Statistieken en Grafieken

Bij de vrouwen gaat Cindy Klassen nog over Mathisen heen. Mathisen heeft 7649 dagen en Klassen nu 8500 en dat blijft maar groeien. Takagi gaat het niet meer doen lijkt me, dus dan zou het van Beune moeten komen. Nu staat ze nog meer dan een punt achter, maar als ze bijvoorbeeld 38.60/1:50.00/3:53.00/6:44.00 rijdt dan is ze Klassen net voorbij.
Tijd voor de Klasse(n)-trofee!
 
Bij de vrouwen gaat Cindy Klassen nog over Mathisen heen. Mathisen heeft 7649 dagen en Klassen nu 8500 en dat blijft maar groeien. Takagi gaat het niet meer doen lijkt me, dus dan zou het van Beune moeten komen. Nu staat ze nog meer dan een punt achter, maar als ze bijvoorbeeld 38.60/1:50.00/3:53.00/6:44.00 rijdt dan is ze Klassen net voorbij.
Inderdaad - iig gaat ze nog door t/m OS 2030: https://nos.nl/artikel/2561972-beun...xtra-lang-contract-tot-en-met-spelen-van-2030
 
Ik heb een database waarin ik alle rondetijden van alle tijden onder een bepaalde limiet probeer te verzamelen. Die limieten zijn:

500 mannen: 34.80
1000 mannen: 1:08.50
1500 mannen: 1:45.50
3000 mannen: 3:43.00
5000 mannen: 6:18.00
10000 mannen: 13:10.00

500 vrouwen: 37.80
1000 vrouwen: 1:15.00
1500 vrouwen: 1:56.00
3000 vrouwen: 4:04.00
5000 vrouwen: 7:05.00

Ik heb deze limieten gekozen zodat je een prima maar geen uitzonderlijke laaglandtijd moet rijden om erin te komen, en zodat de mannen en vrouwen ongeveer even scherpe limieten hebben. Schaatsstatistieken.nl deed dit vroeger ook, maar hij had bijvoorbeeld een limiet van 4:00 op de 3k vrouwen en 6:20 op de 5k mannen, dat is een gigantisch verschil.

Voor dit jaar heb ik van alle tijden onder de limiet de rondetijden weten te krijgen, op helaas eentje na: De 37.69 van Kachanova bij de Strongest Cup in Minsk. Vorig seizoen is wel helemaal compleet.

Er zou nog altijd een tijd uit Ürümqi bij kunnen komen, maar ik heb met mijn SQL database al alle tijden van dit seizoen toegevoegd, en hoewel dit voornamelijk om de rondetijden gaat is het ook gewoon een superlange lijst van de zoveel snelste tijden, en daar kun je een analyse op loslaten.

Dit is een tabel met het aantal tijden per afstand per seizoen dat in de lijst komt, en daar kun je interessante dingen uit opmaken. Er is één tijd die hier niet in staat, en dat is de 7:03 van Niemann uit 1994, de enige van voor de klapschaats onder deze limieten.

1743544533596.png

Dit is een hele hoop getalletjes en misschien heb je er zelf al wat uit gehaald, maar hier zijn wat interessante punten die mij zijn opgevallen.

- Er zijn met afstand de meeste tien kilometers ooit onder de limiet gereden, wel 40% meer dan het vorige record.
- Dat vorige record was in 21-22, dat op veel afstanden en in totaal het snelste seizoen ooit was.
- De 1000m mannen had vorig jaar gigantisch veel snelle tijden, geholpen maar niet volledig verklaard door de dubbele 1000m in SLC.
- Er worden steeds minder 3 kilometers gereden door mannen. 17-18 was een gigantische uitschieter met 50, dat is onrealistisch, maar de elf van dit seizoen is wel echt heel weinig.
- De vrouwen reden in de eerste jaren vaker onder de limieten dan de mannen, maar nu is dat omgedraaid.
- Elk Olympische seizoen is er een nieuw totaalrecord neergezet. Volgend jaar gaan we naar SLC, Calgary, en hopelijk Zakopane, dus we kunnen zeker de 1128 van 21-22 verbreken.
 
Misschien ook leuk om dit te herhalen, niet met een vaste limiettijd, maar met een variabele limiettijd, bijvoorbeeld alles binnen 102% van het dan geldende wereldrecord. Dat geeft dan een beeld van de breedte van de top & dus iets over het niveau en de spanning in de top. Ik kom op 102% door snel te rekenen dat het 500m wereldrecord lang 34.0 is geweest en 102% dan ongeveer de 34.8 is. Daarmee behandel je ook alle afstanden op een zelfde manier.

Dit jaar zou het lijstje dan zijn:
500 mannen: 8
1000 mannen: 2
1500 mannen: 1
5000 mannen: 6
10000 mannen: 6

500 vrouwen: 1
1000 vrouwen: 0
1500 vrouwen: 2
3000 vrouwen: 4
5000 vrouwen: 2

Wat wel iets zegt over het hier al eerder geopperde lagere niveau bij de vrouwen dan bij de mannen.
 
Misschien ook leuk om dit te herhalen, niet met een vaste limiettijd, maar met een variabele limiettijd, bijvoorbeeld alles binnen 102% van het dan geldende wereldrecord. Dat geeft dan een beeld van de breedte van de top & dus iets over het niveau en de spanning in de top. Ik kom op 102% door snel te rekenen dat het 500m wereldrecord lang 34.0 is geweest en 102% dan ongeveer de 34.8 is. Daarmee behandel je ook alle afstanden op een zelfde manier.

Dit jaar zou het lijstje dan zijn:
500 mannen: 8
1000 mannen: 2
1500 mannen: 1
5000 mannen: 6
10000 mannen: 6

500 vrouwen: 1
1000 vrouwen: 0
1500 vrouwen: 2
3000 vrouwen: 4
5000 vrouwen: 2

Wat wel iets zegt over het hier al eerder geopperde lagere niveau bij de vrouwen dan bij de mannen.
102% van 34.0 is toch 34.68 ?
Waarom niet met 33.61 ?
Zijn je andere afstanden wél met het huidige wereldrecord?
 
Ik bedoel dat je elk jaar her aantal schaatsers telt binnen 102 % van het dan geldende wereldrecord. Dus 1,02 * 34.03 toen en 1.02* 33.61 dit jaar.
 
