Nabeschouwing OS 2026

Het bijzondere is inderdaad vooral dat de infrastructuur er wel is. Duitsland heeft drie goed functionerende overdekte ijsbanen en organiseert in Inzell veel internationale wedstrijden, zowel junioren als senioren als training (seizoensopening etc). En toch gaat het niet goed. Een land als Zweden of Finland heeft nog als excuus dat er weinig infrastructuur is, maar Duitsland heeft dat niet.
 
Je ziet trouwens bij de lange afstanden mannen in Duitsland wel echt een gigantische verbetering in de breedte. Ik kijk hier naar de 5e snelste schaatser in één seizoen.

1500 meter
Vorig record - 1:47.46 in 2017-2018
Dit seizoen - 1:45.47

5000 meter
Vorig record - 6:26.18 in 2012-2013
Dit seizoen - 6:15.81

10000 meter
Vorig record - 13:33.52 in 2023-2024
Dit seizoen - 13:26.51

Op de sprintafstanden en bij alle vrouwenafstanden staan oudere seizoenen nog overeind. Vooral de 1500 meter vrouwen is pijnlijk. Het record komt uit 2010-2011 met 1:57.08, maar zelfs 25 jaar geleden, in seizoen 2000-2001, ging het met 1:57.61 als vijfde schaatser als sneller dan dit seizoen, waar dat (tot nu toe) 1:57.75 is.
 
Je ziet dat in de breedte in Duitsland. Natuurlijk, ze hebben 26 medailles, maar daarvan komen er 19 uit de sleesport.

Verder: geen schaatsen, maar ook maar 1 biatlon (brons op de mixed estafette, de makkelijkste medaille eigenlijk), maar 1 langlaufmedaille (ook een estafette), 1 medaille bij het schansspringen, niks op het ooit in Duitsland zo grote nordic combined.

En dat voor een land dat niet alleen een enorme historie heeft, maar ook veel Wereldbekers organiseert in vrijwel alle wintersporten. Er zijn daar echt zorgen over de hele breedte.
Duitsland heeft in veel sporten nog pakweg 20 tot 25 jaar geprofiteerd van de oude DDR cultuur wat betreft het opleiden en begeleiden van talenten. Dat is inmiddels bijna allemaal weggevallen. Sowieso de sporters, maar meer nog de omkadering en de faciliteiten.
Wat wel vreemd is, is dat Duitsland in het alpineskiën nagenoeg helemaal is weggevallen. Daar speelde het oude DDR systeem geen rol in en was het in het verleden een puur West-Duitse aangelegenheid. Ook daar is niet veel van over, want echte top skiërs heeft Duitsland ook niet meer.
 
Ja ik ben het er ook wel mee eens dat het mooi is dat het in Duitsland in de breedte aantrekt en dat er nieuwe talenten aan lijken te komen, maar dat betekent wmb niet direct dat het toekomstperspectief ook echt positief is. Lukas Mann, Victoria Stirnemann, Ostlender, Heimerl, Scholz, Paul Galczinsky, waren allemaal goed tot prima presterende junioren, die nu richting een piek zouden kunnen werken, maar die ofwel zijn gestopt, ofwel zijn gestagneerd.

Josie Hoffmann heeft best een stap gezet, maar gaat alweer stoppen. Ook de Dufters en iets langer geleden Kraus, Geisreiter en Baumgärtner stopten eigenlijk terwijl ze nog niet op hun piek leken te zitten. Het lukt de Duitse Bond voor mijn gevoel nog steeds niet goed om de juiste randvoorwaarden te bieden dat mensen goed kunnen doorgroeien en ook willen blijven schaatsen. Sonnekalb is een heel groot talent, dus wat dat betreft is er zeker hoop voor de toekomst, maar zolang het intern niet goed op orde is zou ik hoogstens spreken van een neutraal toekomstpespectief.
 
Duitsland heeft in veel sporten nog pakweg 20 tot 25 jaar geprofiteerd van de oude DDR cultuur wat betreft het opleiden en begeleiden van talenten. Dat is inmiddels bijna allemaal weggevallen. Sowieso de sporters, maar meer nog de omkadering en de faciliteiten.
Wat wel vreemd is, is dat Duitsland in het alpineskiën nagenoeg helemaal is weggevallen. Daar speelde het oude DDR systeem geen rol in en was het in het verleden een puur West-Duitse aangelegenheid. Ook daar is niet veel van over, want echte top skiërs heeft Duitsland ook niet meer.

