Het komt heel af en toe voor dat de winnende tijd in de b-groep sneller is dan die in de a-groep. Zeker recentelijk met minder schaatsers in de a-groep en de rare puntentelling komt het nogal eens voor dat een topschaatser in de b-groep moet starten. In deze post ga ik alle keren bij langs dat het is gebeurd sinds 2003-2004.
500m mannen
WB3 05-06 -

Milwaukee - 35.20 Kang-Seok Lee - 35.04 Dmitry Dorofeyev
WB3 21-22 -

Salt Lake City - 34.04 Yamato Matsui - 33.96 Tingyu Gao
Rusland had nul startplekken in de a-groep en dus moest Dorofeyev in de b-groep, en bij Gao was het omdat hij WB2 niet kon starten en ondanks het winnen de eerste WB wedstrijd niet genoeg punten had voor de a-groep. Voor allebei was dit een goede voorbode van Dorofeyev werd 2e op de OS later en Gao won de OS.
1000m mannen
WB3 23-24 -

Stavanger - 1:08.76 Kjeld Nuis - 1:08.47 Jordan Stolz
WB5 22-23 -

Tomaszów - 1:09.24 Hein Otterspeer - 1:08.96 Wesly Dijs
WB5 05-06 -

Turijn - 1:10.02 Dmitry Dorofeyev - 1:09.92 Simon Kuipers
Stolz was exact hetzelfde geval als Gao, alleen koos hij ervoor om WB2 te skippen ipv een blessure. Dijs reed voor WB5 alleen de eerste WB, waarna hij weer uit de ploeg werd geduwd door een weer herstelde Nuis. Kuipers reed gewoon dramatisch in het begin van het seizoen en was in Turijn weer goed.
1500m mannen
WB5 19-20 -

Calgary - 1:43.23 Denis Yuskov - 1:43.10 Koen Verweij
Verweij reed de eerste WB en miste de volgende twee, waardoor hij heel weinig punten had. Verder meen ik me ook te herinneren dat de omstandigheden in de b-groep een stukje beter waren. Deze wedstrijd had door de 1:50.33 van Takagi een historisch klein verschil tussen de mannen en vrouwen van maar iets boven de 7 seconden, waar het gemiddelde zo'n 10 tien is.
5000m mannen
WB2 18-19 -

Tomakomai - 6:34.85 Bart Swings - 6:28.36 Seitaro Ichinohe
WB3 16-17 -

Astana - 6:21.58 Peter Michael - 6:19.31 Jan Blokhuijsen
WB1 22-23 -

Stavanger - 6:20.56 Patrick Roest - 6:18.31 Sander Eitrem
Tomakomai is een klassiek voorbeeld van een buitenbaanwedstrijd. Ichinohe reed een sterke rit, maar de weersomstandigheden waren ook gewoon veel beter. Blokhuijsen reed dat seizoen alleen maar WB3 en het EK en WK allround. Hij reed matig bij het WBKT en mocht waarschijnlijk alleen rijden door afzeggingen. Eitrem moest in de b-groep in Stavanger omdat Noorwegen maar één plek in de a-groep had toen.
10000m mannen
WB4 22-23 -

Calgary - 12:45.10 Davide Ghiotto - 12:33.75 Ted-Jan Bloemen
WB3 18-19 -

Tomaszów - 13:25.27 Marcel Bosker - 13:14.95 Jorrit Bergsma
WB4 16-17 -

Heerenveen - 12:52.20 Jorrit Bergsma - 12:47.53 Bob de Vries
WB3 06-07 -

Moskou - 13:14.94 Enrico Fabris - 13:14.31 Kurt Wubben
Bloemen kwam in de b-groep nadat hij het voor elkaar kreeg om de vorige WB een dubbele valse start te maken op de 5 kilometer en dus 0 punten te krijgen. Bergsma miste de eerste twee WB's in 18-19 en moest dus in de b-groep beginnen, al waren er nog vier mannen in de b-groep sneller dan Bosker. Bob de Vries stond bekend om snelle B-groep ritten, en Wubben was een 10k rijder die de 5 kilometers niet reed. Op de lange afstanden is de kans dat dit gebeurt natuurlijk wat groter door het voordeel van de kwartetstart.
500m vrouwen
WB5 24-25 -

