maakte Wennemars een reportage waarin hij langsging bij Skoblikova, de grote schaatsster uit Tsjeljabinsk en naamgeefster van de schaatsbaan aldaar, die hij omschreef als de Wüst van de jaren ’60. Of dat terecht is laat ik aan de lezer, maar ze is in ieder geval 1 van de succesvolste Olympiërs ooit en ze staat dan ook fier in de top 10. Als kind deed ze mee aan ongeveer elke sport, behalve schaatsen en pas op 15-jarige leeftijd zette ze haar eerste stappen op het ijs. Vijf jaar later haalde ze in 1959 direct brons bij haar debuut-WK, ondersteund door afstandsmedailles op 500 en 3. Een jaar later was er weer brons op het WK, maar ze liet haar potentie voor het eerst echt zien op de Spelen, door goud te winnen op de 1500 en 3. De 2.25,2 waarmee ze 0,5 seconde voor Seroczynska (#147) eindigde was ook direct haar eerste wereldrecord. In de jaren die volgden werd ze eerst nogmaals 3e en daarna 2e op het WK, waarbij ze telkens wel afstandsmedailles won, maar nooit goud. Na 1962 had ze weliswaar 4 WK- en 2 Olympische medailles, maar ze was nog allesbehalve dominant. In 1963 zou dat echter veranderen, toen ze tijdens het eerste WK op kunstijs in Karuizawa alle afstanden wist te winnen, waarbij ze op de 1000 het eerste wereldrecord op kunstijs schaatste. Op die 1000 had ze een indrukwekkende voorsprong van 3 seconden op de nummer 2 en ze won het toernooi uiteindelijk met ruim 4 punten voorsprong. In 1964 lukte het haar als enige vrouw ooit om ook op de Olympische Spelen alle afstanden te winnen. Een week later lukte het haar voor de 2e keer om op het WK alle afstanden te winnen (hoewel ze op de 500 gedeeld eerste werd met Jegorova), waarmee ze de enige schaatsster ooit is, die dat twee keer deed. Na dit succes was het tijd voor de vaste zwangerschapspauze, maar toen ze in 1967 terugkwam was de schaatswereld veranderd. Er was veel meer (Nederlandse) concurrentie en Skoblikova behaalde bijna geen succes meer. In 1967 was er nog een afstandsmedaille op de 1500 en een wereldrecord op de 3, maar daar zou het bij blijven en na 1968 stopte ze weer. Ze stond bekend om haar fluwelen techniek en diverse training, waarbij ze allerlei verschillende sporten gebruikte die konden helpen in het schaatsen. Haar trainingsschema’s werden ontworpen door haar man, een voormalig wereldrecordhouder snelwandelen. In de geschiedenis van de Olympische Winterspelen zijn er maar 3 andere deelneemsters die 6 gouden medailles hebben weten te winnen. Desondanks is er 1 titel die ontbreekt op het palmares van de bliksemschicht van de Oeral: het NK. Het zoveelste bewijs dat dat destijds misschien wel een lastiger toernooi was om te winnen dan het WK.
 
We gaan verder met de top 10, maar niet voordat ik heb opgemerkt dat ik een hele vreemde fout heb gemaakt, door nummer 9 Blair op 10 te plaatsen en de nummer 10 op 9. @SprintMaster, zou je die 2 kunnen omdraaien?
 
9. Bonnie Blair
VS, 1984 - 1995

De hoogst genoteerde Amerikaanse schaatsster is ook direct de hoogst genoteerde pure sprintster. Was Kaiser degene die de Russische hegemonie aan flarden reed, Blair deed dat met de Oost-Duitse hegemonie. Ze was voorbestemd om schaatsster te worden, met Olympische medaillewinnares Priestner (#155) als peetmoeder, die haar vanaf 1979 zou overhalen om zich te richten op de langebaan en haar ook zou coachen. Als generatiegenote van Dan Jansen ging ze onder de auspiciën van Bob Corby naar de Spelen van 1984, waar ze nog geen succes boekte. In 1986 zou ze voor het eerst echt doorbreken met brons op het WK Sprint, achter Rothenburger en Kania, waarbij ze vooral op de 500 goed in het Oost-Duiste spoor bleef. Een jaar later was er al zilver en in 1988 was er naast brons op het WK en brons op de Olympische 1000 een eerste grote titel met goud op de Olympische 500, met slechts 0,02 seconde voorsprong op Rothenburger. Dit was ook direct haar 2e wereldrecord (na de 500 in 1987). Het winnen beviel haar wel en in 1989 werd ze wereldkampioene sprint, waarbij ze allebei de 500’s won. In 1990 was er nog zilver, waarna 1991 zwaar tegenviel en er geen medailles werden gewonnen. In het Olympisch jaar veerde ze als volleerd Amerikaanse echter weer helemaal terug en was er weer zilver op het WK Sprint, maar was er vooral een gouden dubbel op de 500 en 1000 in Albertville, waarbij ze op de 1000 wederom slechts een marge had van 0,02. In 1993 was er weer zilver op het WK Sprint, maar in de laatste 2 jaar van haar carrière zou ze de kroon op haar werk zetten met 2 formidabele seizoenen, waarin ze wederom de Olympische dubbel pakte en 2 keer op rij het WK Sprint won door ook alle afstanden (dik) te winnen. Ze was de eerste Amerikaanse die 5 maal Olympisch goud won en alleen Skoblikova heeft meer individuele gouden medailles in het schaatsen. In totaal reed ze 9 wereldrecords op de 500 en vierkamp, waarbij ze in 1994 de eerste vrouw was die onder de 39 seconden reed. Blair was voor een schaatsster ongekend populair in eigen land en haar aanhang had zelfs een bijnaam, de Blair Bunch. In 1992 was ze de eerste vrouw die de Oscar won en ze werd in 1994 in Amerika door meerdere instanties verkozen tot Atlete van het Jaar. Ze werd op een gegeven moment gecoacht door Peter Mueller, maar trouwde niet met hem. Wel trouwde ze met Dave Cruikshank, waarmee ze een dochter kreeg met de toepasselijke naam Blair Cruikshank, die qua PR's redelijk gelijkloopt met haar moeder. Met haar 9 WK Sprintmedailles (meer dan wie dan ook), staat ze eerste in de sprintranglijst, op de 1000 staat ze 5e en op de 500 2e.