Ja, het Oost-Duitse systeem is weggevallen, maar ze hebben wel echt enorme faciliteiten in met name langlaufen, biatlon, schansspringen, nordic combined en daar ook goed bezochtte wereldbekers in. In een weekend 60.000 bezoekers bij een WB in 1 van deze sporten is geen uitzondering. Maar dat wordt dus niet omgezet in topresultaten. Ze hebben eigenlijk maar 1 medaillekanshebber in het biatlon (Preuss), terwijl ze jaarlijks 2 wereldbekerweekenden hebben in Oberhof en Ruhpolding, bijvoorbeeld. Er gaat ook gewoon best veel geld uit Duitsland naar de Noorse sporten.

Ditzelfde effect zie je helaas ook bij het schaatsen. Faciliteiten en wedstrijden genoeg, publieke belangstelling misschien wel iets minder, geld is meestal ook het probleem niet, er zijn alleen geen wereldtoppers en meestal ook vrij weinig talenten voor zo'n groot sportland.
 
We moeten niet vergeten uit wat voor een diep dal het Duitse schaatsen komt. Twee seizoenen geleden reden er NUL Duitse vrouwen onder de 2:00.00.

Nul.

Nu zijn het er negen. Natuurlijk is het Duitse vrouwenschaatsen ver verwijderd van het niveau dat het ooit had, maar er is echt wel iets van verbetering zichtbaar.

Je ziet het ook in het aantal deelnemers op de Spelen.

Vier jaar geleden waren Uhrig (1500m, MS) en Pechstein (3km, MS) de enige Duitse vrouwen op de Spelen.

Nu doet Duitsland op elke afstand bij de vrouwen mee en is er bovendien een ploegenachtervolging. Ook bij de mannen hebben meer schaatsers zich geplaatst dan vier jaar geleden.
 
Tijd voor een analyse over de verschillen tussen de winnaar en de breedte in deze Olympische Spelen vergeleken met alle andere OSen en WKs afstanden sinds 1998. Ik heb hier voor de 500, 1000, en 1500 meter de nummer 12 gepakt, voor de 3/5k de nummer 10, en voor de langste afstand de nummer 8. Voor de wedstrijden met twee 500 meters heb ik zowel de snelste winnaar als de snelste nummer 12 gepakt, dus die komen niet per se van dezelfde omloop.

500m mannen
Winnaarstijd: 33.77
Nummer twaalf: 34.68
Verschil: 2.69%

Dit is een vrij groot verschil. Gemiddeld is het 2.08% en van de 30 toernooien heeft Milaan het 5e grootste verschil. Het grootste verschil was in Calgary 1998 met 3.33%.


1000m mannen
Winnaarstijd: 1:06.28
Nummer twaalf: 1:08.80
Verschil: 3.80%

Dit gat is echt extreem groot en met afstand het grootste in de lijst. Het vorige record was 3.22% van het WK 2021 in Heerenveen, en gemiddeld is het slechts 2.12%. Op een OS is zelfs niet groter geweest dan 2.43%, in SLC 2002.


1500m mannen
Winnaarstijd: 1:41.98
Nummer twaalf: 1:45.53
Verschil: 3.48%

Wederom een erg groot gat, het vierde ooit van de 30. Het record is 3.99% van Nagano 2008, en gemiddeld is het 2.48%.


5000m mannen
Winnaarstijd: 6:03.95
Nummer tien: 6:14.40
Verschil: 2.87%

Deze 2.87% is juist erg klein. 6:14.40 is ook gewoon een zeer sterke tijd voor de nummer tien, en maar drie keer eerder was het gat kleiner. Daar horen wel de twee vorige Olympische Spelen bij, maar het record gaat naar het WK 1999 in Heerenveen met 1.92% verschil.


10000m mannen
Winnaarstijd: 12:33.43
Nummer acht: 12:56.22
Verschil: 3.02%

Ook dit is aan de kleine kant met slechts zes keer een kleiner verschil. Het gemiddelde is 3.90% en het kleinste 2.56% uit Turijn 2006.

----------------------------------------

500m vrouwen
Winnaarstijd: 36.49
Nummer twaalf: 37.91
Verschil: 3.89%

En we gaan weer terug naar een supergroot gat met voor de tweede keer het grootste ooit. Het record was 3.64% op het WK 2004 in Seoul en het gemiddelde is 2.76%.


1000m vrouwen
Winnaarstijd: 1:12.31
Nummer twaalf: 1:15.87
Verschil: 4.92%

En voor de derde keer een nieuw record voor grootste verschil ooit, en hoe! Het vorige record is 4.44% uit 2023, en dat was al een extreem record want op nummer drie staat het WK 1999 met slechts 3.58%. Het gemiddelde is 2.87%.


