Statistieken en Grafieken

Ik heb een heel erg bijzondere grafiek voor jullie. Dit is het aantal keer dat er per seizoen onder de 16.2 seconden is geopend op de 1000 meter mannen:

Bekijk bijlage 7476

39! Er is dit seizoen negenendertig keer onder de 16.2 geopend. Dat is meer dan twee keer zoveel als het vorige record dat het vorige seizoen gezet is, en dat was ook al een heel dik nieuw record. En als je scherpere limieten neemt heb je ook verdubbelingen. Onder de 16.1 is van 8x vorig seizoen naar 18x dit seizoen gegaan, en onder de 16.0 seconden is van 2x in 2012 naar 5x dit seizoen gegaan.

Hoe kan het dat men ineens zo gigantisch snel opent?? Dit is niet alleen Dubreuil, De Boo, en Stolz, maar ook genoeg anderen. In totaal openden zelfs wel 14 verschillende mannen onder de 16.2 seconden dit seizoen:

9x - Jenning de Boo
6x - Jordan Stolz
5x - Laurent Dubreuil
4x - Damian Zurek
3x - Christopher Fiola
2x - Sebas Diniz, Cooper McLeod, Stefan Westenbroek
1x - Cédrick Brunet, Merijn Scheperkamp, Yankun Zhao, Wataru Morishige, Jalen Doan, Anders Johnson

Natuurlijk wordt het schaatsen steeds sneller, maar deze stijging in supersnelle openingen is compleet buiten proportie, zeker omdat de start relatief weinig voordeel heeft van technologische progressie. Het wereldrecord op de opening is sinds de 16.17 van Shimizu in 2000 met slechts 0.25 omlaag gegaan terwijl in dezelfde periode de hele 1000 meter met 2.97 seconden is verbeterd.

Ik heb echt geen idee wat dit zou kunnen verklaren, maar interessant is het in ieder geval wel.
Olympisch jaar? BTW, het procentuele verschil tussen 2017/18 en 2021/22 lijkt groter dan voor 2025/26.
 
Olympisch jaar? BTW, het procentuele verschil tussen 2017/18 en 2021/22 lijkt groter dan voor 2025/26.
Percentages verschil zeggen niet zo veel bij kleine getallen, één schaatser kan zomaar ineens de boel overhoop gooien door een paar keer snel te openen. Van de elf in 21-22 komen er bijvoorbeeld zes van Dubreuil. Daar heeft hij meer dan de helft, terwijl dit seizoen niemand ook maar een kwart van alle supersnelle openingen haalt.

En verder is het percentage verschil tussen de afgelopen twee Olympische jaren wel groter.

2017-2018: 6
2021-2022: 11 (+83%)
2025-2026: 39 (+254%)

Als je naar de volledige Olympiades krijgt dan heb je het volgende:
1999-2002: 5
2003-2006: 3
2007-2010: 16
2011-2014: 15
2015-2018: 12
2019-2022: 23
2023-2026: 71

Dat is meer dan een verdriedubbeling ten opzichte van de vorige Olympiade, echt niet normaal.
 
Dat is meer dan een verdriedubbeling ten opzichte van de vorige Olympiade, echt niet normaal.
Wanneer de hele 1000m (steeds) sneller gaan, gaan de eerste 200m ook steeds sneller (ook al gaan wellicht de eerste tientallen meters niet sneller).
En de vorige Olympiade reden Stolz en De Boo, samen goed voor een hele zwik van die toename, nog niet zo snel of zelfs mee.
Sub-16.2 is de nieuwe sub-16.3/16.4?
En hoeveel gaat de (hele) 1000m van die snelle mannen sneller?
 
Laatst bewerkt:
Ik heb een heel erg bijzondere grafiek voor jullie. Dit is het aantal keer dat er per seizoen onder de 16.2 seconden is geopend op de 1000 meter mannen:

Bekijk bijlage 7476

39! Er is dit seizoen negenendertig keer onder de 16.2 geopend. Dat is meer dan twee keer zoveel als het vorige record dat het vorige seizoen gezet is, en dat was ook al een heel dik nieuw record. En als je scherpere limieten neemt heb je ook verdubbelingen. Onder de 16.1 is van 8x vorig seizoen naar 18x dit seizoen gegaan, en onder de 16.0 seconden is van 2x in 2012 naar 5x dit seizoen gegaan.

Hoe kan het dat men ineens zo gigantisch snel opent?? Dit is niet alleen Dubreuil, De Boo, en Stolz, maar ook genoeg anderen. In totaal openden zelfs wel 14 verschillende mannen onder de 16.2 seconden dit seizoen:

9x - Jenning de Boo
6x - Jordan Stolz
5x - Laurent Dubreuil
4x - Damian Zurek
3x - Christopher Fiola
2x - Sebas Diniz, Cooper McLeod, Stefan Westenbroek
1x - Cédrick Brunet, Merijn Scheperkamp, Yankun Zhao, Wataru Morishige, Jalen Doan, Anders Johnson

Natuurlijk wordt het schaatsen steeds sneller, maar deze stijging in supersnelle openingen is compleet buiten proportie, zeker omdat de start relatief weinig voordeel heeft van technologische progressie. Het wereldrecord op de opening is sinds de 16.17 van Shimizu in 2000 met slechts 0.25 omlaag gegaan terwijl in dezelfde periode de hele 1000 meter met 2.97 seconden is verbeterd.