8. Inga Artamonova
Rusland, 1956 - 1965

De hoogst genoteerde van al die Russische schaatssters is Inga Artamonova. Ze staat beter bekend onder de naam Voronina, maar die naam gebruik ik liever niet. Ze was een echte styliste en deed vanaf 1957 mee aan de WK’s, waardoor ze de eerste Russische kampioene is van wie alle uitslagen meetellen voor de lijst. In 1956 deed ze voor het eerst mee aan het NK en wist dat direct te winnen (met een WR punten op de koop toe), een megaprestatie, waarna ze in 1957 bij haar debuut op het WK zich ook direct tot kampioene wist te kronen, met 4 afstandsmedailles en zeges op de 1000 en 1500. In 1958 wist ze haar wereldtitel te verdedigen met wederom 2 afstandszeges. In 1959 won ze nog wel de 1500, maar moest ze het op het WK doen met plek 4. In het jaar van de eerste Spelen was er een eerste grote tegenslag. Artamonova had als kind ternauwernood TBC overleefd en kreeg in 1960 een terugslag, waardoor ze het hele jaar afwezig was. In 1961 kon ze door een val op de 500 haar klassement vergeten, maar in 1962 wist ze het WK weer op soevereine wijze te winnen met 3 afstandszeges en reed ze 4 Medeowereldrecords. De jaren daarna waren de jaren van Skoblikova, waardoor Artamonova het moest doen met zilver. In deze periode was ze weer veel ziek en onderging ze meerdere behandelingen en operaties, maar ze was op tijd fit voor de Spelen van 1964. Om werkelijk waar onbegrijpelijke redenen werd ze echter niet geselecteerd door de bond, waardoor ze haar carrière zou afsluiten zonder ooit 1 afstand op de Spelen te hebben gereden. De ultieme revanche volgde echter in 1965 toen ze als eerste vrouw in de geschiedenis een 4e wereldtitel in de wacht sleepte. Tot zover haar schaatscarrière, nu wat uitweiding over haar extreem tragische levensverhaal. Ze werd in 1958 verliefd op een Zweedse official tijdens het WK. Men kwam hierachter toen ze op een ochtend niet op haar hotelkamer was en ze werd vervolgens door nota bene de KGB ondervraagd en bestraft, waardoor ze jarenlang niet meer privé naar het buitenland mocht, constant onder surveillance werd geplaatst en de Zweed niet meer mocht zien. Een jaar later trouwde ze dan maar met de afschuwelijke Gennady Voronin. Een vrij matige schaatser die het niet kon hebben dat zijn vrouw veel succesvoller was dan hij. Hij raakte aan de drank en werd agressief jegens Inga. Zelf zag ze ook in dat het zo niet langer ging en in 1965 besloot ze te scheiden en weer in te trekken bij haar ouders. Op 4 januari 1966 stond hij daar dronken aan deur en eiste Inga te spreken. Hij werd helaas binnengelaten. Een ruzie volgde, waarna Gennady een mes tevoorschijn haalde en Inga in haar hart stak, waaraan ze op 29-jarige leeftijd overleed. Duizenden bewonderaars waren aanwezig bij haar begrafenis. Hij werd veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er uiteindelijk maar 1,5 jaar echt heeft gezeten. Laten we na dit afschuwelijke einde echter vooral haar carrière bewieroken. Ik sluit daarom af met een paar opmerkelijke schaatsprestaties. Op de afstandslijsten staat ze 7e (1500 en allround) en 8e (3000) en qua aantal gouden medailles staat ze 5e, met maar liefst 16 stuks. Tussen 1962 en 1967 stond ze 1863 dagen bovenaan de Adelskalender, maar haar grootste prestaties kwamen misschien wel op het NK. Waar het vele Russische schaatssters niet lukte om te domineren op het NK, floreerde Artamonova daar juist met in 9 deelnames 5 gouden en 4 zilveren medailles. Haar status als succesvolste Sovjetdame wordt verder gevoed, doordat ze ook inclusief de prestaties van voor 1957 de hoogst genoteerde Russin is.

7. Andrea Mitscherlich
Duitsland, 1976 - 1988

Ik ben niet 100% consequent qua naamkeuzes, maar meestal ga ik voor de meisjesnaam, dus Andrea Mitscherlich – Schöne – Ehrig wordt dan Mitscherlich. Eigenlijk was ze liever kunstschaatsster geworden, maar men vond haar daar te lang voor, en gelukkig maar. Ver voordat er op de Olympische Spelen onderdelen als skateboarden werden geïntroduceerd, om14-jarigen ook een te geven op medailles, lukte het haar in 1976 al op 15-jarige leeftijd om zilver te winnen op de 3, waarmee ze de jongste individuele medaillewinnares op de Winterspelen ooit is. Ze eindigde hier op slechts 0,04 van Averina, 0,01 voor Korsmo (#77) en 0,37 voor Kessow (#127), de spannendste uitslag op de 3 ooit. In de jaren die volgden reed ze vooral nationaal, maar op de Spelen van 1980 waren er alweer 2 mooie ereplaatsen. Toen was het tijd voor de zwangerschapspauze en in 1982 brak ze definitief door met het zilver op het WK Allround (achter Kania). Vanaf dat moment was ze 1 van de beste schaatssters ter wereld. In 1983 lukte het haar om zowel het EK als het WK te winnen voor Kania, die laatste zelfs met 3 afstandszeges en 2,5 punt voorsprong. Mitscherlich was vooral goed op de lange afstanden, maar kon ook prima mee als miler, wat ze toonde door in 1984 op de Spelen niet alleen goud te pakken op de 3, maar ook zilver op de 1500 én 1000 (en het WK Allround). Ook op de WK Sprints behaalde ze daardoor vijfmaal de top 5, waarbij ze ladingen afstandsmedailles op de 1000 binnen wist te slepen (leidend tot plek 17 op de afstandslijst). Van 1985 t/m 1988 won ze nog viermaal het EK en in 1985 haalde ze ook haar 2e wereldtitel allround (met 4 afstandszeges). In de jaren daarna moest ze echter haar meerdere erkennen in Kania, waardoor ze in totaal zou blijven steken op 2x goud en 4x zilver in 6 deelnames op het WK. In 1988 reed ze haar laatste wedstrijd op de Spelen, waar ze zich achter de ontketende van Gennip tevreden moest stellen met brons (1500) en zilver (3 en 5). Verpleegster Mitscherlich was in de jaren ’80 na Kania de beste schaatsster die er was en profiteerde als stayer flink van de herintroductie van de 5. Ze reed in totaal wereldrecords en stond 2592 dagen aan kop van de Adelskalender, verdeeld over 4 periodes (plek 4 allertijden). Qua afstandsranglijsten zijn er positie 8 (1500) en 5 (3 en 5). Met 7 Olympische medailles, verdeeld over 4 Spelen is ze extreem succesvol en ze is 1 van slechts 3 Winteratletes die 5 keer zilver thuis hebben liggen.
 