1500m vrouwen
Winnaarstijd: 1:54.09
Nummer twaalf: 1:55.76
Verschil: 1.46%

Deze gaat de andere kant op met juist het kleinste verschil ooit. 1.46% is een veel kleiner gat dan het vorige record van 1.84% uit 2009 (en toen werd de winnaar nog geDQ'd dus het was eigenlijk groter). Gemiddeld is dit gat 3.26%.


3000m vrouwen
Winnaarstijd: 3:54.28
Nummer tien: 4:03.30
Verschil: 3.85%

De 3 kilometer is weer aan de grote kant, maar niet heel extreem. Gemiddeld is het 3.31%, en Milaan heeft met 3.85% nog zeven andere wedstrijden voor zich zitten, waaronder het WK 1998 met 4.66%, het grootste verschil.


5000m vrouwen
Winnaarstijd: 6:46.17
Nummer acht: 7:04.81
Verschil: 4.59%

Dit is de meeste gemiddelde afstand van allemaal. Het gemiddelde is 4.25%, en daar zit Milaan dus niet ver vanaf. Het record is 6.98% uit Calgary 1998, en het record aan de andere kant is 1.67% van de OS 2006.

----------------------------------------

Conclusie: Op de sprintafstanden zijn de gaten echt historisch groot met drie van de vier keer een nieuw record, terwijl het op de langere afstanden meer gemiddeld is of juist heel erg klein. Als je alles bij elkaar optelt dan komt Milaan op plek vijf van de dertig met het grootste verschil ooit tussen de winnaar en de breedte. Dus zelfs ondanks de 1500 meter vrouwen blijft dit een toernooi met zeer grote verschillen. Alleen de WKs 2015, 2008, 1998, en 2023 hadden grotere verschillen. Daar staat geen OS tussen, dus deze OS heeft wel de grootste OS-gaten sinds in ieder geval 1994.

Hier is een plaatje met alle verschillen per afstand per toernooi voor de geïnteresseerden. Je kunt goed zien dat hoe langer de afstand is hoe groter de verschillen, ondanks het feit dat ik met een hogere positie ga vergelijken op de 3/5 en nogmaals op de 5/10. Je ziet ook goed dat de vrouwen gemiddeld een groter verschil hebben dan de mannen. De 3/5k is een uitzondering, en dat is waarschijnlijk omdat de vrouwenafstand een stuk dichter op de 1500 meter ligt en er dus een hogere prestatiedichtheid komt.

1771887202109.png
 
The Olympics is now history. And the Dutch powerhouse again won the medal table in Speed skating-olympics! I am a bit envious, but I am really glad for them. I think that among the Dutch winners this year, my favorite is Femke Kok. She sounds really kind and down-to-earth.

Anyways, Nederland won 31% of the medals in Speed Skating. I am glad that the winner-quota is not bigger. It is almost as big as Norways superiority in Cross Country Skiing, where Norway got 39% of the medals this Olympics. I think no country should win more than 25% of the medal in any sport, but what can one do. Ask Dutch speed skaters and Norwegian skiers to lose on purpose? Hehe.

As for the Olympics in total, Norway is the powerhouse with 11,7% of all medals. I have seen on my Facebook feed many Dutch people commenting on olympic-related news. They are all very patriotic, saying that Nederland actually is way better than Norway in Olympics, because Netherlands sent only 38 athletes, they have no snow and mountains for skiing etc. But Norwegians are patriotic too, so I cant complain. I also see that especially Frisland-people are very patriotic! I have seen somewhere that most of Dutch medals are from Frisian people. And they even have an own language. Isnt this heart-flag from Frisland? And honestly, if i should live in Nederland I would live there because it is not so crowded there as in south-Nederland. Too bad their dialect is not the nicest to listen too, the southern dialects of Limburg and Flandern are way better Dutch dialects IMO.

I still think Norway is the best olympic country tho, for example if you compare to USA, they have many people and big snowy and mountainius areas. Still they get less medals than Norway, despite being many more people.