Ik heb echt geen idee wat dit zou kunnen verklaren, maar interessant is het in ieder geval wel.
Je ziet dat er een exponentieel stijgende lijn is vanaf 2023 met steeds een verdubbeling naar het volgende jaar. 16.2 is mogelijk een redelijk arbitraire grens. Wat als ze er in 2023 al tegenaan hikten maar nu in het Olympisch jaar een schepje bovenop hebben gedaan? Dat er in 2023 al veel 16.21, 16.22, etc werd geopend maar dat er in de jaren daarna ook steeds vaker onder wordt gedoken.

Wat ook meespeelt is dat er een ander type schaatser de 1000 meter lijkt te rijden dan 5 jaar terug. Meer vanuit de pure sprint en dan die laatste ronde doorglijden. Als je met genoeg snelheid die laatste ronde ingaat dan kun je de snelheid redelijk goed vasthouden. Het gaat vooral om de eerste volle ronde en minder om de slotronde. Dat het vasthouden van de snelheid beter lukt kan ook heel goed aan het materiaal liggen. Die nieuwe messen (Rubys, Sapphires) lijken de schaatser meer stabiliteit te geven in de bochten waardoor het makkelijker wordt om deze te houden, wat weer energie bespaart.

Je ziet eigenlijk in de hele breedte dat er eerder een hogere topsnelheid wordt gehaald en dat lijkt mij te komen doordat er beter wordt doorversneld in de bochten. Met name de eerste bocht. Daar komt men al bijna met topsnelheid uitgeschoten. Op zo'n 1000 meter was het niet heel lang geleden nog wel eens lastig om binnen de blokken te blijven, maar daar lijkt tegenwoordig geen sprake meer van. Wellicht dat dat ook meespeelt dat men harder die tweede bocht in durft te knallen. Als je moet knijpen kun je misschien onderbewust toch ietsjes inhouden. De 1000 meter is lang. De energie die je spaart kun je later nog terugverdienen. Maar zo werkt het in de praktijk niet. Alle snelheid die je daar inlevert kun je eigenlijk niet meer terugwinnen. Je mag nergens iets laten liggen.
 
De top-10 tijden einde seizoen 2000/21 was gemiddeld 1.08.65
24 jaar later (eind vorig seizoen) was dat 1.06.02
Bij een gelijkmatige verdeling van die winst zou dat 0.5 op de eerste 200m zijn, met minder winst op de eerste 50m wellicht 0.3/0.4
 
De top-10 tijden einde seizoen 2000/21 was gemiddeld 1.08.65
24 jaar later (eind vorig seizoen) was dat 1.06.02
Bij een gelijkmatige verdeling van die winst zou dat 0.5 op de eerste 200m zijn, met minder winst op de eerste 50m wellicht 0.3/0.4
Maar die verbetering in eindtijden is niet pas in de afgelopen paar jaar ingezet, dat is geleidelijk aan gegaan. Dit is bijvoorbeeld het aantal tijden onder de 1:08.00 per seizoen:

1772885186834.png
 
Op een allround kampioenschap zou je verwachten dat op elke afstand gemiddeld hetzelfde aantal punten wordt verdiend, vooral als je het over een lang tijdperk bekijkt, zeg maar per decennium. Misschien heeft een forummer dat al eens uitgerekend?
 
Op een allround kampioenschap zou je verwachten dat op elke afstand gemiddeld hetzelfde aantal punten wordt verdiend, vooral als je het over een lang tijdperk bekijkt, zeg maar per decennium. Misschien heeft een forummer dat al eens uitgerekend?
Waarom zou je dat verwachten? Zeker bij de mannen lijkt het gemiddeld sneller te gaan, waardoor het puntentotaal ook gemiddeld lager uit komt.
 
Ik denk dat Zopie bedoelt dat het percentage punten dat verdient wordt op de 500 meter nu hetzelfde zou zijn als het 30 jaar geleden was. Maar dat lijkt me vrij eenvoudig te ontkrachten als je de toernooien van nu met vroeger bekijkt.

Ik vergelijk hier de tiende snelste tijd op de 500 meter en 5000 meter mannen bij de WK allround en hoeveel % langzamer de snelheid op de 5000 meter is. Al deze drie toernooien zijn gehouden in Heerenveen.

2026: 36.80 - 6:18.20 (2.80% langzamer)
2002: 36.93 - 6:40.98 (8.58% langzamer)
1987: 38.34 - 6:58.17 (9.07% langzamer)

Recentelijk zijn mensen steeds minder allround geworden en steeds meer gaan specialiseren. De tijden op de lange afstanden zijn echt gigantisch verbeterd terwijl die op de korte afstanden dat niet echt zijn en eigenlijk minder zijn geworden gezien de technologische ontwikkelingen.