Laatst bewerkt:
6. Anni Friesinger
Duitsland, 1994 - 2010

Het bewijs dat ook West-Duitsland superkampioenen kon voortbrengen, werd geleverd door Anni Friesinger, dochter van een Poolse moeder en West-Duitse vader die in de jaren ’70 in de marge van het internationale schaatsen meededen. In 1996 won ze het WK Junioren, maar ruim daarvoor had ze ook al haar seniorendebuut gemaakt, toen toppers als Niemann en Pechstein in 1994 voorbereiding voor de Spelen boven het WK verkozen. Tijdens dat toernooi werd ze al 5e, met afstandsmedailles op 1500 en 5. In 1997 won ze tijdens haar eerste jaar als senior direct WK-zilver op de 1500 en 3 en een jaar later was er brons op het WK Allround, brons op de 3 in Nagano en een eerste WR op de 1500. Na een pechjaar in 1999 ging ze in het nieuwe millennium door waar ze gebleven was, met een eerste titel op het EK en zilver op de 1500. Vanaf 2001 was ze Niemann en Pechstein definitief voorbij en kon alleen Klassen haar nog uitdagen op allroundvlak. Tussen 2001 en 2005 won ze 3 WK’s Allround (in 2005 door alle afstanden te winnen), 7 wereldtitels afstanden, 4x zilver op het WK Afstanden en 4 achtereenvolgende EK’s. In 2003 won ze 1000, 1500 en 3 en toen ze in 2005 ook nog de 5 won werd ze de enige vrouw met titels op al die afstanden. De Spelen in Turijn liepen niet goed met enkel brons op de 1000. Vanaf dat moment ging ze zich meer teleggen op de sprint en in 2007 lukte het haar om het WK Sprint winnend af te sluiten. Daarmee is ze de enige vrouw die goud heeft op alle WK’s: Allround, Sprint, Afstanden en Junioren. Tot en met 2009 waren er nog 5 extra WK Afstanden medailles (3 keer goud) en nog eenmaal zilver bij sprint en allround, maar in Vancouver was de koek op en kon ze individueel geen potten meer breken. Ze was inmiddels getrouwd met Postma, sprak uitstekend Nederlands en was na haar pensioen geregeld als analist op televisie te zien. Als Friesinger meedeed won ze vaker wel dan niet, maar er waren ook best vaak probleempjes. Ze was geregeld geblesseerd, vaak door eigen toedoen, bijvoorbeeld door te vallen tijdens het trainen en daarbij haar achillespees te raken. Ook tijdens toernooien waren er vaak incidenten door valpartijen en andere zaken, hoewel haar valpartij op de Olympische ploegenachtervolging zonder erg bleek. Het gat van Friesinger naar de top 5 is qua puntenaantal aanzienlijk, maar ik ben ervan overtuigd dat als ze wat minder gedoe had tijdens haar carrière, ze ook in dat groepje had kunnen staan. Samen met Pechstein was ze de laatste van de Duitse superkampioenen, maar van een teamgevoel was niet echt sprake. Ze lagen voortdurend met elkaar overhoop, waarbij in Nederland de vlotte westerse Friesinger duidelijk de gunfactor had. In 2003 won ze de Oscar, in totaal stond ze 287 dagen aan kop van de Adelskalender en reed ze 4 WR’s op haar beste afstand, de 1500, waarop ze ook 2e op de afstandslijst staat. Op de 3 staat ze op plek 9 en op de 1000 staat ze, ondanks dat ze die pas halverwege haar carrière ging rijden, zelfs op plek 4.

5. Karin Kania
Duitsland, 1980 - 1988

Om consequent te zijn had ik Kania eigenlijk Enke moeten noemen, maar omdat ik haar hiervoor telkens als Kania heb benoemd, hou ik dat nu ook maar zo. We zijn aangekomen bij de top 5 en die staan mijlenver voor de rest, maar heel dicht bij elkaar. Van deze 5 heeft Kania met afstand de kortste carrière, wat automatisch betekent dat ze ook het dominantst was van iedereen. Zoals wel vaker begon ze als kunstrijdster, maar werd ze te lang bevonden voor deze sport, waarna ze in 1978 maar overstapte naar het schaatsen. Dit was snel succesvol, want in 1980 won ze al het WK Sprint, met 3 afstandszeges en bijna 3,5 punt voorsprong, en de Olympische 500 meter. Ik ga voor de rest snel door haar carrière heen, want, als je alles wint valt er niet zoveel extra’s te vertellen. Tussen 1981 en 1984 won ze 3 keer het WK Sprint en 2x het WK Allround en werd ze bij de overige toernooien 2e. Op de Spelen van ’84 waren er ook 2 keer goud (1000 en 1500, in het enige WR van die Spelen) en 2 keer zilver (500 en 3 achter Rothenburger en Mitscherlich). Inmiddels was Enke veranderd in Busch en daarna Kania en met deze Kania, zoals zo vaak was ze getrouwd met haar trainer, kreeg ze in 1985 een kind, waardoor ze er dat hele jaar uitlag. Haar concurrentes zagen natuurlijk hun kans schoon en hoopten niet alleen dat jaar titels te winnen, maar definitief Kania voorbij te kunnen streven, maar niets was minder waar. In de jaren de volgden was Kania beter dan ooit en ze won nog driemaal het WK Allround en tweemaal het WK Sprint. Alleen in 1988 was ze wat minder en op het WK Sprint moest ze genoegen nemen met zilver en op de spelen met tweemaal zilver en eenmaal brons. Op de 3 werd ze zelfs 4e, waarmee er voor het eerst sinds 1980 een titeltoernooi was waarbij ze niet op het podium eindigde (1985 niet meegerekend). Na dit toernooi maakte ze samen met Mitscherlich en Schönbrunn bekend te stoppen. Het is algemeen bekend dat de Oost-Duitse dames enorm aan de doping zaten en dit heeft absoluut invloed gehad op hun prestaties, maar daar ga ik hier verder niet op in. Het is hoe dan ook indrukwekkend hoe dominant Kania gedurende al die jaren is geweest. Na haar eerste WK Allround heeft ze in 15 WK deelnames 11 keer goud en 4 keer zilver gewonnen op WK’s en heeft ze op 2 4e plekken na op de Spelen bij al haar deelnames op het podium gestaan. In 1986 had ze bijna het perfecte jaar, maar werd ze op het WK Allround 4e op de 5, haar puntenaantal van dat jaar is met afstand de beste jaarscore van alle vrouwen en zou voldoende zijn geweest voor plek 83 op de lijst. Vreemd genoeg deed ze maar 3 keer mee aan het EK, waarbij ze telkens 2e werd. Op de 3 en 5 na, staat ze bij alle afstandslijsten, inclusief de vierkampen, top 6. In totaal stond Kania 797 dagen bovenaan de Adelskalender, verdeeld over 3 periodes en ze reed 10 wereldrecords, waarbij haar Medeowerelrecord van 1.59,3 zo bizar goed was, dat het tot het klapschaatstijdperk bleef staan. Ik kan oneindig lang door blijven gaan met records en megaprestaties van Kania opnoemen, maar dat heeft niet zoveel zin. Ik wil daarom afsluiten met de observatie dat Kania op haar 26e stopte en dat als ze 1 jaartje was doorgegaan, ze aan haar slechtste jaar sinds 1980 genoeg had gehad om de eerste plaats op de lijst der lijsten te bezetten.

