Olympische Spelen 2030

VorstM beweerde dat er nog nooit een TP-medaille is gewonnen door een land dat geen andere medaille won. Daar ging mijn lijstje over en dat lijstje toont aan dat zijn bewering niet waar is.

Er zijn ook situaties waar de TP-ploeg een medaille pakte terwijl de enige andere medaille van dat land op de 500m was. Twee onderdelen die geen bal met elkaar te maken hebben. Waar de leden van de TP-ploeg individueel niet in de buurt van een medaille komen maar samen wel. Maar die heb ik weggelaten, omdat het niet ging over de bewering van VorstM waar ik op reageerde.

Er zijn ook situaties waar een land dankzij 1 topper of 1 uitschieter wel een andere medaille had. Ook die heb ik weggelaten, terwijl je dergelijke landen alsnog wel als klein (of 'middelgroot' zoals EenBrabander introduceert) kunt beschouwen. Ik stipte Brodka al aan. Zijn gouden medaille maakt niet dat Polen toen een groot schaatsland was, maar de TP-medaille staat niet in mijn lijstje omdat het niet ging over de bewering van VorstM.

Belangrijkste punt was: VorstM riep zonder zelf met gegevens/onderbouwing te komen dat de ander ongelijk heeft en verwijt de ander 'verzonnen feiten'. Daar kom je in een discussie niet verder mee. Dus gaf ik een voorbeeld hoe het ook kan. Niet omdat ik dan per se gelijk heb of een bepaalde stelling bewijs, maar met gegevens en onderbouwde meningen is het gesprek een stuk leuker dan "jij praat poep, ik heb gelijk" zonder onderbouwing.
En ik zie dat de discussie inderdaad weer de goede kant op is gestuurd. Dus dat is fijn :) Ga zo door, blijf ik ook weer met plezier meelezen en af en toe iets er tussendoor gooien.

Ja, ik had door wat je beoogde met deze post (en ik had ook door dat je de bewering anders interpreteerde dan hoe hij bedoeld was), maar daar ging het mij verder niet om.

Het ging mij er voornamelijk om dat het originele statement niet ging over schaatsers die meer kans op een medaille maken, of een team dat sterker kan zijn dan 3 individuele individuen. Of langeafstandsrijders van een land dat verder alleen sprinters heeft. De 2 interessantste statemens in die post waren namelijk:

"eigenlijk is alle gevallen is de estafette of een dergelijk teamonderdeel de grootste kans voor de iets kleinere landen om een medaille te winnen."

en

"Juist de teamonderdelen zijn altijd en in elke sport de onderdelen waar de kleine landen de meeste kans op een medaille hebben."

Dat werd zogenaamd onderbouwd met feiten, maar al die verhalen over andere sporten daargelaten (daar gaat het op dit forum niet over, dus daar ga ik verder niet in de cijfers duiken) stond er geen enkel feit over schaatsen dat deze stellingen onderbouwde. Canada en Italië worden benoemd, maar dat zijn 2 landen die in totaal 3 verschillende individuele medaillewinnaars hadden met 4 medailles. Voor deze landen was de TP dus niet de grootste kans om een medaille te winnen, maar gewoon een van de kansen om een medaille te winnen.

Daarom refereerde ik aan jouw lijstje, die laat namelijk perfect zien dat dit statement voor de TP in het schaatsen simpelweg niet waar is. Er zijn volgens die lijst dus 2 landen die de TP nodig hadden voor een medaille, Polen in 2010 en de VS in 2018. De VS hadden in 2018 daarentegen een veel grotere kans op een medaille via tweevoudig regerend wereldkampioen Richardson, dan via de TP (dat was destijds een daverende verrassing). Blijft dus Polen over.

Dus alle gevallen, de grootste kans, altijd en in elke sport, de meeste kans. Allemaal krachttermen die bij het schaatsen worden ondersteund door 1 medaille van Polen. Het is maar wat je een feitelijke onderbouwing noemt.
 