Tomaszów - 38.08 Erin Jackson - 38.01 Miho Takagi
Takagi rijdt zelden 500 meters maar is er wel goed in, meer is het niet. Jammer dat ze hem niet reed op het WK afstanden.
1000m vrouwen
Dit is de enige afstand waar in de afgelopen 22 seizoenen nooit de b-groep sneller was dan de a-groep. Het is ook nooit echt heel dichtbij geweest, want het kleinste verschil is 0.54 seconden bij WB1 14-15 in Obihiro.
1500m vrouwen
WB4 13-14 -

Berlijn - 1:55.33 Ireen Wüst - 1:54.88 Jorien ter Mors
Omdat Ter Mors ook shorttrackte reed ze weinig wereldbekers en dit was haar enige van dit seizoen. Dit was wel een teken aan de wand want twee maanden later werd ze Olympisch kampioen.
3000m vrouwen
WB2 23-24 -

Beijing - 4:03.41 Ragne Wiklund - 3:59.34 Marijke Groenewoud
WB5 23-24 -

Salt Lake City - 3:56.86 Joy Beune - 3:55.53 Isabelle Weidemann
WB3 14-15 -

Berlijn - 4:01.55 Ireen Wüst - 4:00.80 Carlijn Achtereekte
WB1 03-04 -

Hamar - 4:07.31 Anni Friesinger - 4:07.07 Jennifer Rodriguez
WB7 04-05 -

Baselga - 4:11.56 Anni Friesinger - 4:11.38 Wieteke Cramer
WB5 05-06 -

Turijn - 4:05.46 Anni Friesinger - 4:05.44 Ireen Wüst
WB4 13-14 -

Berlijn - 4:02.25 Martina Sáblíková - 4:02.23 Jorien ter Mors
Zo, dat is een hele waslijst. Er zijn er zelfs twee uit 23-24, en in beide gevallen komt het door het niet rijden van eerdere wereldbekers. Hetzelfde geldt voor de rest, behalve Rodriguez in 03-04. Daar had Amerika simpelweg maar één startplek in de a-groep en was denk ik Raney, die daar reed, al van tevoren aangewezen want ze reed niet het Amerikaanse kampioenschap in oktober. Ook hier helpt de kwartetstart, zeker bij de onderste twee waar het verschil maar 0.02 seconden is.
5000m vrouwen
WB3 23-24 -

Stavanger - 6:59.60 Martina Sáblíková - 6:50.64 Irene Schouten
WB3 06-07 -

Moskou - 7:04.96 Claudia Pechstein - 7:01.25 Gretha Smit
WB2 15-16 -

Salt Lake City - 6:47.42 Martina Sáblíková - 6:45.04 Carien Kleibeuker
WB4 22-23 -

Calgary - 6:48.06 Irene Schouten - 6:47.28 Sanne in 't Hof
WB3 07-08 -

Kolomna - 6:53.67 Martina Sáblíková - 6:53.63 Gretha Smit
Ook dit zijn er veel. Schouten sloeg WB1 over, reed dramatisch in WB2, en moest dus in de b-groep starten in Stavanger. Smit plaatste zich in 06-07 niet voor de 3k en reed de eerste twee WBs dus niet, en in 07-08 reed ze die wel maar matig. Kleibeuker en In 't Hof hadden zich ook niet geplaatst voor de 3 kilometer en moestten daardoor in de b-groep starten.
Conclusie
Het gebeurt duidelijk vaker op de lange afstanden dat de winnende tijd van de b-groep sneller is dan de a-groep. Dit komt door kleinere deelnemersvelden en de kwartetstart, maar ook doordat de ze samengevoegd zijn en dus wel eens superstayers in de b-groep belanden omdat hun 3/5k niet goed genoeg is. Bijna de helft, 13 van de 27, is van tijdens de nieuwe puntentelling (sinds 18-19), terwijl dat maar 8 van de 22 seizoenen betreft. Dit is een kleine dataset, maar het gebeurt sindsdien 1.5 keer zo vaak als met de oude puntentelling. Dat zou toeval kunnen zijn, maar ik denk dat het niet geheel toeval is.