4. Gunda Niemann
Duitsland, 1988 - 2004

Na Kania was er al heel snel Niemann (of eigenlijk Kleemann) die bij het allrounden het stokje overnam. Met 8 Europese- en wereldtitels allround lijkt het gerechtvaardigd om Niemann als beste allrounder ooit te beschouwen, dus laat ik dat ook maar doen. Ze begon pas op haar 17e met schaatsen en in tegenstelling tot vele anderen was zij dan ook nooit succesvol op het WK Junioren. Toen ze in 1988 debuteerde op het EK en direct zilver haalde, was ze al 21. Ze beschouwde zelf een World Cup-race op de 3 in datzelfde seizoen, waarbij ze in een direct duel binnen een seconde van winnares Kania bleef, als haar grote doorbraak. In 1989 won ze haar eerste EK, maar was er op het WK nog zilver, achter trainingsmaatje Moser (#96). Een jaar later maakte ze goede kans om haar eerste wereldtitel te pakken, maar kreeg ze een DQ door een botsing met Xiuli Wang op de kruising tijdens de 1500 (#215). Sowieso heeft Niemann behoorlijk wat blunders gemaakt, qua valpartijen en DQ’s door in de verkeerde baan te schaatsen, waardoor ze waarschijnlijk een stuk of 4 titels is misgelopen. Nadat ze in 1991 haar eerste WK won was het hek van de dam en tot 1999 werd ze bij al haar deelnames (alleen in 1994 niet) wereldkampioen, waarbij ze doorgaans 1500, 3 en 5 kilometer allemaal won. In 1995 won ze zelfs alle afstanden op WK én EK. Op de Spelen van 1992 maakte ze haar favorietenrol volledig waar, met goud op de 3 en 5 en zilver op de 1500, maar in de daaropvolgende Spelen waren er meer problemen, mede doordat ze de immense druk van de favorietenrol niet aankon. In 1994 moest ze het doen met een val+DQ op de 3, brons op de 1500 en zilver op de 5, achter Pechstein. In 1998 won ze wel de 3, maar waren zilver op de 1500 en 5 (slechts 0,04 achter Pechstein), toch grote tegenvallers. Op de WK’s Afstanden was er verder wel veel succes, met tussen 1996 en 2001 in 11 afstanden 9 keer goud en 2x zilver. In 2000 werd ze voor het eerst geen wereldkampioen allround, doordat ze achter haar eeuwige rivale Pechstein eindigde, wat het einde van haar dominantie inluidde. Door zwangerschap (dochter Victoria leek een grote toekomst tegemoet te gaan, maar is helaas gestagneerd) miste ze 2002 en 2003 en haar comeback in 2004 doofde snel uit, doordat ze last bleef houden van haar rug. In totaal reed ze maar liefst 19 wereldrecords, als ik het goed heb een wereldrecord aan wereldrecords. Haar 4.00,26 in Hamar in 2001 is was misschien wel 1 van de beste ritten die ooit door een vrouw zijn gereden en zou afgelopen WK op diezelfde baan de winnende tijd zijn geweest. Ze stond 2958 dagen bovenaan de Adelskalender, verdeeld over 2 periodes. Met maar liefst 30 gouden medailles staat ze ruim bovenaan als het gaat om aantal overwinningen (5 meer dan nummer 2 Kania). Op de afstandslijsten van 1500, 3 en 5 staat ze 3e en bij het allrounden bezet ze plek 2. In 1995, 1996 en 1997 won ze de Oscar, waarmee ze als enige vrouw meer dan 1 beeldje op de schoorsteenmantel heeft staan. Ze had geen fluwelen techniek, maar een enorme wilskracht, wat in Duitsland zeer gewaardeerd werd. Ze was de eerste Duitse schaatsster die grote sponsorcontracten binnen wist te slepen en was veelvuldig te zien in de media. Net als Friesinger had ze een langdurige vete met Pechstein, maar verder was ze alom geliefd in de schaatswereld en ze lijkt dan ook bij uitstek geschikt voor haar rol als trainer, die ze de laatste jaren heeft opgepakt. In 2001 werd de baan in Erfurt naar haar vernoemd en sinds 2019 is ze de eerste schaatsster in de Duitse sport Hall of Fame.
 
En ik ook! Ik was zeer benieuwd wie er daar bovenaan waar uit zouden komen. Maar dat ik Niemann hier zojuist buiten de top 3 aantrof, was toch best een shocker. In het stukje over Kania blijkt duidelijk dat de lengte van een carrière in deze lijst veel invloed heeft. Dus ja, we gaan het zien.

Ik lees dat de top 5 mijlenver voor de rest staat, maar wel heel dicht bij elkaar. Hierdoor zou de unieke dame die hier links op mijn fotootje zo schitterend in de bocht hangt, met een paar goede resultaten in Milaan nog punten kunnen scoren waarmee ze misschien nog stijgt? Of verder uitloopt? Krijgen we zo dan nog één laatste duel tussen Wüst en Sablikova? Of krijgt deze lijst dan toch weer die dekselse nummer 1 die het damesschaatsen jarenlang een soort van dwars zat omdat ze maar niet wilde stoppen?
 