Als je al die landen 'grote landen' gaat noemen, dan verschillen we daarin zo fundamenteel van mening dat we het niet met elkaar eens gaan worden. Italië een groot schaatsland noemen is wat mij betreft vergelijkbaar met nu Noorwegen plots een groot voetballand noemen, bijvoorbeeld. Ik vind dat echt een heel gekke redenatie. In elk geval is het een niet te ontkennen feit dat de kans dat een kleiner land een medaille wint door de TP groter is geworden. Frankrijk was zeer dicht bij de halve finales afgelopen OS. En ook worden kleine landen groter, juist doordat ze meer schaatsers ondersteuning kunnen geven door die teamonderdelen. Dat jij nu die landen groot noemt, komt waarschijnlijk grotendeels door de TP.

En hoe dominanter een land is, hoe belangrijker dergelijke teamonderdelen worden: bij de OS 2014 pakte 'het buitenland' maar 5 medailles bij de mannen, 2 daarvan TP, bij de dames waren het er 2 van de 8. Simpelweg omdat het dominerende land maar 1 medaille kan pakken op een teamonderdeel. Dat zie je ook bij langlaufen, biatlon, zwemmen, loopatletiek, allemaal sporten waar de estafette vaak de enige medaillekans is voor sporters die anders maximaal voor plek 8 oid strijden, omdat er 1 of 2 landen met de medailles vandoor gaan.
 
Dat werd zogenaamd onderbouwd met feiten, maar al die verhalen over andere sporten daargelaten (daar gaat het op dit forum niet over, dus daar ga ik verder niet in de cijfers duiken)
De hele oorspronkelijke bewering ging meer over andere sporten dan schaatsen, dus dat vind ik een heel bijzondere keus.
 
Als je al die landen 'grote landen' gaat noemen, dan verschillen we daarin zo fundamenteel van mening dat we het niet met elkaar eens gaan worden. Italië een groot schaatsland noemen is wat mij betreft vergelijkbaar met nu Noorwegen plots een groot voetballand noemen, bijvoorbeeld. Ik vind dat echt een heel gekke redenatie. In elk geval is het een niet te ontkennen feit dat de kans dat een kleiner land een medaille wint door de TP groter is geworden. Frankrijk was zeer dicht bij de halve finales afgelopen OS. En ook worden kleine landen groter, juist doordat ze meer schaatsers ondersteuning kunnen geven door die teamonderdelen. Dat jij nu die landen groot noemt, komt waarschijnlijk grotendeels door de TP.

En hoe dominanter een land is, hoe belangrijker dergelijke teamonderdelen worden: bij de OS 2014 pakte 'het buitenland' maar 5 medailles bij de mannen, 2 daarvan TP, bij de dames waren het er 2 van de 8. Simpelweg omdat het dominerende land maar 1 medaille kan pakken op een teamonderdeel. Dat zie je ook bij langlaufen, biatlon, zwemmen, loopatletiek, allemaal sporten waar de estafette vaak de enige medaillekans is voor sporters die anders maximaal voor plek 8 oid strijden, omdat er 1 of 2 landen met de medailles vandoor gaan.

Loubineaud was individueel 4e, dus Frankrijk had de TP daar niet voor nodig. Dat er daarnaast meer medaillekansen zijn als je meer medailles uitdeelt is evident. Maar goed, er worden nu weer nieuwe statements gemaakt, die wel enigszins worden onderbouwd, maar die weinig tot niets met de oorspronkelijke opmerkingen te maken hadden, dus dat laat ik verder maar.

Wel ben ik het ermee eens dat de TP inderdaad goede dingen heeft gedaan voor het schaatsen, dat het verder een prima onderdeel is. En dat het inperken van aantal deelnemers per land automatisch leidt tot meer medaillekansen van andere landen. En dat er met het uitdelen van 9 medailles inderdaad medailles gaan naar mensen die normaal voor plek 8 strijden. Allemaal niet zo spannend verder.