Maakt helemaal niet uit dus. Bekijk bijlage 6456
Dank voor deze versie. Het omslagpunt blijft inderdaad gelijk, maar hier kun je de individuele kracht van de heren en dames veel duidelijker tegen elkaar en de recente geschiedenis afzetten. Blijft interessant om te zien dat de dames de heren nu gepasseerd zijn. En die dames winnen nu 2,5x zoveel als tien jaar eerder. Benieuwd hoe dit zich de komende x jaar zal ontwikkelen.
 
Ik heb een database waarin ik alle rondetijden van alle tijden onder een bepaalde limiet probeer te verzamelen. Die limieten zijn:

500 mannen: 34.80
1000 mannen: 1:08.50
1500 mannen: 1:45.50
3000 mannen: 3:43.00
5000 mannen: 6:18.00
10000 mannen: 13:10.00

500 vrouwen: 37.80
1000 vrouwen: 1:15.00
1500 vrouwen: 1:56.00
3000 vrouwen: 4:04.00
5000 vrouwen: 7:05.00

Ik heb deze limieten gekozen zodat je een prima maar geen uitzonderlijke laaglandtijd moet rijden om erin te komen, en zodat de mannen en vrouwen ongeveer even scherpe limieten hebben. Schaatsstatistieken.nl deed dit vroeger ook, maar hij had bijvoorbeeld een limiet van 4:00 op de 3k vrouwen en 6:20 op de 5k mannen, dat is een gigantisch verschil.

Voor dit jaar heb ik van alle tijden onder de limiet de rondetijden weten te krijgen, op helaas eentje na: De 37.69 van Kachanova bij de Strongest Cup in Minsk. Vorig seizoen is wel helemaal compleet.

Er zou nog altijd een tijd uit Ürümqi bij kunnen komen, maar ik heb met mijn SQL database al alle tijden van dit seizoen toegevoegd, en hoewel dit voornamelijk om de rondetijden gaat is het ook gewoon een superlange lijst van de zoveel snelste tijden, en daar kun je een analyse op loslaten.

Dit is een tabel met het aantal tijden per afstand per seizoen dat in de lijst komt, en daar kun je interessante dingen uit opmaken. Er is één tijd die hier niet in staat, en dat is de 7:03 van Niemann uit 1994, de enige van voor de klapschaats onder deze limieten.

Bekijk bijlage 6462

Dit is een hele hoop getalletjes en misschien heb je er zelf al wat uit gehaald, maar hier zijn wat interessante punten die mij zijn opgevallen.

- Er zijn met afstand de meeste tien kilometers ooit onder de limiet gereden, wel 40% meer dan het vorige record.
- Dat vorige record was in 21-22, dat op veel afstanden en in totaal het snelste seizoen ooit was.
- De 1000m mannen had vorig jaar gigantisch veel snelle tijden, geholpen maar niet volledig verklaard door de dubbele 1000m in SLC.
- Er worden steeds minder 3 kilometers gereden door mannen. 17-18 was een gigantische uitschieter met 50, dat is onrealistisch, maar de elf van dit seizoen is wel echt heel weinig.
- De vrouwen reden in de eerste jaren vaker onder de limieten dan de mannen, maar nu is dat omgedraaid.
- Elk Olympische seizoen is er een nieuw totaalrecord neergezet. Volgend jaar gaan we naar SLC, Calgary, en hopelijk Zakopane, dus we kunnen zeker de 1128 van 21-22 verbreken.
Correctie: Ik had een paar datums fout waardoor er wat van dit seizoen bij het vorige seizoen stonden. 66 ipv 60 op de tien kilometer en 51 ipv 45 op de vijf kilometer voor vrouwen. De 5k vrouwen dus ook een record, en de 10k een nog extremer record dan eerst leek. Ook zijn er vijf op de 1000 meter mannen van vorig seizoen naar dit seizoen verplaatst.

Het is wel interessant hoe dit soort fouten gebeuren. Het ging namelijk allemaal om tijden gereden op het NK afstanden, en deze afstanden waren allemaal op dezelfde dag. De tijden van kleine wedstrijden moet ik handmatig toevoegen en dat doe ik in een tijdelijk document voordat ik ze aan het einde van het seizoen in één keer hier aan toevoeg. Ik heb dus de datum, 16-02-2025, één keer verkeerd getypt als 16-02-2024 en dat voor de rest gekopieerd. De 1000m vrouwen is hieraan ontsnapt omdat ik die eerst vergeten was en pas later heb toegevoegd. Wat ik dan weer niet snap is hoe ik het voor elkaar heb gekregen op de 1000m mannen om de datum van de top drie wel goed te hebben maar niet voor de rest onder de 1:08.50.

Ik dubbelcheckte of mijn aantallen correct waren met de lijsten van speedskatingresults van de snelste tijden van dit seizoen. Erg handig, maar wel irritant dat sommige tijden voor twee of zelfs drie verschillende wedstrijden tellen, zoals dit.

1743583242422.png

Dan moet je dus eerst kijken hoeveel tijden er dubbel in staan en dat dan weer aftrekken van het aantal tijden onder de limiet. Ik heb John hier wel eens over gemaild is dit is geen fout maar bewust, dus ik denk niet dat het zal veranderen.
 
Misschien ook leuk om dit te herhalen, niet met een vaste limiettijd, maar met een variabele limiettijd, bijvoorbeeld alles binnen 102% van het dan geldende wereldrecord. Dat geeft dan een beeld van de breedte van de top & dus iets over het niveau en de spanning in de top. Ik kom op 102% door snel te rekenen dat het 500m wereldrecord lang 34.0 is geweest en 102% dan ongeveer de 34.8 is. Daarmee behandel je ook alle afstanden op een zelfde manier.

Dit jaar zou het lijstje dan zijn:
500 mannen: 8
1000 mannen: 2
1500 mannen: 1
5000 mannen: 6
10000 mannen: 6

500 vrouwen: 1
1000 vrouwen: 0
1500 vrouwen: 2
3000 vrouwen: 4
5000 vrouwen: 2

Wat wel iets zegt over het hier al eerder geopperde lagere niveau bij de vrouwen dan bij de mannen.
Hier gaat iets fout. 36.36*1.02 = 37.087. Kok heeft vijf keer onder die tijd gereden, maar jouw lijst heeft er maar eentje. Of wacht eens, volgens mij doe jij het aantal schaatsers waar ik het aantal tijden deed. Dat had je niet vermeld en is wel handig om duidelijk te hebben om te weten hoe onze lijstjes zich met elkaar verhouden.

