Wat
@mhp1988 aangeeft, het zit hem in de energiesystemen. Bij het baanwielrennen blijven ze volledig binnen het anaerobe systeem. Dit systeem trekt iemand binnen 50-60 seconden helemaal leeg. Ze zijn ruim voor die tijd klaar.
Dan het schaatsen. Het piekvermogen, bereikt vlak na de start, van de derde rijder bepaald hoe snel de eerste ronde kan worden afgelegd. Vervolgens kan de tweede rijder volledig binnen het anaerobe systeem zijn ronde rijden. De derde rijder heeft dan al een groot deel van zijn anaerobe tank leeg getrokken hoewel hij wel voordeel (30-40% minder vermogen nodig) heeft van slipstream. Hij rijd de derde ronde grotendeels in het aerobe systeem waar veel minder energie beschikbaar is. De krappe binnenbocht is nog een extra factor waardoor het beschikbare vermogen daalt t.o.v. een 1000/1500m.