Als we kijken naar dezelfde periodes van (bijna) tien jaar die ik eerder ook al aanhaalde krijg je de volgende gemiddelde verschillen

1998-2007: 7.64%
2008-2017: 6.46%
2018-2026: 4.67%

Dit WK was met 2.80% wel echt een gigantische uitschieter, maar ook in Inzell was het al 3.49%. Het gemiddelde van de huidige periode wordt vooral omhoog gehaald door Amsterdam 2018 met 8.42%, de volgende hoogste is slechts 5.18%.

Amsterdam is een interessante, want de andere twee toernooien op een buitenbaan, Budapest 2001 en Gothenburg 2003, hebben ook superlangzame vijf kilometers met 11.75% en 11.14% verschil. De conclusie daarop lijkt dat buitenbanen veel meer nadeel hebben op de lange afstand dan op de sprint en het verschil in snelheid dus groter wordt.

Dus het antwoord is: Nee de puntenverdeling is niet hetzelfde, en tegenwoordig wordt er relatief veel sneller gereden op de lange afstand.
 
Laatst bewerkt:
Waarom zou je dat verwachten? Zeker bij de mannen lijkt het gemiddeld sneller te gaan, waardoor het puntentotaal ook gemiddeld lager uit komt.
Hij bedoelt denk ik: als je het terugrekent naar de 500m, telt elke afstand dan ongeveer even zwaar? Als het gemiddelde van de 500m bijvoorbeeld 37.5 is en die van de 5000m is 6:15, dan zijn die even zwaar. Maar dan kom je op de 1500m op een 1:52,50 en op de 10km op een 12:30, dus het lijkt me dat de 10km uiteindelijk de meeste punten oplevert in de eindstand en de 1500m het minst, gemiddeld.
 
Hij bedoelt denk ik: als je het terugrekent naar de 500m, telt elke afstand dan ongeveer even zwaar? Als het gemiddelde van de 500m bijvoorbeeld 37.5 is en die van de 5000m is 6:15, dan zijn die even zwaar. Maar dan kom je op de 1500m op een 1:52,50 en op de 10km op een 12:30, dus het lijkt me dat de 10km uiteindelijk de meeste punten oplevert in de eindstand en de 1500m het minst, gemiddeld.
Dit dus. Sorry voor de verwarring.

Je zou bijvoorbeeld alle 500m punten van alle deelnemers aan een volledige vierkamp over de afgelopen 10 jaar bij elkaar op kunnen tellen. Dan hetzelfde met de 1500m, 5000, en 10k. Zijn die vier nummers ongeveer gelijk?
 
Op een allround kampioenschap zou je verwachten dat op elke afstand gemiddeld hetzelfde aantal punten wordt verdiend, vooral als je het over een lang tijdperk bekijkt, zeg maar per decennium. Misschien heeft een forummer dat al eens uitgerekend?
Het wereldrecord op de 10km (12:25.69) is omgerekend naar punten 37.28 punten. Dat komt overeen met een 1500 meter in 1:51.84. Het moge duidelijk zijn dat er op elk allroundtoernooi ooit langzamer wordt gereden dan het huidige wereldrecord op de 10km, terwijl bijna elke deelnemer aan een WK allround in de afgelopen 25 jaar sneller reed dan 1:51. Niet elke afstand levert evenveel punten op en dat is logisch, omdat de gemiddelde snelheid hoger ligt op de 500m en 1500m dan op de lange afstanden.
 
Ik heb de punten van de adelskalender (mannen) van Evert Stenlund's website opgeteld. Gemiddelde punten:
37.171 - 500m
36.293 - 1500m
39.580 - 5000m
42.075 - 10000m
Betekent weinig misschien, maar wel interessant.
 
Dit dus. Sorry voor de verwarring.

Je zou bijvoorbeeld alle 500m punten van alle deelnemers aan een volledige vierkamp over de afgelopen 10 jaar bij elkaar op kunnen tellen. Dan hetzelfde met de 1500m, 5000, en 10k. Zijn die vier nummers ongeveer gelijk?
Geen probleem.
 
Is het niet intressanter om de standaarddeviaties ten opzichte van de gemiddelden te bekijken? In theorie moet het natuurlijk zo zijn dat het net zo makkelijk is om 1 seconde te winnen op de 500 als 20 seconden op de tien. Maar worden de gaten ook 20x zo groot als je de afstand ook 20x langer maakt?
 
Standaarddeviaties:
1.150 - 500m
1.029 - 1500m
1.315 - 5000m
1.844 - 10000m

Er staan 983 schaatsers op deze adelskalender.

Mijn interpretatie: De tijden worden steeds sneller. De huidige generatie kan vrij gemakkelijk in de lijst komen ook als ze de 10km niet serieus nemen. Vandaar de hoge SD op de 10km.

Het zou misschien handiger zijn om alleen naar vierkampen te kijken i.p.v. een adelskalender.
 
Back
Top