De 1000m vrouwen is trouwens wel echt heel sneu. De snelste tijd van het seizoen is 1:13.10. De laatste keer dat er niet onder de 1:13 werd gereden (buiten het coronajaar) is 2010-2011, en toen was het wereldrecord nog 1:13.11. Er zit wel echt ontwikkeling in in de breedte met een aantal namen als Han, Daleman, en Kok, dus het zou volgend seizoen zo maar weer beter kunnen zijn, zeker als Kachanova en Sloeva/Damaratskaya mee mogen doen.
 
Ik heb ooit een lijstje gemaakt met de "domestic records", en het leek me leuk om die voor dit seizoen weer eens te updaten. Eerst de vraag: Wat is een domestic record? Dat is de snelste tijd gereden door een schaatser in eigen land. Japan vindt dit belangrijk en als er een domestic record gereden is dan is dat aangegeven met een DR:

1743752929470.png

Geïnspireerd door Japan heb ik destijds een top 15 per afstand gemaakt. Je merkt hier wel echt hoe weinig landen een fatsoenlijke ijsbaan hebben. Het 30e nationale record op de 500m mannen is nog 36.17, terwijl de 15e van de domestic records al 36.40 is van de Sovietunie, en sinds dit seizoen is dat gedeeld met Oostenrijk.

Goed, in deze post ga ik alle records langs in deze top 15 die dit seizoen verbeterd zijn.

500m mannen
🇺🇸 Verenigde Staten - 33.91 - Jordan Stolz - Milwaukee (was 33.96 van Stolz)
🇳🇱 Nederland - 34.05 - Jenning de Boo - Heerenveen (was 34.31 van M. Mulder)
🇰🇿 Kazachstan - 34.56 - Yevgeniy Koshkin - Astana (was 34.90 van Krech)
🇧🇾 Wit-Rusland - 34.95 - Ignat Golovatsiuk - Minsk (was 35.18 van Golovatsiuk)

1000m mannen
🇳🇱 Nederland - 1:07.08 - Jenning de Boo - Heerenveen (was 1:07.24 van Krol)
🇯🇵 Japan - 1:08.33 - Tatsuya Shinhama - Nagano (was 1:08.35 van Kojima)
🇵🇱 Polen - 1:09.31 - Damian Zurek - Tomaszów (was 1:09.78 van Zurek)
🇧🇾 Wit-Rusland - 1:09.58 - Ignat Golovatsiuk - Minsk (was 1:10.12 van Golovatsiuk)

1500m mannen
🇩🇪 Duitsland - 1:46.33 - Finn Sonnekalb (!!) - Inzell (was 1:46.48 van Emele)
🇵🇱 Polen - 1:47.69 - Vladimir Semirunnij - Tomaszów (was 1:47.79 van Brodka)
🇧🇾 Wit-Rusland - 1:48.45 - Victor Rudenko - Minsk (was 1:48.87 van Golovatsiuk)
🇦🇹 Oostenrijk - 1:50.83 - Gabriel Odor - Innsbruck (was 1:51.80 van Heidegger)

5000m mannen
🇺🇸 Verenigde Staten - 6:07.93 - Casey Dawson - Milwaukee (was 6:09.73 van Kuck)
🇳🇴 Noorwegen - 6:10.05 - Sander Eitrem - Hamar (was 6:12.15 van Eitrem)
🇵🇱 Polen - 6:17.90 - Vladimir Semirunnij - Tomaszów (was 6:35.10 van Palka)

10000m mannen
🇳🇴 Noorwegen - 12:57.33 - Sander Eitrem - Hamar (was 13:02.42 van Pedersen)
🇮🇹 Italië - 13:03.34 - Davide Ghiotto - Collalbo (was 13:20.88 van Ghiotto)
🇨🇳 China - 13:14.07 - Hanahati Muhamaiti - Ürümqi (was 13:16.51 van Wu)
🇵🇱 Polen - 13:18.89 - Vladimir Semirunnij - Tomaszów (was 13:39.00 van Palka)


500m vrouwen
🇳🇱 Nederland - 36.97 - Femke Kok - Heerenveen (was 37.07 van Kok)
🇧🇾 Wit-Rusland - 37.87 - Hanna Damaratskaya - Minsk (was 38.22 van Damaratskaya)

1000m vrouwen
🇧🇾 Wit-Rusland - 1:16.08 - Hanna Damaratskaya - Minsk (was 1:16.48 van Gagieva)

1500m vrouwen
🇧🇾 Wit-Rusland - 1:58.55 - Ekaterina Gagieva - Minsk (was 1:59.50 van Zueva)

3000m vrouwen
-

5000m vrouwen
🇨🇳 China - 7:04.96 - Zhien Tai - Ürümqi (was 7:08.37)

Wat direct opvalt is dat Wit-Rusland zich veel heeft verbeterd, alle zes korte afstanden hebben een nieuw domestic record. China maakt progressie op de langste afstanden en Nederland sprint naar nieuwe records. Dat Finn Sonnekalb als A1 junior een nieuw domestic record voor Duitsland schaatst is een erg goed teken, en hetzelfde geldt natuurlijk voor de gigantische verbeteringen die Semirunnij heeft neergezet, al is dat niet alleen een teken meer want hij heeft al WK medailles.

Sommige landen zullen hun domestic records niet gauw verbreken. Het beste voorbeeld hiervan is natuurlijk Zuid-Korea, waar ze allemaal gereden zijn op de snelle ijsbaan van Gangneung die niet meer gebruik is. Op één na, en dat is de 5000 meter voor vrouwen, die staat op 7:21.00 van Seon-Hwa Kim, gereden in Seoul in 2002. Aan de andere kant gaat Polen zodra Zakopane klaar is juist met groot gemak alle records verbreken.
 
Seon-hwa Kim staat hier tussen de mannen.

Lijkt erop dat Seon-hwa Kim een vrouwelijke sprintster was die WBs reed, en dat een 7.21,00 van een man per ongeluk aan haar is toegewezen. Een 5km in 7.21 tegenover een PR 3km van 4.50 zou ook niet logisch zijn
 
Seon-hwa Kim staat hier tussen de mannen.