Edit: niet te ontkennen feit gaat dus wel over die ene medaille van Polen. Dat dat even duidelijk is.

Edit2: Noorwegen, een land dat al 30 jaar niet meer mee mocht doen aan het WK. Italië, een land dat de afgelopen 3 Spelen met 5 verschillende schaatsers individuele medailles heeft gehaald. Matige vergelijking.
 
Laatst bewerkt:
Ik denk dat we zonder TP nu landen als Italië nauwelijks meer een schaatsland hadden genoemd. Zonder het succes van Anesi, Fabris en Sanfrantello, vraag ik me af of er budget was geweest voor Ghiotto nu. Polen hetzelfde. Zelfs Canada heeft een tijd het vooral van de TP moeten hebben qua resultaten en dus van de TP qua funding. En de schaatsers van de TPs maakten elkaar beter door samen en achter elkaar te trainen. Datzelfde effect gaat de TeamSprint ook gewoon hebben: meer top 6/8 resultaten voor landen/schaatsers die nu geen ondersteuning krijgen en meer schaatsers die met elkaar financieel gesteund voor zo'n doel kunnen gaan en zo kunnen groeien. En ook gewoon meer medailles voor die kleinere landen, die we dan misschien over 20 jaar geen klein land meer noemen. Ik snap niet hoe iemand daar tegen kan zijn.
 
Ik ben benieuwd of naar aanleiding van een tweede team-onderdeel de kwalificatiemethode gaat worden aangepast. Tot nu toe moest een team worden samengesteld uit schaatsers die zich individueel hadden geplaatst. Dat vergde bij de middelgrote/kleine landen nog wel eens kunst- en vliegwerk om schaatsers op individuele afstanden in te schrijven om die vervolgens terug te trekken voor de echt grote schaatser uit dat land.
Je kunt het ook omdraaien (zoals bij shorttrack): als je je met een team weet te plaatsen, zou je sowieso 3 schaatsers mogen inschrijven. Waarvan sommige als opvulling kunnen dienen bij individuele afstanden.

Ander dingetje voor die kwalificatie. Tot nu toe kreeg het gastland het voorrecht om als ze geen directe kwalificatieplek op een afstand hadden, maar wel iemand op de reservelijst, dat ze die schaatser van de reservelijst mochten inschrijven. Voor wie gaat dat gelden in 2030? Frankrijk, Nederland of allebei?

(* Eerst maar even de kwalificatie-eisen voor komend seizoen afwachten. Waar de ISU-communicaties van de andere schaatsonderdelen over elkaar heen buitelen de afgelopen weken, is het erg stil vanuit het langebaanschaatsen. Behalve dan de aankondiging van het jaarlijkse official-uitje, dat moet uiteraard wel op tijd geregeld zijn. *)
 
Laatst bewerkt:
Ik ben benieuwd of naar aanleiding van een tweede team-onderdeel de kwalificatiemethode gaat worden aangepast. Tot nu toe moest een team worden samengesteld uit schaatsers die zich individueel hadden geplaatst. Dat vergde bij de middelgrote/kleine landen nog wel eens kunst- en vliegwerk om schaatsers op individuele afstanden in te schrijven om die vervolgens terug te trekken voor de echt grote schaatser uit dat land.
Je kunt het ook omdraaien (zoals bij shorttrack): als je je met een team weet te plaatsen, zou je sowieso 3 schaatsers mogen inschrijven. Waarvan sommige als opvulling kunnen dienen bij individuele afstanden.

Ander dingetje voor die kwalificatie. Tot nu toe kreeg het gastland het voorrecht om als ze geen directe kwalificatieplek op een afstand hadden, maar wel iemand op de reservelijst, dat ze die schaatser van de reservelijst mochten inschrijven. Voor wie gaat dat gelden in 2030? Frankrijk, Nederland of allebei?