3. Claudia Pechstein
Duitsland, 1988 - 2024

De eer van hoogst genoteerde Duitse inbreng in deze lijst gaat naar Claudia Pechstein. Iets wat ze, in het fictieve geval dat ze deze lijst ooit onder ogen krijgt, waarschijnlijk erg leuk zou vinden om te zien, aangezien ze zich toch altijd een beetje miskend heeft gevoeld. De bedoeling van deze stukjes is van begin af aan geweest dat mensen na het lezen ervan een beetje meer fan van al deze schaatsers zouden worden. Dus dat ga ik bij Pechstein, waarschijnlijk de meest polariserende figuur uit de geschiedenis van de schaatssport, ook proberen te bereiken. Je kan het je bijna niet voorstellen, maar ook Pechstein begon ooit als kunstrijder, hoewel ze er op 10 jarige leeftijd al achter was dat al die balletbewegingen haar niet lagen. In de jeugd gooide ze onder begeleiding van Schleichermacher (#116) al hoge ogen op het WK Junioren, zonder ooit kampioen te worden. En dat zou, eerlijk is eerlijk, toch een beetje het verhaal van haar carrière blijven. Hoe gigantisch veel ze ook won, ze zou nooit echt de vlaggendraagster van de sport worden en in eigen land altijd een populairdere concurrente voor zich moeten dulden. In 1992 deed ze voor het eerst mee bij de senioren en daar behaalde ze op haar afstand, de 5, direct brons op de Spelen, achter Niemann en Schalling. De allroundtoernooien wilden in deze periode nog niet zo lukken, maar gelukkig voor Claudia waren er 2 jaar later alweer Olympische Spelen en ditmaal was er naast nogmaals brons, op de 3, goud op de 5. Pechstein is natuurlijk een vrouw vol bravoure en verklaarde in de roes van de overwinning dat het tijdperk van Niemann voorbij was en dat zij de nieuwe ster aan het firmament was. We hadden eerder al vastgesteld dat Niemann een grote publiekslieveling was, dus dat was op zijn zachtst gezegd niet zo handig, maar ach, zulk soort dingen gebeuren wel eens (Bloemen die het WR van Kramer letterlijk breekt, ook zo’n momentje). Ondanks die bravoure lukte het Pechstein in de jaren die volgden nooit echt om haar zelfverklaarde status te bevestigen. Vanaf 1996 ging ze pas echt heel veel medailles winnen op WK Afstanden en WK Allround, maar vooral de Spelen zouden altijd haar toernooi blijven. Tussen 1996 en 2002 won ze 5 maal zilver op het WK Allround en eenmaal goud, 3x brons, 8x zilver en 3x goud op het WK Afstanden van 1500 t/m 5 en 3x goud en 1x zilver op de Spelen. Met 3 wereldtitels in 1 jaar was ze in 2000 Niemann eindelijk een beetje voorbijgestreeft, maar toen kwam Friesinger om de hoek kijken, waardoor ze weer in iemands schaduw moest staan, hoewel ze op de Spelen duidelijk de succesvolste van alle Duitse dames was met in 2002 zelfs 2x goud, waaronder de 5 in 6.46, nog altijd een extreem goede tijd en de laatste van haar 5 wereldrecords. Inmiddels was ze ook al in de 30 en in de jaren die volgden werden de resultaten steeds iets minder. De 1500 reed ze inmiddels niet meer, maar ze wist nog wel telkens in de prijzen te rijden op de 3, 5 en het allrounden (in 2003 en 2004 was er nog goud op het WK Afstanden). In 2006 pakte ze voor de 5e Spelen op rij een medaille op de 5, maar ook daarna bleef ze maar doorgaan en medailles winnen. In 2010 volgde natuurlijk haar dopingschorsging en vanaf dat moment reed ze op rancune, dixit Herbert 423 keer per seizoen, nog bijna 15 jaar door, met nog steeds heel veel medailles. In 2017 werd ze, op haar bijna 45e, gewoon nog 2e op de 5 km en een seizoen later won ze gewoon nog een worldcup. Er zijn momenteel een aantal vrij oude mannen die nog redelijk goed meedoen en waar veel mensen erg enthousiast over zijn, maar de kans dat die over een jaar of 7 nog tot zo’n prestatie in staat zouden zijn lijkt toch echt 0. Pechstein had daar wel wat meer lof voor verdiend dan enkel het constant herhalen dat ze op rancune motivatie blijft houden en dat ze in eigen land zo weinig concurrentie had. Als je zo lang aan de top blijft spreekt het voor zich dat je ontzettend veel records in handen hebt, die ga ik natuurlijk niet allemaal noemen. Wel wil ik even noemen dat ze tussen 1996 en 2006 een recordaantal van 11 keer op rij op het WK Allroundpodium stond, terwijl ze toen nog een reguliere carrièrelengte had en dat ze welgeteld 8 dagen bovenaan de Adelskalender stond. Ze staat 2e op de afstandslijsten 3 en 5 en 3e bij het allrounden en ze heeft in 29 verschillende seizoenen in totaal 77 scores behaald, waarvan er 44 een medaille waren, het meeste van iedereen in de lijst. Inmiddels heeft ze al een tijd een relatie met Matthias Grosse, is ze politiek actief en heeft ze een hele carrière als politieagente, ik hoop dat ze daar wat voldoening en rust uit kan halen en ze met tevredenheid terug kan blikken op misschien wel de langste topsportcarrière allertijden.