Lijkt erop dat Seon-hwa Kim een vrouwelijke sprintster was die WBs reed, en dat een 7.21,00 van een man per ongeluk aan haar is toegewezen. Een 5km in 7.21 tegenover een PR 3km van 4.50 zou ook niet logisch zijn
Speedskatingnews strikes again! Dan is het een 7:26:06 van Bo-Reum Kim uit nog steeds Seoul. Er heeft nog nooit een Koreaanse vrouw een 5 kilometer gereden in Gangneung waar wij van weten.
 
Grappig feitje over het 4CC en EK: Het viercontinententoernooi is de afgelopen vijf jaar op vijf verschillende ijsbanen geweest, en pas komend seizoen wordt een ijsbaan herhaald. De laatste keer dat het EK vijf jaar achter elkaar op vijf verschillende banen was is al lang geleden, want dat was van 1987 t/m 1991.

Bij de mannen eindigde toen zelfs een streak van acht ijsbanen: Larvik - Eskilstuna - Oslo - Trondheim - Den Haag - Göteborg - Heerenveen - Sarajevo. Mannen en vrouwen rijden pas samen sinds 1990, en de vrouwen hadden in 1985 en 1987 Groningen dus hun streak was "maar" zes lang. De allerlangste streak bij het EK was direct aan het begin van 1893 t/m 1901 met negen verschillende ijsbanen: Berlijn - Hamar - Boedapest - Hamburg - Amsterdam - Helsinki - Davos - Strbské Pleso - Trondheim.

Het WK allround mannen kent een nog langere streak van tien tussen 1988 en 1997: Medeo - Oslo - Innsbruck - Heerenveen - Calgary - Hamar - Göteborg - Baselga - Inzell - Nagano. De vrouwen kunnen het nog beter met zeventien opeenvolgende verschillende banen tussen 1936 en 1959 (incl een break van 7 jaar door WWII): Stockholm - Davos - Oslo - Tampere - Drammen - Turku - Kongsberg - Moskou - Eskilstuna - Kokkola - Lillehammar - Östersun - Kuopio - Kvarnsveden - Imatra - Kristinehamn - Sverlovsk.

Dat zijn gewoon vijf Zweedse banen, vijf Finse banen, vier Noorse banen, twee Sovietbanen, en een Zwitserse baan. Erg scandinavisch trouwens.
 
Grappig feitje over het 4CC en EK: Het viercontinententoernooi is de afgelopen vijf jaar op vijf verschillende ijsbanen geweest, en pas komend seizoen wordt een ijsbaan herhaald. De laatste keer dat het EK vijf jaar achter elkaar op vijf verschillende banen was is al lang geleden, want dat was van 1987 t/m 1991.

Bij de mannen eindigde toen zelfs een streak van acht ijsbanen: Larvik - Eskilstuna - Oslo - Trondheim - Den Haag - Göteborg - Heerenveen - Sarajevo. Mannen en vrouwen rijden pas samen sinds 1990, en de vrouwen hadden in 1985 en 1987 Groningen dus hun streak was "maar" zes lang. De allerlangste streak bij het EK was direct aan het begin van 1893 t/m 1901 met negen verschillende ijsbanen: Berlijn - Hamar - Boedapest - Hamburg - Amsterdam - Helsinki - Davos - Strbské Pleso - Trondheim.

Het WK allround mannen kent een nog langere streak van tien tussen 1988 en 1997: Medeo - Oslo - Innsbruck - Heerenveen - Calgary - Hamar - Göteborg - Baselga - Inzell - Nagano. De vrouwen kunnen het nog beter met zeventien opeenvolgende verschillende banen tussen 1936 en 1959 (incl een break van 7 jaar door WWII): Stockholm - Davos - Oslo - Tampere - Drammen - Turku - Kongsberg - Moskou - Eskilstuna - Kokkola - Lillehammar - Östersun - Kuopio - Kvarnsveden - Imatra - Kristinehamn - Sverlovsk.

Dat zijn gewoon vijf Zweedse banen, vijf Finse banen, vier Noorse banen, twee Sovietbanen, en een Zwitserse baan. Erg scandinavisch trouwens.
Tja, natuurijs, dan moet het (zeker) vriezen.
 
Het komt heel af en toe voor dat de winnende tijd in de b-groep sneller is dan die in de a-groep. Zeker recentelijk met minder schaatsers in de a-groep en de rare puntentelling komt het nogal eens voor dat een topschaatser in de b-groep moet starten. In deze post ga ik alle keren bij langs dat het is gebeurd sinds 2003-2004.

500m mannen
WB3 05-06 - 🇺🇸 Milwaukee - 35.20 Kang-Seok Lee - 35.04 Dmitry Dorofeyev
WB3 21-22 - 🇺🇸 Salt Lake City - 34.04 Yamato Matsui - 33.96 Tingyu Gao

Rusland had nul startplekken in de a-groep en dus moest Dorofeyev in de b-groep, en bij Gao was het omdat hij WB2 niet kon starten en ondanks het winnen de eerste WB wedstrijd niet genoeg punten had voor de a-groep. Voor allebei was dit een goede voorbode van Dorofeyev werd 2e op de OS later en Gao won de OS.

1000m mannen
WB3 23-24 - 🇳🇴 Stavanger - 1:08.76 Kjeld Nuis - 1:08.47 Jordan Stolz
WB5 22-23 - 🇵🇱 Tomaszów - 1:09.24 Hein Otterspeer - 1:08.96 Wesly Dijs
WB5 05-06 - 🇮🇹 Turijn - 1:10.02 Dmitry Dorofeyev - 1:09.92 Simon Kuipers

Stolz was exact hetzelfde geval als Gao, alleen koos hij ervoor om WB2 te skippen ipv een blessure. Dijs reed voor WB5 alleen de eerste WB, waarna hij weer uit de ploeg werd geduwd door een weer herstelde Nuis. Kuipers reed gewoon dramatisch in het begin van het seizoen en was in Turijn weer goed.

1500m mannen
WB5 19-20 - 🇨🇦 Calgary - 1:43.23 Denis Yuskov - 1:43.10 Koen Verweij

Verweij reed de eerste WB en miste de volgende twee, waardoor hij heel weinig punten had. Verder meen ik me ook te herinneren dat de omstandigheden in de b-groep een stukje beter waren. Deze wedstrijd had door de 1:50.33 van Takagi een historisch klein verschil tussen de mannen en vrouwen van maar iets boven de 7 seconden, waar het gemiddelde zo'n 10 tien is.

