Ongeacht wat die Van der T(r)uuk zegt, zeggen 'klassieke' windtunneltesten bij schaatsen (veel) minder dan bij bijvoorbeeld auto's of zelfs dan bij wielrenners. Er spelen meerdere zaken:
Je kunt alleen 'statisch' meten, voor zover ik weet - het object is bevestigd aan dat deel vd windtunnelvloer dat aan de meetinstrumenten zit dat de krachten meet op het meetobject. De meetvloer kan ook om zijn vertikale as gedraaid worden om wind van (schuin) opzij te simuleren.
Als de windtunnel groot genoeg is, is dit allemaal voor een auto relatief eenvoudig. (Zo niet, bijvoorbeeld voor een vliegtuig of een vrachtwagen, dan meet je op een schaalmodel - moet je de windsnelheid aanpassen en andere correctiefactoren meenemen.)
Voor een wielrenner is het lastig de invloed van bewegende benen mee te nemen, tenzij de fiets iets vd vloer 'zweeft' en met een hele stijve verbinding (bijvoorbeeld bij de bottom bracket) vastzit - dan zou de berijder kunnen freewheelen. De Cd (of Cw in het Nederlands, voor wrijvingscoëfficient) zal ietsjes (kunnen) variëren met de stand en beweging vd benen, terwijl het frontale oppervlak (Af), dat ook in de weerstandsformule zit, vrijwel constant blijft.
Bij een schaatser wordt het allemaal nog ingewikkelder. Ik zie niet zo snel hoe ze de invloed van de schaatsbeweging kunnen meten, terwijl in elke positie de Cd nogal kan variëren en Af ook.
Als ze 'alleen' in één (statische) positie meten, dan geeft dat een (flink) onvolledig beeld.
Dynamisch meten kan sinds kort wel, zie bijvoorbeeld
https://www.redbull.com/nl-nl/jumbo-visma-schaatsers-dynamische-windtunnel , maar of dat ook voor de pakken is gebeurd weet ik niet. En dat lijkt eerder een visuele (mbv rook) test op de invloed van de schaatshouding; geen idee of dat ook iets significants kan zeggen over de invloed van een pak - ik betwijfel het.