Statistieken en Grafieken

Ik doe weer eens een oproep naar oude rondetijden, deze keer specifiek van de Olympic Oval Finale in Calgary van 2007 en 2008. Die van de jaren ervoor zijn gearchiveerd op the internet archive en die daarna zijn nog beschikbaar online, maar de website waar 2007 en 2008 opstonden is helaas niet gearchiveerd en ook niet meer in de lucht.

Als iemand ergens van gearchiveerde rondetijden van die wedstrijden weet dan zou ik dat heel graag horen. Ik heb al geprobeerd de ijsbaan van Calgary te mailen, maar zij konden mij niet verder helpen.

Deze website? De timing technician (John) van de ijsbaan in Calgary heeft dit ooit gemaakt maar is volgens mij een beetje vergeten dat het nog bestaat.
 

Deze website? De timing technician (John) van de ijsbaan in Calgary heeft dit ooit gemaakt maar is volgens mij een beetje vergeten dat het nog bestaat.
De website wil niet laden voor mij, maar van wat ik even snel in het internet archive kan zien lijkt het dezelfde als deze: http://136.159.129.160/Competition/Results.aspx?event_id=788&comp_id=6957

En die website heeft wel de eindtijden van wedstrijden uit 06-07 en 07-08, maar geen rondetijden.

En die twee jaar gebruikten ze voornamelijk deze website: https://web.archive.org/web/2007092...sults/tabid/123/Default.aspx?PageContentID=38 maar daar zijn geen enkele daadwerkelijke resultaten van gearchiveerd.

Edit: In firefox kan ik die website wel laden en inderdaad, er staan geen rondetijden op.
 
Laatst bewerkt:
You write that the last inner curve in the 1000m is an advantage for sub-top athletes, but is a disadvantage for the absolute world best skaters.

It seems logical that the last inner is only an advantage when you can actually draft behind someone at the last crossover. The sub-top skaters usually have an opponent of their level, so they get advantage of a draft indeed. This isn't the case for skaters like Jutta Leerdam and Femke Kok. They are usually already ahead of their opponents before the last crossover, so they can't benefit by skating towards someone because there isn't anybody they can draft behind. This makes the first crossover they only way they can use their opponent to gain some extra speed.

Maybe @Marcel Vos can prove this hypothesis with data about lap times?
Ik heb zoiets bij het NK afstanden 2025 een keer gedaan. Ik keek toen naar alle WK sprints sinds 2004 en vergeleek de tijden van iedereen die allebei de keren een eindtijd onder de 1:11.00 reed. Omdat het een WK sprint is start iedereen een keer binnen en buiten en kun je dus mooi kijken welke baan sneller is. Het antwoord? De buitenbaan was gemiddeld 0.018 seconden sneller, dus zo'n twee honderdsten. Wat interessant is is dat de binnenbaan gemiddeld significant sneller opende en een snellere slotronde reed, maar de snellere openingsronde van de buitenbaan was genoeg om dat bijna precies te compenseren.

Dat kijkt natuurlijk niet naar het verschil tussen toppers en niet-toppers. Ik zou dan de top 5 met en nrs 11 t/m 15 moeten vergelijken ofzo, maar daar heb ik nu even niet zoveel zin in.
 
I have looked into the advantage (?) of having last inner lane on the 500 m and the 1000 m. Be sure to check out the results!

Dit fenomeen is iets wat je moet onderzoeken met een goede statistische techniek. Met alleen naar plaatjes kijken en een heel simpele regressielijn doe je hier geen recht mee.
Een goede statistische techniek is in het verleden ook gehanteerd en aanleiding geweest om de 500 meter op de OS twee keer te verrijden. Volgens de toenmalige cijfers zou dat ook voor de 1000 meter moeten gelden. Zie bijvoorbeeld hier:

 
Voor mij is gevoelsmatig in elk geval het verschil op de 1000m tussen binnen- en buitenbocht altijd groter geweest bij de 1000m dan bij de 500m. Heb dit ook wel eens globaal onderzocht door ritzeges te bekijken in de WB (geloof dat ik anderhalf jaar aan ritten had gepakt). In de WB wordt je gekoppeld aan een vergelijkbare tegenstander, namelijk iemand die dicht bij je staat in het klassement. Bij de 500m was ritwinst binnen of buiten ongeveer 50/50 (klein voordeel voor de laatste binnenbocht), bij de 1000m was er toen wel een groter verschil met een voordeel voor de laatste binnenbocht. Twee keer de 1000m rijden heb ik dan ook altijd veel logischer gevonden dan twee keer de 500m.
 
I guess that in the long run, the skaters in the same pairs are quite similar when it comes to capacity, so the mentioned method should probably give a good picture of the overall advantage/disadvantage.

What I tried to point out with my article is that there seems to be some sort of shift which leads to the two lines in my graphs crossing each other. In my opinion, this analysis is actually a little more sophisticated than NLH's research back in 2018.
 
Mmm, ik zou toch eerst willen zien of de twee lijntjes in de diverse grafieken wel significant van elkaar verschillen. Met mijn timmermansoog zou ik zeggen van niet, maar ik laat me graag verrassen. En dan zijn er bij de vrouwen ook nog wat oranje outliers aan de rechterkant, die de boel best wel eens kunnen scheeftrekken.
 
That's a good question! I guess that what actually would prove to have a significant impact on the result, is the internal difference between the two skaters in the same pair. I have not measured this.

In my analysis, the only significant result is for the female skaters that are ranked more than 500 ELO points above the mean skater in their competition. Those skaters perform significantally better with outer lane than with inner lane.
 
Back
Top