(* Eerst maar even de kwalificatie-eisen voor komend seizoen afwachten. Waar de ISU-communicaties van de andere schaatsonderdelen over elkaar heen buitelen de afgelopen weken, is het erg stil vanuit het langebaanschaatsen. Behalve dan de aankondiging van het jaarlijkse official-uitje, dat moet uiteraard wel op tijd geregeld zijn. *)

Ik zou eigenlijk hopen dat schaatsers zich dan kunnen plaatsen via de TeamSprint: liever het team dat 8e werd op de TeamSprint compleet dan schaatsers uit de nummers 25 t/m 30 voor de 500m of 1000m. Maar zoiets logisch zal de UCI wel weer niet doen.
 
Ik denk dat we zonder TP nu landen als Italië nauwelijks meer een schaatsland hadden genoemd. Zonder het succes van Anesi, Fabris en Sanfrantello, vraag ik me af of er budget was geweest voor Ghiotto nu. Polen hetzelfde. Zelfs Canada heeft een tijd het vooral van de TP moeten hebben qua resultaten en dus van de TP qua funding. En de schaatsers van de TPs maakten elkaar beter door samen en achter elkaar te trainen. Datzelfde effect gaat de TeamSprint ook gewoon hebben: meer top 6/8 resultaten voor landen/schaatsers die nu geen ondersteuning krijgen en meer schaatsers die met elkaar financieel gesteund voor zo'n doel kunnen gaan en zo kunnen groeien. En ook gewoon meer medailles voor die kleinere landen, die we dan misschien over 20 jaar geen klein land meer noemen. Ik snap niet hoe iemand daar tegen kan zijn.
Bij Polen heeft het goud van Brodka - naast de TP medailles - ook wel voor een boost gezorgd in het schaatsen én voor een indoor ijsbaan waardoor de faciliteiten enorm verbeterden. En ja, het zorgde er wel voor dat er fondsen binnen kwamen die anders buiten bereik bleven. Ik denk dat een samenwerking met Wotherspoon en Nieminen ook niet mogelijk was geweest zonder die Olympische successen.
 
De inspanning van de derde rijder is anders, maar een team met een derde rijder met een te lage startsnelheid zal nooit winnen. De derde rijder zal nog steeds een 500/1000m rijder moeten zijn. 1.20 met 2 rondjes achter een ander is misschien ook wel minder zwaar dan de 1000m. En de 1000m noemen we toch ook een sprintafstand, anders moeten we het WK sprint ook anders gaan noemen.

We hebben een paar extreem mooie uitvoeringen van de TS gezien in de jaren dat het er nu is en dan is het wat mij betreft misschien wel het allermooiste onderdeel van het langebaanschaatsen. En de nu gepubliceerde onderdelen voor 2030 staan volgens mij gewoon vast.

De derde rijder hoeft niet per se een goede 500-meter-rijder te zijn. Hij moet een heel goede 1160-meter-rijder zijn. Want dat is de afstand die ze moeten overbruggen. Een 1000 meter rijder die ook een 1500 meter aankan dus. De snelheden liggen niet hoger dan op de individuele afstanden. Het voordeel van de slipstream is op dit nummer blijkbaar niet zo groot. Ik denk dat dat door de binnenbochten komt, die heel moeilijk zijn op hoge snelheid. Of omdat het op zo'n sprintafstand heel moeilijk is om in elkaars slag te rijden.

Als jouw beste 1160-meter rijder geen goede 500-meter rijder is, dan moet je zorgen dat het in het begin niet te hard gaat. Ireen Wust in haar topjaren zou de beste keuze zijn geweest als derde rijder. Maar in dat team moet je dan niet Annette Gerritsen volle bak laten openen. Je kan dan wel denken: Wust start te langzaam, ze kan Gerritsen niet bijhouden, dus we kiezen een andere derde rijder... Maar dat is verkeerdom geredeneerd. De derde rijder is degene die je als eerste op je blaadje zet.