5000m mannen
WB2 18-19 - 🇯🇵 Tomakomai - 6:34.85 Bart Swings - 6:28.36 Seitaro Ichinohe
WB3 16-17 - 🇰🇿 Astana - 6:21.58 Peter Michael - 6:19.31 Jan Blokhuijsen
WB1 22-23 - 🇳🇴 Stavanger - 6:20.56 Patrick Roest - 6:18.31 Sander Eitrem

Tomakomai is een klassiek voorbeeld van een buitenbaanwedstrijd. Ichinohe reed een sterke rit, maar de weersomstandigheden waren ook gewoon veel beter. Blokhuijsen reed dat seizoen alleen maar WB3 en het EK en WK allround. Hij reed matig bij het WBKT en mocht waarschijnlijk alleen rijden door afzeggingen. Eitrem moest in de b-groep in Stavanger omdat Noorwegen maar één plek in de a-groep had toen.

10000m mannen
WB4 22-23 - 🇨🇦 Calgary - 12:45.10 Davide Ghiotto - 12:33.75 Ted-Jan Bloemen
WB3 18-19 - 🇵🇱 Tomaszów - 13:25.27 Marcel Bosker - 13:14.95 Jorrit Bergsma
WB4 16-17 - 🇳🇱 Heerenveen - 12:52.20 Jorrit Bergsma - 12:47.53 Bob de Vries
WB3 06-07 - 🇷🇺 Moskou - 13:14.94 Enrico Fabris - 13:14.31 Kurt Wubben

Bloemen kwam in de b-groep nadat hij het voor elkaar kreeg om de vorige WB een dubbele valse start te maken op de 5 kilometer en dus 0 punten te krijgen. Bergsma miste de eerste twee WB's in 18-19 en moest dus in de b-groep beginnen, al waren er nog vier mannen in de b-groep sneller dan Bosker. Bob de Vries stond bekend om snelle B-groep ritten, en Wubben was een 10k rijder die de 5 kilometers niet reed. Op de lange afstanden is de kans dat dit gebeurt natuurlijk wat groter door het voordeel van de kwartetstart.


500m vrouwen
WB5 24-25 - 🇵🇱 Tomaszów - 38.08 Erin Jackson - 38.01 Miho Takagi

Takagi rijdt zelden 500 meters maar is er wel goed in, meer is het niet. Jammer dat ze hem niet reed op het WK afstanden.

1000m vrouwen
Dit is de enige afstand waar in de afgelopen 22 seizoenen nooit de b-groep sneller was dan de a-groep. Het is ook nooit echt heel dichtbij geweest, want het kleinste verschil is 0.54 seconden bij WB1 14-15 in Obihiro.

1500m vrouwen
WB4 13-14 - 🇩🇪 Berlijn - 1:55.33 Ireen Wüst - 1:54.88 Jorien ter Mors

Omdat Ter Mors ook shorttrackte reed ze weinig wereldbekers en dit was haar enige van dit seizoen. Dit was wel een teken aan de wand want twee maanden later werd ze Olympisch kampioen.

3000m vrouwen
WB2 23-24 - 🇨🇳 Beijing - 4:03.41 Ragne Wiklund - 3:59.34 Marijke Groenewoud
WB5 23-24 - 🇺🇸 Salt Lake City - 3:56.86 Joy Beune - 3:55.53 Isabelle Weidemann
WB3 14-15 - 🇩🇪 Berlijn - 4:01.55 Ireen Wüst - 4:00.80 Carlijn Achtereekte
WB1 03-04 - 🇳🇴 Hamar - 4:07.31 Anni Friesinger - 4:07.07 Jennifer Rodriguez
WB7 04-05 - 🇮🇹 Baselga - 4:11.56 Anni Friesinger - 4:11.38 Wieteke Cramer
WB5 05-06 - 🇮🇹 Turijn - 4:05.46 Anni Friesinger - 4:05.44 Ireen Wüst
WB4 13-14 - 🇩🇪 Berlijn - 4:02.25 Martina Sáblíková - 4:02.23 Jorien ter Mors

Zo, dat is een hele waslijst. Er zijn er zelfs twee uit 23-24, en in beide gevallen komt het door het niet rijden van eerdere wereldbekers. Hetzelfde geldt voor de rest, behalve Rodriguez in 03-04. Daar had Amerika simpelweg maar één startplek in de a-groep en was denk ik Raney, die daar reed, al van tevoren aangewezen want ze reed niet het Amerikaanse kampioenschap in oktober. Ook hier helpt de kwartetstart, zeker bij de onderste twee waar het verschil maar 0.02 seconden is.

5000m vrouwen
WB3 23-24 - 🇳🇴 Stavanger - 6:59.60 Martina Sáblíková - 6:50.64 Irene Schouten
WB3 06-07 - 🇷🇺 Moskou - 7:04.96 Claudia Pechstein - 7:01.25 Gretha Smit
WB2 15-16 - 🇺🇸 Salt Lake City - 6:47.42 Martina Sáblíková - 6:45.04 Carien Kleibeuker
WB4 22-23 - 🇨🇦 Calgary - 6:48.06 Irene Schouten - 6:47.28 Sanne in 't Hof
WB3 07-08 - 🇷🇺 Kolomna - 6:53.67 Martina Sáblíková - 6:53.63 Gretha Smit

Ook dit zijn er veel. Schouten sloeg WB1 over, reed dramatisch in WB2, en moest dus in de b-groep starten in Stavanger. Smit plaatste zich in 06-07 niet voor de 3k en reed de eerste twee WBs dus niet, en in 07-08 reed ze die wel maar matig. Kleibeuker en In 't Hof hadden zich ook niet geplaatst voor de 3 kilometer en moestten daardoor in de b-groep starten.


Conclusie
Het gebeurt duidelijk vaker op de lange afstanden dat de winnende tijd van de b-groep sneller is dan de a-groep. Dit komt door kleinere deelnemersvelden en de kwartetstart, maar ook doordat de ze samengevoegd zijn en dus wel eens superstayers in de b-groep belanden omdat hun 3/5k niet goed genoeg is. Bijna de helft, 13 van de 27, is van tijdens de nieuwe puntentelling (sinds 18-19), terwijl dat maar 8 van de 22 seizoenen betreft. Dit is een kleine dataset, maar het gebeurt sindsdien 1.5 keer zo vaak als met de oude puntentelling. Dat zou toeval kunnen zijn, maar ik denk dat het niet geheel toeval is.
 
