Vandaag heeft Yuta Hirose voor het eerst onder de 9.5 seconden geopend en daarmee is hij de 25e man die dat doet in het klapschaatstijdperk. In deze post maken we een tijdreis en gaan we op chronologische volgorde langs iedereen die in de afgelopen 28 jaar onder de 9.5 seconden heeft geopend.
We beginnen lang geleden. Het internet kwam ongeveer gelijk op met de klapschaats, en dat zorgt ervoor dat er ook best wel een soortgelijke scheiding is voor van welke wedstrijden je rondetijden kan vinden en van welke niet. Het is echt onmogelijk om ook maar in de buurt te komen van een volledige rondetijdenlijst van vroeger, maar het is wel leuk om naar een paar oude wedstrijden te kijken. De oudste opening onder de 9.5 die ik kan vinden is een 9.4 (nog zonder honderdsten) van

Leo Linkovesi, gereden in Inzell op 8 januari 1972. Ruim twintig jaar later sprint de Japanner

Takahiro Hamamichi als een speer weg en komt ie tot 9.43 bij de Oval Finale van 1995. Dit is de snelste opening met honderdsten van voor de klapschaats die ik weet.
Dan gaan we nu beginnen met de echte lijst. In 1996 opent

Hiroyasu Shimizu al 9.45, en hij is ook de eerste in het klapschaatstijdperk met een nog snellere 9.42 bij het WK afstanden van 1998. Later verbetert hij dit nog naar 9.41 en zelfs twee keer 9.39. Hij is daarmee ook de eerste man onder de 9.4 seconden en hij is nog steeds een van de beste 100 meter rijders die ooit het ijs betreden heeft.
Het duurt tot het Olympische seizoen van 2001-2002 voordat we een volgende man onder deze grens krijgen. Shimizu heeft het inmiddels acht keer gedaan (plus die uit 1996), maar in december 2001 krijgt hij er een landgenoot bij met een 9.49 van

Tomonori Kawada. Op de Olympische Spelen gaat

Casey Fitzrandolph wel heel erg vroeg weg in de eerste omloop, maar hij wordt niet teruggeschoten en dus komt zijn 9.44 in de boeken te staan. Een jaar later, bij het WK afstanden 2003, exploderen de benen van

Masaaki Kobayashi op de juiste manier en rijdt ook hij (voor zover ik kan vinden) voor het eerst onder de 9.5 seconden. En hoe! Hij komt tot een geweldige opening van 9.37 seconden, de snelste ooit! En deze is heel legendarisch, want het duurt meer dan achttien jaar voordat deze verbroken wordt.
Hierna staat we een paar jaar droog als het om nieuwe raketschaatsers gaat. In november 2005 staan er 18 supersnelle openingen op de klokken, 15 van Shimizu en drie voor de drie andere mannen, één per stuk. Daar komt op 20 november verandering in, want

Mark Nielsen wordt de eerste Canadees die zeer snel opent met 9.49, wat hij twee jaar later verbetert naar 9.46. Hij is een echte b-groep schaatser en tot vorig seizoen was hij de enige die ooit 9.4 had geopend in de b-groep. In het na-Olympische jaar van 2007 krijgen we schaatser nummer zes en zeven in de vorm van

Yuya Oikawa en

Kang-Seok Lee. Oikawa opent 9.41 bij de wereldbekerfinale in Calgary en een week later bij het WK afstanden zelfs nog sneller met 9.40. Lee doet het voor het eerst bij dat WK met 9.46, wat hij twee jaar later verbetert naar 9.42.
Het seizoen erop is er geen nieuwe naam, maar in november 2008 biedt de vijfde Japanner zich aan, deze keer met de naam

Joji Kato. Hij opent in Heerenveen 9.49 en doet dit later in Inzell in 2011 en Salt Lake City in 2013 nog sneller met 9.47. In hetzelfde seizoen zien we ook

Keiichiro Nagashima, die bij de wereldbekerfinale 9.48 opent. Het jaar erop is Oikawa heel erg goed op de 100 meter en hij evenaart zelfs zijn record van 9.40, maar we krijgen geen nieuwe namen in 2010. Daarna wel weer, en op 28 januari 2011 gaat

Jacques de Koning als eerste Nederlander onder de negen een een halve seconde met een 9.47 in Moskou, en die staat nu nog steeds als Nederlands record 100 meter.
In de jaren daarna is het nogal schaars met zeer snelle openingen. Kato opent in 2012 en 2013 één keer 9.4, maar die twee is alles in de vierjarige periode van seizoen 11-12 t/m 14-15. Daarna is het weer raak met in november 2015 een 9.46 voor

William Dutton en drie weken later ook een 9.48 voor

Alex Boisvert-Lacroix. Die laatste gaat op het WK afstanden in Seoul nog harder met 9.45, maar dan is het ook weer heel lang gedaan met Canadese superopeningen. Het volgende seizoen is het voor andere landen wel raak en met