2. Martina Sablikova
Tsjechië, 2003 - heden

Kania was de dominantste van allemaal, Niemann de beste allrounder en Pechstein de vrouw met de langste carrière, maar Sablikova is de beste stayer ooit en, gegeven haar achtergrond, wat mij betreft met afstand de vrouw met de indrukwekkendste carrière. Afkomstig uit een land zonder schaatsbanen, dat nog nooit een serieuze schaatser had voortgebracht en dan zonder voorzieningen, ploeggenoten, of wat dan ook vanaf je 18e een sport op die manier domineren is echt ongekend. Als 15-jarige debuteerde op het EK en als junior deed ze ook al mee aan de Spelen, maar toen moest ze het nog doen met een 4e plek. Vanaf 2007 overheerste ze de lange afstanden op ongekende wijze, waarbij ze record na record brak. In 2007 waren er al goud op de 3 en 5 en op het EK, waarbij de eerste versie van de klassieker Wüst-Sablikova tot een ongekende apotheose kwam, waarbij direct duidelijk was dat deze 2 dames in de komende jaren het schaatsen zouden gaan bepalen. Tot en met 2019 zou ze vervolgens alle 5 kilometers op het WK Afstanden winnen, 10 op een rij en op de Spelen greep ze alleen mis in 2018. 2007 – 2017 geeft dus een reeks van 11 achtereenvolgende titels, wat met grote afstand een record is. Toch waren de beste jaren van haar carrière, vergelijkbaar met Kramer, waarschijnlijk die eerste paar jaar, met 2010 als absolute uitschieter. Dat jaar won ze het EK en het WK en pakte ze op de Spelen niet alleen goud op de 3 en de 5, maar ook brons op de 1500, haar enige medaille op een mondiaal titeltoernooi op die afstand. Voor dit seizoen kreeg ze een terechte Oscar. Tussen 2007 en 2012 won ze, los van de Spelen en de 5 kilometers, in totaal 4 keer het EK, 2 keer het WK, 2 keer de 3 en pakte ze nog 4 andere medailles op allroundtoernooien en WK Afstanden. Toen begon echter een wat lastigere periode waarin ze het WK Allround meermaals oversloeg, op het EK niet verder kwam dan 1 keer brons en op de 3 slechts zilver haalde op WK en Spelen. Vanaf 2015 was ze echter weer een periode helemaal terug met in 2015 en 2016 alle 6 de wereldtitels die ze kon halen. Toen ze in 2018 werd verslagen door Visser (#166) leken haar dagen aan de top geteld, maar niets was minder waar, want in 2019 won ze gewoon weer de 3, 5 en het allrounden. In 2020 won ze nog de 3, maar toen was het qua titels wel gedaan. Zoals we allemaal weten pakt ze sindsdien echter nog steeds voortdurend medailles op de 3 en de 5 en is ze veranderd van de absolute maat der dingen, naar een outsider met uitstekend piekvermogen. Dat extra pasje na de bocht, de interviews die eerst in moeizaam Duits en daarna in moeizaam Engels werden gehouden, de vaste overtuiging dat alle 5 kilometers altijd in een tijd van rond de 6.51 uit zouden komen, Petr Novak die op de kruising een beetje in zijn handen klapt en iets in de trant van “kom op” roept, de mededeling dat ze ergens last van heeft en vervolgens de reactie van half Nederland dat ze dat altijd zegt en dat dat nooit ergens uit blijkt, de vriendschap met Pechstein, de verrassing en verwarring bij iedereen toen Hersman een soort van tussen neus en lippen door vertelde dat ze een relatie heeft met Zdrahalova, de duels met Wüst die erin vloog en Sablikova die dan op het eind nog erlangs moest zien te komen, de constante teleurstelling dat haar gigantische populariteit in Tsjechië nog altijd niet heeft geleid tot de bouw van een schaatsbaan… In de tijd dat ik schaatsen kijk heeft er geen enkele buitenlandse schaats(st)er meer zichtbaarheid, impact en verhalen opgeleverd dan Sablikova en ik denk eerlijk gezegd vroeger ook niet. Ze heeft het Tsjechische schaatsen eigenhandig op de kaart gezet, waardoor ze inmiddels ook in de breedte serieus in de subtop van Europa zitten. Maar boven alles staat toch wel het niveau dat ze had op de 5. Het gebeurt nog voortdurend dat je lijstjes langs ziet komen van beste tijden en dat er tussen al die tijden van de afgelopen 5 jaar ineens een Sablikovatijd uit 2007 de neus opsteekt. Ze was haar tijd ver vooruit, reed 5 echte wereldrecords en 2 fantastische 10 kilometerwereldrecords, staat eerste op de afstandslijsten 3 en 5 en 4e bij het allrounden en kan daarnaast ook nog eens heel goed wielrennen. En het verhaal is nog niet over. Met de 3, 5 en het WK Allround heeft ze nog 3 kansen om punten te scoren en ik acht de kans dat ze uiteindelijk nog naar plek 1 wipt ongeveer 75%. Dat WK Allround in Thialf eind dit jaar, dat zou toch een geweldig eerbetoon moeten worden.
 
Laatst bewerkt:
1. Ireen Wüst
Nederland, 2004 - 2022

Toch is er op dit moment maar 1 nummer 1 in de lijst en dat is uiteindelijk gewoon Ireen Wüst. In zekere zin is Wüst ook de samensmelting van al die andere superkampioenen die de top 5 bevolken: ze was een geweldige allrounder (net als Niemann) die een periode lang superdominant was op heel veel afstanden en daarbij ook de kortere afstanden aankon (net als Kania), terwijl ze ook een eigen afstand had die ze domineerde (net als Sablikova) en gedurende een hele lange carrière aan de top bleef (net als Pechstein). Wüst kwam op als een speer, waarbij haar gouden 3 kilometer in Turijn al een vooraankondiging was voor wat zou komen. In 2007 was ze direct superdominant met winst op het WK Allround, de 1000, de 1500 en zilver op het WK Sprint. Daarna was het een paar jaar wat minder, in 2008 was er geen enkele medaille op het WK Afstanden en ze zou tot de Spelen van 2010 moeten wachten tot ze weer eens een mondiaal titeltoernooi won, toen ze goud pakte op de 1500. Vanaf dat moment begon echter dé topperiode voor Wüst die uitmondde in haar absolute wereldjaar 2014. Ze won 4 keer op rij het WK Allround, 2 wereldtitels op 1500 en 3 en 6 andere medailles op het WK Afstanden. In 2013 gaf ze in Sotsji alvast een voorproefje voor Sotsji, door op de 1000 t/m 5 minstens zilver te pakken, naast een EK- en WK-titel allround (Oscarwaardig!). In 2014 herhaalde ze dit kunstje, hoewel ze op de 1500 genoegen moest nemen met zilver in plaats van goud. Hiermee werd ze de enige ooit die van 1000 t/m 5 minstens zilver pakte op hetzelfde toernooi, wat ze dus niet 1, maar 2 keer deed. De parallel met de carrière van Sablikova is overduidelijk te zien, want na deze topperiode van Wüst die samenviel met de mindere periode van Sablikova, volgde weer een wat mindere periode voor Ireen, die juist weer samenviel met de topperiode van Martina. Ze moest het een paar jaar zonder wereldtitels stellen, maar in 2017 herstelde ook Wüst zich weer met 2 allroundtitels en wereldgoud op de 3. In 2018 leek ze voorbij te worden gestreefd door Takagi op de 1500, maar op de Spelen perste ze er een geweldige rit uit, waardoor ze toch weer Olympisch kampioen werd. Vanaf dit moment werd ze gebombardeerd tot de piekkoningin, van het schaatsen. Ze was niet meer dominant, maar wist toch telkens de 1500 nog te winnen. Op de andere wedstrijden en afstanden liet ze steeds meer lopen (hoewel ze in 2020 gewoon nog Wereldkampioen Allround werd), maar in 2018 en 2020 waren er gewoon nog goud op de 1500 (in 2019 was er zilver). Toen ze in het coronajaar voor het eerst sinds 2008 naast alle medailles op individuele afstanden greep werd Ireen voor de zoveelste keer afgeschreven, maar zoals bekend kwam ze gewoon weer terug, met in Peking dat allerlaatste goud op de 1500. Met gouden medailles op 5 verschillende Spelen zette ze een absoluut unieke prestatie neer en ze had zich geen waardiger afscheid kunnen wensen. Dat was ook direct de grote kracht van Wüst. Ze is haar hele carrière goud blijven winnen en wist zich altijd weer terug te vechten. Altijd werd ze in 1 adem genoemd met Kramer, maar waar die vooral heel dominant was, totdat het voorbij was, oogde Wüst altijd veel kwetsbaarder. Juist die kwetsbaarheid zorgde er ook voor dat ze mentaal zo sterk was en zo goed terug kon komen na tegenslag, waardoor ze telkens opnieuw en opnieuw en opnieuw overwinningen uit het vuur wist te slepen. De tocht die Wüst heeft gemaakt van jong Brabants meisje dat nog moest wennen aan het achtergrondlawaai van het publiek en daarom overdreven hard in de microfoon schreeuwde en dat overmand door zenuwen de 5 kilometer totaal verpestte op het EK van 2007, tot de soevereine wereldtopper die op diezelfde 5 kilometer Sablikova tot wanhoop dreef waardoor juist de Tsjechische degene was die (tegen)viel en die het schaatsen domineerde van sprint tot lange afstand, tot de oude veteraan die haar momenten uitkoos en daarmee de jonge garde geregeld achter zich liet, maar zich tegelijkertijd als mentrix ontfermde over diezelfde jonge garde, hebben we allemaal gevolgd en heeft het schaatspubliek 5 Spelen lang aan de buis gekluisterd gehouden. Ze staat eerste op de allroundlijst, eerste op de 1500, 4e op de 3 en 8e op de 1000 en ze is de meest gelauwerde Nederlander en schaatsster ooit op de Spelen. Haar eeuwige rivaliteit met Sablikova staat dikgedrukt in de geschiedenisboeken en is nog niet voorbij. Ireen zal komend voorjaar peentjes zwetend voor de televisie zitten, de eeuwige roem staat op het spel…
 