Laatst bewerkt:
Berlijn lijkt me een baan waar (in het verleden) stayersijs lag, gezien WRs laagland op lange afstanden en geen heel bijzondere baanrecords op de sprint. Gangneung en Beijing waren ook echt stayersijs. Sprintijs zie je vaker.

Hamar lijkt me een neutrale baan, geen specifiek sprintijs of stayersijs.

Calgary heeft tegenwoordig trouwens ook echt sprintijs, dat werd lang verbloemd door de hoogte maar nu niet meer.
Ik was even door wat oude posts van eerder dit seizoen aan het lezen en deze dikgedrukte zin is wel grappig gezien het niveau van de 10 kilometer daar bij de WB.
 
We hebben het vaak over de snelste tijden, snelste openingen, snelste rondetijden, enzovoort. Maar hebben we ooit nagedacht over de langzaamste? Dit is natuurlijk niet echt mogelijk want je kunt altijd langzamer, en het zegt ook vrij weinig als je aan komt zetten met een 100 meter in 40 seconden door een val. Waar we wel naar kunnen kijken is de langzaamste rondetijden binnen een limiet, en dus kijk ik in deze post naar de langzaamste openingen, openingsrondes, en slotrondes in mijn "All lap times" document. De limieten zijn als volgt:

500m: 34.80 / 37.80
1000m: 1:08.50 / 1:15.00
1500m: 1:45.50 / 1:56.00
3000m: 3:43.00 / 4:04.00
5000m: 6:18.00 / 7:05.00
10000m: 13:10.00

Eerst dan maar de openingen:

1745834066178.png

Er is drie keer boven de tien seconden geopend, en Kuipers was de langzaamste die nog net onder de 34.8 wist te rijden. Bij de vrouwen heeft Zhang de langzaamste negen openingen in de lijst en één keertje boven de elf seconden. Verder zien we wel vrij bekende namen die langzaam openen, en de 20.45 van Cepuran op de drie kilometer is wel echt heel traag. Adake's 22.69 op de vijf kilometer is ook bizar sloom, meer dan driekwart seconden achter de tweede traagste in de lijst: 21.91 van Stephanie Beckert. Het is nog wachten op een vrouw die boven de 19 seconden opent en toch onder de 1:15 weet te rijden.

En nu ook de openingsrondes:

1745834676225.png

De leukste hier is de 32.40 van Stroetinga op de tien kilometer. Die reed namelijk in dezelfde rit als de 38.04 van Hoogeveen in de openingenlijst. Dawson's 31.07 is veeeel trager dan de 30.40 van Trofimov die de tweede langzaamste is, en om nog onder de 6:18 te komen versnelde Dawson naar flinke 28ers op het einde. We gaan vast nog wel eens een vrouw zien die met twee 28ers onder de 1:15 rijdt, Takagi zat er al heel erg dicht bij. Op de 1500m mannen staat Lee niet alleen, want Fabris reed in Turijn in 2007 24.08-26.70-26.73-27.46, maar ik heb Lee erin gezet omdat zijn eindtijd sneller is.

En dan als laatste de slotrondes, waar schaatsers dus helemaal kapot gingen:

1745835065654.png

De 500m is hier natuurlijk hetzelfde als zonet, maar de rest is anders. De Boo ging er snoeihard in met 16.06-24.47 bij het WCKT en ging daarna net zo snoeihard kapot met ruim drie seconden verval. Hetzelfde geldt voor Herzog bij de vrouwen, die reed ook ruim drie seconden verval. Op de 1500 hebben we Cheek en Leerdam, allebei 500/1000m schaatsers die de 1500 meter er gewoon keihard inknalden en maar zagen waar het schip zou stranden. Pedersen en Wüst staan bekend om soms helemaal kapot te gaan dus zei zijn niet onlogisch. Wel grappig: Pedersen en Semerikov hebben allebei drie van de zeven traagste slotrondes in de lijst, en de 34.3 is ruim een seconde trager dan de tweede langzaamste. En bij de langste afstanden zien we Bergsma, die soms echt finaal kapot kan gaan, en Wiklund met haar rit van Calgary een paar maanden geleden. Opvallend is dat waar alle andere eindtijden net onder mijn limieten zitten, deze er heel ruim onder zitten. Ze gingen dus wel echt heel erg hard.

Edit: De 37.70 van Wiklund is niet de langzaamste ronde in mijn database. Die eer gaat naar de 40.88 van Sablikova op de 3400m toen ze viel op het WK allround in 2011. Haar eindtijd van 7:00.04 is de snelste ooit met val.
 
Laatst bewerkt:
Een nieuwe maand, een nieuwe statistiek! Dit keer kijken we naar wie de snelste 1e, 2e, 3e, t/m 100e snelste tijd op elke afstand heeft. Wie het wereldrecord (1e snelste tijd) heeft weten we wel, maar wie heeft het record voor zijn of haar 5e snelste tijd gereden? En voor de 10e? En 100e? Dat gaan we hier uitvinden. Bij elke afstand een samenvatting van de lijst met eronder een plaatje met de stand op een paar ronde getallen.

500 meter
We beginnen hier met twee keer Kulizhnikov (33.61 & 33.72), voordat we een tijdje Stolz en Dubreuil afwisselen. Stolz is de enige met vier 33ers, en Dubreuil heeft het vaakst onder de 34.2 gereden met 13 keer. Vanaf de 18e tijd neemt Dubreuil het permanent over, geholpen door veel nationale wedstrijden gereden in Calgary. Zijn 50e tijd is 34.58, en zijn 100e is 34.81. In totaal heeft hij 140 keer onder de 35 seconden gereden, anderhalf keer zoveel als Ronald Mulder die met 94 de tweede meeste 34ers heeft. Het verschil tussen Dubreuil en Mulder bij hun 100e tijd is dan ook best significant met 0.21 seconden (34.81 om 35.02).