Anyways, this was maybe off topic. It made me happy to see those Dutch brothers take medal in short track speed skating. There are rumours in Norway saying there are many Norwegian teenagers who try to compete at the short track at the Olympics 2030. And not to mention Miika Klevstuen and Finn Elias Haneberg in long track, I guess they can do very good for Norway at the next olympics. So you better watch out, Nederland! If you want to continue being better than Norway in Speed skating, you better train hard! We are coming for you :D
 
Anyways, this was maybe off topic. It made me happy to see those Dutch brothers take medal in short track speed skating. There are rumours in Norway saying there are many Norwegian teenagers who try to compete at the short track at the Olympics 2030.
Over the past two years, Norway has been investing in and developing short track. For the first time since the 1994 Winter Olympics in Lillehammer, Norway has a men’s relay team again. A few women are competing as well.

They’re not quite there yet, but it’s very positive to see. Especially the fact that they seem to be using the relay as the foundation of their development.
 
Sofia Thorup doet op Instagram in 2 berichten een half boek open over de moeite die zij en haar man hebben met de (niet) steun van de Deense bond. Hoe ze alles zelf moeten regelen, afhankelijk zijn van vrienden in de schaatscommunity, en hoe Viktors medaille niet "dankzij" maar "ondanks" tot stand is gekomen.

Ook heeft zij door deze medaille nieuwe aandacht gekregen van de Deense media, en dat is niet helemaal positief want ze noemen haar iemand die zeurt omdat ze niet naar de OS mocht. Wat ze al lang had geaccepteerd, maar waar ze voor vecht is om steun daarbuiten te krijgen.
Zo op het eerste geicht lijkt het Nederland 25 jaar geleden wel
 
Denk dat Thorup zelf heeft gedacht "ik moet met Bergsma mee", daar heeft Schouten niks aan bijgedragen, denk ik.
Thorup heeft zich dit jaar sterk verbeterd op de individuele afstanden en zal daardoor het vertrouwen hebben gekregen dat hij in zo’n massastart mee kan met Bergsma. Daar kan Schouten wel een rol in hebben gespeeld.
 
Wat ik opvallend vond bij de mass start was het beperkte aantal in oranje uitgedoste mensen. Waar wij op andere dagen soms in een zee van oranje zaten, leek het Belgische geel bij de mass start de overhand te hebben. Als meer internationaal geïnteresseerde schaatsfan kon ik dit waarderen.

Bij de vrouwen is Nederland al jaren overheersend, het hielp nu ook niet mee dat Maltais in het begin onderuit ging en met een inhaalrace een hoop krachten verspeelde. Hoewel het vaak ook geen uitgemaakte zaak is gebleken dat Blondin en Maltais goed samenwerken op de mass start.

Bij de mannen is de winnaar iets onvoorspelbaarder, hoewel je er altijd donder op kunt zeggen dat Bergsma een poging waagt om weg te komen en de sprinters dan naar elkaar kijken.
Van de beste sprinters had alleen Swings met Medard een landgenoot in de finale die ook op kop gezet is. Japan liet zich niet zien, evenals de Fransen. Stolz heeft tamelijk laat nog geprobeerd het gat te dichten en reed daarmee Giovannini in een zetel naar het brons. Giovannini heeft eerder dit jaar geprobeerd om wel te reageren op Bergsma, wat hem dan uiteindelijk dan later de kop kostte.
Thorup kreeg zijn finaleplek min of meer cadeau van Di Stefano, die het in de halve finale helemaal liet lopen (ik trok de jaren uit mijn hoofd). Prachtig voor hem dat hij zijn finaleplek dan ook nog kon bekronen met een zilveren medaille.

De mass start vind ik nog steeds een mooie toevoeging aan de traditionele afstanden, met name bij de mannen. Net zoals de ploegenachtervolging, wat ik als echt teamonderdeel ook kan waarderen: 3 mensen die samen een gouden medaille vieren is gewoon heel mooi om te zien.
 
De kijkcijfers van de OS. Eerste cijfer is het gemiddelde aantal kijkers tijdens het blok. Het tweede cijfer is het aantal kijkers tijden de piek (de minuut met de meeste kijkers).
Te zien is dat de 1000 meters het best bekeken zijn. Ook de 500 meter van Femke Kok scoorde hoog. Minst populair de ploegenachtervolgingen en de langere afstanden.

3000 dames 2.571 / 3.320
5000 heren 2.540 / 3.516
1000 dames 3.971 / 4.955
1000 heren 4.113 / 5.032
5000 dames 2.741 / 3.640
10000 heren 2.813 / 3.975
500 heren 3.110 / 4.277
500 dames 3.973 / 5.311
achtervolging 2.013 / 3.063
1500 heren 3.565 / 4.532
1500 dames 3.450 / 4.161
massastart heren 2.973 / 3.513
massastart vrouwen 3.416 / 4.235
 
Back
Top