Laatst bewerkt:
En daarmee zijn we wederom tot een einde gekomen van een top 50. Waar ik bij de mannen gewoon maar zo'n beetje begon en ik er pas na een tijdje wat routine in kreeg hoe ik de stukjes het best kon aanpakken, kon ik die ervaring nu al meenemen, waardoor het iets gestructureerder was. Dat maakte wel dat het nog meer tijd kostte, dus wederom ben ik ook wel weer blij dat het erop zit. De geschiedenis van het vrouwenschaatsen is duidelijk heel anders verlopen dan bij de mannen, maar ik denk dat door te beginnen in 1957, deze lijst uiteindelijk misschien nog wel leuker en diverser is geworden.

Ik, en waarschijnlijk een groot deel van jullie ook, heb vooral over de Russinnen een heleboel geleerd (hoewel ik een deel nu ook alweer vergeten ben). Als je al die uitslagen van vroeger ziet, vergeet je soms bijna dat achter al die namen ook gewoon allemaal individuele personen, met hun eigen ideeën en verwachtingen zitten. Dat is ook de reden dat ik niet echt in ben gegaan op het dopingverleden van de Oost-Duitsers, daar kozen die vrouwen zelf ook niet voor.

Ik zal komende tijd dezelfde statistieken waar om werd gevraagd bij de mannen ook voor de vrouwen nog posten. Voor nu zijn dat deze:

Landen
Duitsland - 11, VS- 9, Rusland - 8, Nederland - 8, Canada - 5, Japan - 3, Noorwegen - 1, Polen - 1, Zuid-Korea - 1, Oostenrijk - 1, Tsjechië - 1, Wit-Rusland - 1

Decennia (rijdsters met minstens 2 jaar met uitslagen in 1 decennium)
'50 - 2
'60 - 8
'70 - 13
'80 - 14
'90 - 15
'00 - 16
'10 - 12
'20 - 9

En wat statistieken van de volledige lijst:

Er staan 464 rijders uit 26 landen in de lijst. Pechstein en Sablikova hebben de meeste jaren met scores (29 en 21) en Pechstein en Wüst hebben de meeste scores (77 en 63). 28 rijders hebben slechts 1 10e plek. 104 rijders hebben minstens 1 eerste plek en 210 rijders hebben minstens 1 medaille.
 
Laatst bewerkt:
Ontzettend bedankt voor alle moeite die je hier ingestopt hebt Asterisk ! Dit is veel meer dan een kale opsomming van cijfers en uitslagen.
Heel leuk om van zoveel schaatsers hun achtergrond te leren kennen. Zeker van de "oude" Russinnen/Sovjet rijdsters moet dit een behoorlijk karwei geweest zijn.
Het is eigenlijk jammer dat er naast man/vrouw schaatsers geen derde geslacht is. Dan hadden we nog een categorie gehad om naar uit te kijken !
 
Dank je wel voor de ranglijst en je mooie beschrijvingen, Asterisk. Bij Claudia Pechstein heb ik altijd het gevoel gehad dat zij symbool stond voor de DDR-burgers na de Duitse eenwording. Het moeilijk accepteren dat dingen veranderd zijn en het continue idee achtergesteld te worden.

Claudia Pechstein is in ieder geval nog wel onderwerp geweest in een popsong (maar of dat nu zo flatteus was...).

Voor degenen die het Duits niet zo machtig zijn:

En daar rijdt Claudia Pechstein
Dat doet ze al sinds duizend jaar
Als je van iets houdt, kan het niet slecht zijn
De grond onder haar bevroren

Ik ben niet geïnteresseerd in skaten
En al helemaal niet op het ijs
Maar ik kan goed met haar relaten
Want ze draait steeds in kringetjes rond
Want ze draait steeds in kringetjes rond

En hoe langer ik hier zit
En hoe meer tijd verstrijkt
Geloof ik dat zij de enige is
Die mij in de wereld begrijpt

Want daar draait zij haar rondjes
En ze wint niet eens een prijs
Ik voel me met haar toch zo verbonden
Want ze draait steeds in kringetjes rond
Want ze draait steeds in kringetjes rond

Misschien ziet zij het ook heel anders
En heb ik het helemaal verkeerd bedacht
Zijn wij compleet verschillend
In alles wat ze verder doet

Maar daarvoor ken ik haar te weinig
Ik weet eigenlijk alleen maar hoe ze heet
Maar ergens zijn we elkaars gelijken
Want ze draait steeds in kringetjes rond
Want ze draait steeds in kringetjes rond
 
Ook namens mij heel veel dank en grote complimenten voor deze lijst, die inderdaad veel meer is geworden dan een rangschikking van cijfers en namen. Ik vind het ook fijn dat je mensen van de schaatsers hebt gemaakt. Want dat zijn het gewoon. Mensen.