Je moet het beschouwen als een wereldrecordpoging in de atletiek op pakweg een 800 meter. Met twee hazen die precies het juiste tempo moeten lopen. Eentje loopt de eerste 400 meter. Eentje loopt tot 600 meter. En de derde, de wereldtopper, maakt het af. Die eerste hoeft geen individuele topper te zijn, maar die moet vooral niet te hard gaan. Die twee moet al wel een goede loper zijn, maar de kwaliteit van de derde loper bepaalt uiteindelijk het resultaat.
 
De derde rijder hoeft niet per se een goede 500-meter-rijder te zijn. Hij moet een heel goede 1160-meter-rijder zijn. Want dat is de afstand die ze moeten overbruggen. Een 1000 meter rijder die ook een 1500 meter aankan dus. De snelheden liggen niet hoger dan op de individuele afstanden. Het voordeel van de slipstream is op dit nummer blijkbaar niet zo groot. Ik denk dat dat door de binnenbochten komt, die heel moeilijk zijn op hoge snelheid. Of omdat het op zo'n sprintafstand heel moeilijk is om in elkaars slag te rijden.

Als jouw beste 1160-meter rijder geen goede 500-meter rijder is, dan moet je zorgen dat het in het begin niet te hard gaat. Ireen Wust in haar topjaren zou de beste keuze zijn geweest als derde rijder. Maar in dat team moet je dan niet Annette Gerritsen volle bak laten openen. Je kan dan wel denken: Wust start te langzaam, ze kan Gerritsen niet bijhouden, dus we kiezen een andere derde rijder... Maar dat is verkeerdom geredeneerd. De derde rijder is degene die je als eerste op je blaadje zet.

Je moet het beschouwen als een wereldrecordpoging in de atletiek op pakweg een 800 meter. Met twee hazen die precies het juiste tempo moeten lopen. Eentje loopt de eerste 400 meter. Eentje loopt tot 600 meter. En de derde, de wereldtopper, maakt het af. Die eerste hoeft geen individuele topper te zijn, maar die moet vooral niet te hard gaan. Die twee moet al wel een goede loper zijn, maar de kwaliteit van de derde loper bepaalt uiteindelijk het resultaat.
De tijd zal leren of deze tactiek de winnende is. Ik heb twijfels. Langzamer starten kost tijd. Te snel starten voor een 3e man/vrouw zorgt voor energieverlies en het niet benutten van potentieel van een 3e schaatser.

Een goede 500/1000 metersprinter die je uit de wind zet gedurende de eerste twee rondes kan energie sparen. Ik denk dat je het niet kan veroorloven om een minder explosief type dan Nuis in te zetten op P3, wil je meedoen om goud. Een type Hollaar, Rijpma-De Jong, Wüst, gaat hem niet worden verwacht ik.

Bovenal heb je schaatsers met een sublieme bochtentechniek nodig op P2 en P3.
 
Ik denk dat Wüst echt een te langzame openaar is. Haar snelste drie openingen op de 1000 meter zijn 18.03, 18.08, en 18.11, allemaal in seizoen 19-20. Daarbuiten niet sneller dan 18.18. Ik denk dat het mannelijke equivalent aan een 18.00 opening ongeveer 16.55 is, en Nuis heeft (bij alle tijden onder de 1:09) daar 37 keer onder geopend met zelfs zes keer 16.3. Dus waar Nuis nog wel kan meekomen in de opening verliest Wüst daar te veel.
 
Ik denk dat Wüst echt een te langzame openaar is. Haar snelste drie openingen op de 1000 meter zijn 18.03, 18.08, en 18.11, allemaal in seizoen 19-20. Daarbuiten niet sneller dan 18.18. Ik denk dat het mannelijke equivalent aan een 18.00 opening ongeveer 16.55 is, en Nuis heeft (bij alle tijden onder de 1:09) daar 37 keer onder geopend met zelfs zes keer 16.3. Dus waar Nuis nog wel kan meekomen in de opening verliest Wüst daar te veel.
Canada werd in 2024 wereldkampioen teamsprint met Blondin en Gélinas-Beaulieu als derde rijder. Wat zijn hun snelste openingen?
 