Artur Waś,

Tingyu Gao, en

Roman Krech kunnen we drie nieuwe landen toevoegen aan de lijst. Waś rijdt 9.45 in Astana in december 2016, Gao een week later 9.49 in Heerenveen, en Krech 9.47 een een dag later 9.45 op het WK sprint in Calgary. Die van Gao is extra bijzonder omdat hij nog maar een junior is, en tot de dag van vandaag is dat de snelste opening ooit van een junior.
We hebben al een tijdje geen nieuwe Japanner gezien, dus het is tijd voor

Tatsuya Shinhama om bij het Japanse OKT 2018 een 9.49 te rijden. Hij zal nog vaak sneller gaan met zeven jaar later bij het WK afstanden in Hamar zelfs 9.40. In maart 2018 opent Gao 9.38 bij het WK sprint, de eerste 9.3 opening sinds Shimizu en Kobayashi in 2003, maar hij blijft nog net één honderste achter het record steken. In 2019 krijgt Inzell sinds lange tijd weer een kampioenschap, en hier wordt voor het eerst door drie mannen bij dezelfde wedstrijd onder de 9.5 geopend, waaronder

Viktor Mushtakov met 9.49. Bij de magische wereldbekerfinale van 2019 voegt ook

Yuma Murakami zich bij deze club met 9.46.
De twee seizoenen daarna wordt er wel een aantal keer snel geopend, maar pas in het Olympische seizoen van 2022 krijgen we een nieuwe naam. We beginnen dat seizoen echter met oude bekenden. In september 2021, bij een China Cup in Ürümqi, rijdt Tingyu Gao uit het niets een geweldige tijd van 33.83 met een magistrale opening van 9.37. Een week later was zijn tijd van 34.20 wat minder, maar zijn opening is 9.35, de snelste ooit gereden! Eindelijk is Kobayashi uit de boeken! Hij bekroont zijn zeer korte werk bij de eerste wereldbeker in Tomaszów, waar hij nog sneller opent met 9.32 seconden, wat hem naar een ongelofelijk baanrecord van 34.26 leidt. Ondertussen hebben we wel een nieuwe naam overgeslagen, want

Takuya Morimoto opende 9.45 bij de Japanse kampioenschappen in oktober. In december voegt Mushtakov zich bij de club van 9.3 met een 9.39, en krijgen we nog twee debutanten:

Laurent Dubreuil met 9.46 en

Jun-Ho Kim met 9.49.
In 2022-2023 is het niet zo'n feest als het seizoen ervoor, maar Murakami verbetert zich wel naar 9.37 op het WK afstanden. In 2024 kondigt een nieuwe man zich aan:

Yevgeniy Koshkin opent 9.46 bij het viercontinententoernooi. We wisten het toen nog niet, maar we gaan deze man nog vaak te zien krijgen. Het WK afstanden zorgt voor een unicum: De eerste rit waar allebei de schaatsers onder de 34 seconden rijden, en ook de eerste rit (en tot nu toe de enige) waar allebei de schaatsers 9.45 of sneller openen. De ene is Dubreuil met een nieuw PR, en de andere is het nieuwe fenomeen

Jordan Stolz. Na De Koning in 2011 hebben we nog geen tweede Nederlander onder de 9.5 gehad. Ronald Mulder en Dai Dai N'tab kwamen dichtbij met 9.51, maar dat is net niet snel genoeg. Bij de wereldbekerfinale in 2025 weet

Sebas Diniz het wel te doen met een prachtige 9.49, wat hij bij het OKT vorige maand twee keer sneller deed met 9.48.
En dan zijn we nu aanbeland bij het huidige seizoen, en het is een compleet gekkenhuis. Koshkin heeft vorig seizoen ineens vier keer 9.3 geopend, en doet dat dit seizoen nog vaker met wel zes keer, en ook nog drie keer 9.4. Zijn eerste 9.3 was een 9.36 in Heerenveen. Twee dagen later ging dat naar 9.35, wat hij in Astana in maart nog eens dunnetjes over deed. Bij de tweede wereldbeker van dit seizoen, in Calgary, was het echt raak. Nadat hij in SLC al 9.38 heeft gereden komt alles eruit en een week later sprint hij naar 9.31, de snelste opening ooit! Hij heeft nu binnen elf maanden wel tien keer 9.3 geopend. Beseft u zich wel hoe bizar hard dat is? Gaat deze man misschien ooit een keer naar de 9.2? Het zou kunnen! Tingyu Gao gaat ook de 9.3 weer in met 9.38, en Jun-Ho Kim komt ook in deze club met 9.39. En dan zijn we bij de wedstrijd van vandaag aan gekomen. Koshkin rijdt de 26e opening onder de 9.5 van het seizoen, en 0.09 seconden later rijdt

Yuta Hirose de 27e met 9.48.
Wat gaat de toekomst ons brengen? Gaat Koshkin nog vaker onder in de 9.3, of misschien zelfs 9.2? Gaat Diniz ooit de 9.47 van De Koning verbeteren? We gaan het zien!