Wij mogen hier over ze schrijven wat we van ze vinden en ze met superlatieven bedelven of juist (in mijn ogen) veel te makkelijk in de negatieve hoek zetten. Maar aan het einde van de dag zijn het mensen. Mensen die zijn gaan schaatsen omdat ze dat ooit leuk vonden en die daar dusdanig goed in zijn (beter dan wij in veel dingen zijn) dat ze er een tijdlang hun leven mee vorm hebben kunnen geven. In die rol van schaatsers zijn ze een soort moderne gladiatoren die ons als plebs in de schaatsarena's voorzien van brood en spelen. In die hoedanigheid mag ik ze graag toejuichen. En daarom juich ik de manier waarop deze lijst is uitgewerkt nogmaals nadrukkelijk toe.

En! Wat een schitterende ode aan Martina Sablikova! Echt! Ik heb geen idee hoe ik haar volstrekt unieke grootsheid moet gaan omschrijven als ze over een paar maanden stopt. Maar dit stukje zegt eigenlijk alles al. Gelukkig is het nog niet zover. Sablikova schaatst nog een paar laatste rondes. Nu heb ik begrepen dat ze niet van plan was/is om het WK Allround te gaan rijden. Toch? Dat zou toch wel ongelooflijk jammer zijn. Want als er nu 1 buitenlandse schaatser is die in Thialf bij haar afscheid een minutenlange massale staande ovatie verdient is zij het wel.

Met welke uitslagen in Milaan kan Sablikova Wüst trouwens nog voorbij?
Of .. kunnen ze nog exact gelijk komen? Dat zou ik ook wel mooi vinden eigenlijk.
 
Daarvoor heeft ze toch iets te kort aan de top gestaan, uiteindelijk heeft ze ook 'maar' 5 gouden medailles. Ik heb ooit met het idee gespeeld om ook aan wereldrecords punten toe te kennen, als ik dat zou hebben gedaan zou Klassen waarschijnlijk wel de top 10 hebben gehaald. Aan de andere kant, de rest van de schaatssters die nog komt past gevoelsmatig ook heel goed op de hoge positie die ze hebben. Hashimoto en Hunyady zijn wat mij betreft de laatste echt verrassende noteringen.
Inderdaad. De grootsheids van Klassen vertekent door haar sterke PR's en haar nummer-1-positie op de Adelskalendern. Dat is leuk voor de statistici, maar uiteindelijk gaat het om de tastbare prijzen. Ze heeft inderdaad 'slechts' één olympische titel, twee keer wereldkampioen Allround, twee keer (individueel) WK afstanden. Geweldig natuurlijk, maar niet in de buurt van de top van deze lijst.
 
Met welke uitslagen in Milaan kan Sablikova Wüst trouwens nog voorbij?
Of .. kunnen ze nog exact gelijk komen? Dat zou ik ook wel mooi vinden eigenlijk.

Aangezien Sablikova nog 2 en hopelijk 3 onderdelen te rijden heeft zijn er een heleboel opties waarop het haar kan lukken. 1 gouden medaille is sowieso genoeg. Dat zit er waarschijnlijk niet in, maar 1 medaille en een lage top 10 notering kunnen ook al genoeg zijn en ook zonder medaille zijn er nog genoeg wegen naar de top. Als ze het WK Allround niet rijdt is het nog haalbaar, maar heeft ze wel echt hoge noteringen nodig op de Spelen, als ze het WK Allround wel rijdt, zou het me verbazen als ze het niet redt.

Een gelijke stand qua puntenaantal is mogelijk, maar een gelijke stand in de ranglijst is niet mogelijk. Er zijn veel meer posities waar er een gelijke stand is qua puntenaantal, dus ik heb een methode om dan toch onderscheid te maken (soort doelsaldo dus). Bij een gelijke stand in puntenaantal gaat Sablikova over Wüst heen.

Overigens, voorseizoenen heb ik niet meegenomen, dus wat dat betreft kan ik niets over piekvermogen zeggen, maar Sablikova heeft wel meer gouden medailles en ook meer verschillende jaren met gouden medailles dan Wüst. Wüst heeft vooral veel meer overige top 10 plekken, doordat ze meer afstanden aankon.
 
Dan de toplijstjes voor de landen, top 5 voor grote landen, top 3 voor kleinere landen, de positie op de volledige lijst en de jaartallen waarin punten werden gehaald:

België
1. Jelena Peeters-401 (2015-2018); 2. Sandrine Tas-437 (2025)

Canada
1. Cindy Klassen-16 (2001-2012); 2. Kristina Groves-23 (2001-2010); 3. Christine Nesbitt-29 (2006-2014); 4. Catrione LeMay-36 (1994-2003); 5. Sylvia Burka-38 (1972-1980)

China
1. Qiaobo Ye-67 (1991-1994); 2. Beixing Wang-73 (2005-2014); 3. Jing Yu-82 (2009-2018); 4. Hong Zhang-90 (2011-2017); Manli Wang-103 (2003-2006)

Duitsland
1. Claudia Pechstein-3 (1992-2023); 2. Gunda Niemann-4 (1988-2004); 3. Karin Kania-5 (1980-1988); 4. Anni Friesinger-6 (1994-2010); 5. Andrea Mitscherlich-7 (1976-1988)

Finland
1. Kaija Mustonen-66 (1960-1968); 2. Iris Sihvonen-107 (1957-1960); 3.Eevi Huttunen-111 (1957-1960); 4. Kaija Keskivitikka-197 (1964-1969); 5. Paula Halonen-228 (1975-1976)

Frankrijk
1. Martine Ivangine-437 (1967)

Georgië
1. Inga Gilauri-437 (1988)

Italië
1. Francesca Lollobrigida-106 (2018-heden); 2. Elena Belci-125 (1989-1998); Chiara Simionato-129 (1999-2008)

Japan
1. Miho Takagi-14 (2012-heden); 2. Seiko Hashimoto-17 (1985-1994); 3. Nao Kodaira-31 (2010-2022); 4. Maki Tabata-53 (1995-2009); 5. Tomomi Okazaki-97 (1996-2010)

Kazachstan
1. Ljoedmila Prokasjeva-60 (1990-2001); 2. Tatjana Tarasova-165 (1980-1981); 3. Jekaterina Ajdova-173 (2011-2023)

Letland
1. Lasma Kauniste-56 (1966-1973)

Nederland
1. Ireen Wüst-1 (2005-2022); 2. Stien Kaiser-11 (1965-1972); 3. Atje Keulen-Deelstra-20 (1970-1974); 4. Yvonne van Gennip-22 (1982-1992); 5. Marianne Timmer-25 (1997-2008)

Noord-Korea
1. Song-Soon Kim-88 (1963-1967); 2.Phil-Hwa Han-110 (1963-1967); 3. Hwa-Son Song-258 (1988-1989)
 
Back
Top