1747514640373.png


1000 meter
De hele top acht is hier Jordan Stolz. Hij heeft wel zeven keer onder de 1:06.5 gereden terwijl niemand anders dat vaker dan drie keer heeft gedaan. Van tijd 9 t/m 12 komt Nuis ertussen door, dan pakt Stolz het vier plaatsen lang weer terug, en daarna zien we permanent Nuis. Nuis heeft 38 keer onder de 1:08 gereden, ruim meer dan de 28 van Davis. Zijn 50e tijd is 1:08.17 en zijn 100e 1:08.84. Vanaf de 47e tijd is zijn voorsprong op Davis constant tussen de 0.40 en 0.50 seconden, en dat is best wel een groot gat. Davis heeft 77 keer onder de 1:09 gereden terwijl Nuis dat 111 keer gedaan heeft.

1747513963141.png


1500 meter
De top is hier wel interessant. Ik heb niet alleen de snelste per positie, maar ook de tweede snelste om te zien hoe ver de nummer één voorstaat. Helemaal bovenaan zien we Nuis en Krol met de twee snelste tijden ooit gereden, maar die verdwijnen daarna ook direct door Stolz en Yuskov, die als tweede tijd 1:41.22 en 1:41.33 hebben staan. Pas bij de 7e tijd komt hier verandering in en neemt Nuis de plek van Yuskov in, maar Stolz blijft nog even de snelste. Davis heeft nu nog het meeste tijden onder de 1:43 met tien en onder de 1:44 met 23, maar vanaf de 24e tijd komt Nuis weer terug op de eerste plaats. Hij heeft er het meeste onder de 1:45 met 43 en 1:46 met 60, voordat het weer omwisselt en Davis weer op één komt. Hier komt het grote aantal 1500 meters dat Davis heeft gereden terug, want bij de 100e tijd is het verschil met Nuis toch al 0.72 seconden met 1:46.90 om 1:47.62.

1747514037813.png


5000 meter
Van der Poel heeft het wereldrecord en maakt daarna direct plaats voor een hele razende rits aan Roest, die als enige twee keer onder de 6:04 heeft gereden. Zijn 25 tijden onder de 6:10 is ook een record, maar hierna komt Kramer, die al sinds de 3e snelste tijd op nummer twee staat, er hard aan. Het is even vechten voordat Kramer vanaf de 38e snelste tijd (6:11.80) de permanente overhand krijgt en Roest naar de tweede plaats verwijst. En nu gaat het hard. Roest heeft 43 keer onder de 6:15 gereden, waar Kramer dat wel 65 keer gedaan heeft. Richting de 100 wordt het verschil met de nummer twee, die inmiddels Bergsma is, echt heel erg groot. Kramer heeft daar een 6:18.55 staan, meer dan acht seconden voor de 6:26.77 van Bergsma. 107 keer onder de 6:20 is echt heel erg veel, en de 73 van Bergsma verbleekt er wat bij.

1747514108684.png


10000 meter
Hier had van der Poel een tijdje de top, totdat Ghiotto hem dit seizoen keihard naar de tweede plaats verwees. De enige onder de 12:30 en als enige vier keer onder de 12:40. Omdat hij nog maar kort goed is moet hij vanaf de 7e tijd plaatsmaken voor Bergsma, wiens 16 keer onder de 12:50 een record is (Roest heeft er 10). Waar Bergsma echt goed voor de dag komt is zijn aantal tijden onder de 13 minuten. Kramer staat hier op de tweede plaats met 23, nog maar net de helft van de 42 van Bergsma. Daarna houdt het gauw op, want Bergsma heeft maar elf keer boven de 13 minuten gereden, en vanaf de 50e tijd verdwijnt hij achter Kramer. Ook die houdt het niet zo lang vol, en op 64 komt Bloemen op één te staan. Wederom niet voor lang, want op 72 komt Bob de Jong voor hem in de plaats. We zitten nu voor het eerst boven de 14 minuten en het gaat niet per se meer om snelle tijden, maar meer om wie er zo gek is geweest om zo ontzettend vaak een tien kilometer te rijden. De Jong heerst tot en met tijd 87, waarna Mark Ooijevaar het overneemt. Ondanks dat hij op elke Nederlandse baan een tien kilometer heeft gereden haalt hij de honderd ook niet; hij strandt op 97 tien kilometers, waarvan de traagste nipt boven de 16 minuten is.

Wie dan wel? Überhaupt iemand? Stopt het hier? Nee, het stopt niet, want bij de 98e snelste tijd zien we de Noor Ragnvald Næss met 17:42.31. Hij heeft in totaal 104 tien kilometers gereden, waar hij 50 jaar en 16 dagen over heeft gedaan. Toch heeft hij niet de snelste 99e en 100e tijd, want iemand was hem voor en was sneller. De naam is Jon Kjetil Gauslaa, en deze Noorse superstayer heeft in totaal 118 keer de tien kilometer in het ijs gegraveerd. Zijn 99e en 100e tijden zijn 17:48.83 en 17:50.70. Ik vermoed dat dit niet lang zo blijft, want Ooijevaar hoeft nog maar drie extra tien kilometers te rijden om die laatste drie plekken voor zichzelf op te eisen en de derde man te worden die honderd keer de strijd heeft aan durven gaan met 25 rondes en 50 bochten. Het gat zal dan ook gigantisch groot zijn, want het is nu al meer dan twee minuten tussen Ooijevaar en Næss van tijd 92 t/m 95.

1747514170908.png
 
Laatst bewerkt:
En dan doen we direct ook maar even de vrouwen, want dit heb ik een paar dagen geleden al uitgezocht dus alle data staat klaar.

500 meter
Sang-Hwa Lee staat hier op nummer één met het oudste wereldrecord op een klassieke afstand. Dat was echt een uitschieter, dus bij de 2e tijd gaat Kodaira er al voorbij, en ook flink. Lee heeft twee keer onder de 36.7 gereden, meer dan ieder ander behalve Kodaira, die het wel acht keer gedaan heeft. De eerste plek is verder niet bijzonder interessant want buiten het wereldrecord is het 99 keer Kodaira, en dat zonder hooglandbaan voor nationale wedstrijden. Op plek twee is het eerst nog een tijdje Lee, gevolgd door Kok vanaf tijd 25, dan weer terug naar Lee op tijd 78, en Wolf neemt de laatste paar voor haar rekening. Lee heeft 84 keer onder de 38 seconden gereden, waar Kodaira dat wel 105 keer gedaan heeft. Het verschil bij de 100e tijd is nochtans niet heel groot tussen de 37.95 van Kodaira en 38.06 van Wolf.