Canada werd in 2024 wereldkampioen teamsprint met Blondin en Gélinas-Beaulieu als derde rijder. Wat zijn hun snelste openingen?
We kijken naar alleen de tijden onder de 1:16 en 1:09, maar de kans dat daar de snelste opening bij staat is groot. Blondin heeft 18.25 en 18.39 staan en Gélinas-Beaulieu 16.51 en 16.62.

Ik zat dus fout, zeker gezien Blondin. De enige slag om de arm die ik nog wil houden is dat het niveau richting de OS wel omhoog zal gaan en het niveau 1:25.1 en 1:17.2 in Thialf dat Nederland dit seizoen haalde (met Kok en Prins als derde rijders) dat hadden de teams Canada niet in 2024 denk ik. Maar ook daar kan ik weer fout zitten.
 
Laatst bewerkt:
De derde rijder hoeft niet per se een goede 500-meter-rijder te zijn. Hij moet een heel goede 1160-meter-rijder zijn. Want dat is de afstand die ze moeten overbruggen. Een 1000 meter rijder die ook een 1500 meter aankan dus. De snelheden liggen niet hoger dan op de individuele afstanden. Het voordeel van de slipstream is op dit nummer blijkbaar niet zo groot. Ik denk dat dat door de binnenbochten komt, die heel moeilijk zijn op hoge snelheid. Of omdat het op zo'n sprintafstand heel moeilijk is om in elkaars slag te rijden.

Als jouw beste 1160-meter rijder geen goede 500-meter rijder is, dan moet je zorgen dat het in het begin niet te hard gaat. Ireen Wust in haar topjaren zou de beste keuze zijn geweest als derde rijder. Maar in dat team moet je dan niet Annette Gerritsen volle bak laten openen. Je kan dan wel denken: Wust start te langzaam, ze kan Gerritsen niet bijhouden, dus we kiezen een andere derde rijder... Maar dat is verkeerdom geredeneerd. De derde rijder is degene die je als eerste op je blaadje zet.

Je moet het beschouwen als een wereldrecordpoging in de atletiek op pakweg een 800 meter. Met twee hazen die precies het juiste tempo moeten lopen. Eentje loopt de eerste 400 meter. Eentje loopt tot 600 meter. En de derde, de wereldtopper, maakt het af. Die eerste hoeft geen individuele topper te zijn, maar die moet vooral niet te hard gaan. Die twee moet al wel een goede loper zijn, maar de kwaliteit van de derde loper bepaalt uiteindelijk het resultaat.

Oneens, als je tijd laat liggen bij de start zal je die nooit inhalen in zo'n korte afstand. De derde rijder moet een goede 1000m hebben, maar ook een goede startsnelheid en dus een 500m. En weer doe jij alsof het een 1160m solo is, dat is het niet. 1160m waarvan 2/3e achter een andere schaatser is (veel) minder zwaar dan een losse 1000 (en onvergelijkbaar met atletiek, waar luchtweerstand nauwelijks een rol speelt door de lage snelheid). Je zoekt voor de 3e rijder waarschijnlijk iemand waarvan de 800m de beste afstand is, oid. De ideale deelnemer van het WK sprint dus.

Vergelijk het niet met huidige tijden, want nu staat het onderdeel in de kinderschoenen. De prestatiedichtheid over 4 jaar zal vele malen hoger zijn.
 
Laatst bewerkt:
Oneens, als je tijd laat liggen bij de start zal je die nooit inhalen in zo'n korte afstand. De derde rijder moet een goede 1000m hebben, maar ook een goede startsnelheid en dus een 500m. En weer doe jij alsof het een 1160m solo is, dat is het niet. 1160m waarvan 2/3e achter een andere schaatser is (veel) minder zwaar dan een losse 1000 (en onvergelijkbaar met atletiek, waar luchtweerstand nauwelijks een rol speelt door de lage snelheid). Je zoekt voor de 3e rijder waarschijnlijk iemand waarvan de 800m de beste afstand is, oid. De ideale deelnemer van het WK sprint dus.

Vergelijk het niet met huidige tijden, want nu staat het onderdeel in de kinderschoenen. De prestatiedichtheid over 4 jaar zal vele malen hoger zijn.
Misschien dat Giant het iets te breed inzet, maar ik denk wel dat de derde rijder by far het belangrijkst is. Vergelijk het met de 1000m van sprinters. Een Dubrueil gaat superhard op de eerste 600m, pakt op veel schaatsers een halve seconde tot een seconde, maar verliest er twee of zelfs drie in de laatste ronde. Die halve seconde die een (sprint) wüst type verliest op de start haal je zo hard weer terug in die laatste ronde.

Ik ben atletiektrainer en max sprinten kun je 15 seconden, sprint volhouden max 30 seconden, en daarboven zit je eigenlijk al in je aerobe systeem te wroeten. Zelfs als we het 'doorglij' effect erbij halen en de slipstream schat ik dat schaatsers richting de 30 seconden moeten 'werken'. Een tot twee seconden goedmaken in die 30 seconden (laatste ronde dus) kan zo gepiept zijn met een schaatser die een oke startsnelheid heeft, maar uitstekende (sprint) aerobe mogelijkheden heeft. De vrouwen zitten dus nog 7 a 8 seconden langer in die aerobe fase. (Zie het voorbeeld van Blondin).

Er zal nu nog beter gekeken worden naar de beste strategie, maar natuurlijk zijn in de meeste landen de opties beperkt qua schaatsers. Ik ben benieuwd welke kant het opgaat.
 
@mhp1988: ik weet dat een echte sprint eigenlijk maar 10 tot 15 seconden duurt. Zelfs de 500m schaatsen is geen echte sprint: je ziet redelijk veel schaatsers die al moeite hebben met de laatste 100m. Wat dat betreft zijn er geen sprintafstanden. Maar de TeamSprint sluit wel perfect aan bij wat we in het schaatsen de ultieme sprinter noemen: de kandidaten voor het WK Sprint. Aangezien de inspanning voor de nummer 3 precies tussen de 500m en de 1000m in ligt.

De pure 500m rijder is inderdaad niet geschikt voor de 3e rijder, maar kan je wel heel goed inzetten voor plek 1 of 2 als de derde rijder maar genieg startsnelheid heeft. Zodra die start geweest is, heb je namelijk een enorm voordeel van achter iemand hangen. In het wielrennen is daar onderzoek naar gedaan en op volle snelheid scheelt dat bij die sport tot wel 75%. Zo veel minder inspanning hoef je dus te leveren als je goed achter iemand hangt. Bij schaatsen is voordeel het wellicht iets minder (je hebt de druk op de benen van de bochten), maar het zal nog steeds groot zijn. Tov een 1000m begint een schaatser bij de TeamSprint erg fris aan de derde ronde.
 
Laatst bewerkt:
@Hakkie2 eens met je verhaal hoor, maar ik zie vooral mensen op de derde plek TS die van oorsprong 1500m hebben en ook een goede 1000m. Beste voorbeelden nu zijn Nuis en vooral Ning. Ondanks dat je in de slipstream zit, verbruik je wel veel (vezelenergie), dus die laatste ronde is alsnog zwaar en kan dus een groot effect hebben.
Ik denk dat Nederland, als dit onderdeel beter onderzocht is, zo kan gaan domineren. Maarja we weten hoe ze oefenen hae 😛
 
Back
Top