1747515202043.png


1000 meter
Het is hier een hartstochtelijke strijd tussen Bowe en Takagi. Bowe heeft het wereldrecord, maar Takagi heeft tweemaal de grens van 1:12 weten te slechten. Bowe heeft weer het vaakst onder de 1:13 gereden met negen keer, terwijl Takagi daarna weer terug komt met een stel lage 1:13's voordat Bowe vanaf de 16e tijd echt de overhand krijgt en houdt. Takagi heeft 25 keer onder de 1:14 gereden, Bowe 40 keer. Takagi heeft 60 keer onder de 1:15 gereden, Bowe 90 keer. Bij de laatste tien zien we een onverwachte naam in Ireen Wüst, die op gepaste afstand achter Bowe op plek twee staat van de 91e t/m 100e tijd. En die afstand is groot, want waar Bowe 1:15.28 heeft staan moet Wüst het doet met 1:16.48. We zagen aan het begin ook nog eventjes Kodaira tussendoor, die bij tijd 2, 3, en 4 op de tweede plaats staat.

1747515661085.png


1500 meter
De enige vrouw onder de 1:50 is Takagi, en die heeft het direct twee keer gedaan. Drie keer onder de 1:51, acht keer onder de 1:52, vijtien keer onder de 1:53, en drieëntwintig keer onder de 1:54, het zijn allemaal records die Takagi bezit. Achter haar is het een strijd tussen Bowe en Wüst om de tweede plaats om soms grote afstand. Waar Takagi 1:52.08 heeft als tiende tijd zit Wüst daar met 1:53.10 meer dan een seconde achter. Maar Wüst is niet zomaar te stoppen, en vanaf tijd 24 neemt ze de leiding over van Takagi. Van 33 t/m 37 wisselt het weer even om, maar daarna komt de lange carrière aan de top van Wüst echt goed naar voren. Het aantal tijden onder de 1:55 scheelt nog niet zoveel: 40 voor Takagi en 46 voor Wüst, maar daarna gaat het hard. Wüst heeft 76 keer onder de 1:56 gereden waar Takagi dat 59 keer heeft gedaan. Hierna gaat het voor Takagi hard omhoog naar de 1:57 en 1:58, en in de laatste tien komt Rijpma-de Jong er nog overheen met als 100e tijd een 1:59.25. Maar dit is allemaal achter Wüst. En niet zomaar achter Wüst, maar ver ver ver achter haar. 1:59? Ha! Wüst heeft als 100e tijd gewoon een 1:56.74 staan, meer dan 2.5 seconde sneller. 119 keer onder de 1:57, 136 keer onder de 1:58, en wel 159 keer onder de 1:59, iets dat niemand anders honderd keer heeft gedaan.

1747516308424.png


3000 meter
Sáblíková. Punt. Zij heeft de hele top honderd in handen, van het wereldrecord t/m de 100e snelste tijd. Ze zal niet de eerste zijn die dit gedaan heeft, Kramer zal het ook wel gehad hebben vlak voordat Bloemen het WR 5 kilometer pakte, maar op het moment is ze de enige. De tweede plaats zit wel wat variate in. Eerst hebben we een tijdje Schouten t/m de 29e tijd, waarvan er wel 19 uit Heerenveen komen. Vanaf tijd 30 gaat Sáblíková voor het eerst boven de vier minuten en wordt de tweede plaats ingenomen voor Wüst met 4:02.31. Dit gaat door tot 93, waar Pechstein nog net even in de lijst komt. Wel ver achter Sáblíková met 4:04.73 om 4:08.08. Wat nog indrukwekkender is is dat van die honderd tijden van Sáblíková er maar tien van een kleine wedstrijd (geen WB/EK/WK/OS) komen. Ter vergelijking: Pechstein heeft er 19 in haar honderd snelste en van Schoutens 29 in de lijst komen er wel 11 van een kleine wedstrijd.

1747517268519.png


5000 meter
Als Sáblíkova al domineert op de drie kilometer, hoe erg moet het dan wel niet zijn op de vijf? Nou, je moet nog even wachten want het wereldrecord staat sinds 2020 niet meer op haar naam, maar op die van Voronina, die als enige ooit onder de 6:40 heeft gereden. Daar komt Sáblíková inderdaad op de eerste plaats, maar het verschil met wederom Schouten is niet heel groot, vaak minder dan een seconde. Sáblíkovás negen tijden onder de 6:50 is bijvoorbeeld maar eentje meer dan de acht van Schouten. Hierna gaat het wel hard, heel hard. Schouten heeft twintig keer onder de 7 minuten gereden, waarna Pechstein het stokje voor de tweede plaats overneemt. Op tijd 21 zit de tweede plaats dus al boven de zeven minuten, maar Sáblíková zit hier nog lekker in de 6:51 te bivakkeren. Het gat is dus op tijd 21 al groter dan acht seconden!

En dit gaat nog heel lang door. De 17 keer onder de 6:55 van Schouten wordt vermorzeld door 36 keer van Sáblíková, en de 20 onder de zeven minuten wordt in achtenvijftigmiljoen kleine stukjes gebombardeerd door de 58 van Sáblíková. Ja dat lees je goed, achtervijftig! En daarvan komen er maar twee van een kleine wedstrijd: eentje in Calgary en eentje zelfs op de buitenbaan van Inzell. Dan blijven er dus 56 over die allemaal gereden zijn bij een WB, EK, WK, of OS. Hierna gaat ze nog eventjes door, maar net zoals Bergsma met de grens van 13 minuten heeft Sáblíkova vaker onder de zeven minuten gereden dan erboven. Vanaf tijd 74 moet ze het stokje overgeven aan Pechstein, en na 88 houdt het voor Sáblíková op. Pechstein kan nog wel even door, want zij heeft er in haar superlange carrière wel 133 gereden. En wie staat er op nummer twee? Niemand, want Sáblíková heeft er het tweede meeste met haar 88. Hier komt voorlopig ook geen verandering in want van de top tien vrouwen met het meeste vijf kilometers schaatst alleen Sáblíková nog en die stopt na volgend jaar.

1747518451566.png
 
Fantastische lijstjes, Marcel!

Als Kramer al de hele lijst heeft gehad, dan moet dat tussen 2013 en 2017 zijn geweest, want Fabris had lang de beste 2e tijd met 6:06. Kun je dat checken?

En als je dit per baan doet dan is het SLC overal?
 
Back
Top