Shorttracker mist voor langebaan nog juiste klapschaatsgevoel
Op de Spelen van Vancouver startte hij als shorttracker en op de langebaan. Haralds Silovs houdt van beide disciplines.
Als zijn vrienden hem voorstellen aan een leuk meisje zeggen ze nooit: 'Dit is Haralds Silovs, de Europees kampioen shorttrack'. Ze zeggen altijd: 'Dit is Haralds Silovs, de man die bij de Olympische Spelen op een dag meedeed aan twee verschillende sporten.'
Die dubbelslag in Vancouver heeft meer los gemaakt dan hij had voorzien, zegt de 24-jarige schaatser uit Letland in ijsstadion Thialf. Hij kwam uit op de langebaan en in het shorttrack. Dat had niemand eerder gedaan.
Silovs reed eerst de 5 kilometer op de Richmond Oval. Hij werd twintigste. Na een haastige reis door Vancouver, in een speciaal gereserveerde auto, stond ruim drie uur later de 1500 meter op het programma. Hij kwam met gemak door de voorronde, reed een gelukkige halve finale en eindigde uiteindelijk via de B-finale als tiende. 'Als het programma het had toegelaten, had ik op de langebaan ook meegedaan aan de 1000 en 1500 meter', zegt hij. 'Daar had ik me ook voor geplaatst. Maar die wedstrijden vielen samen met shorttrack. Dat ging dus niet.'
Hoewel meer shorttrackers hun geluk met succes op de langebaan hebben beproefd (bijvoorbeeld Shani Davis), weet niet iedereen de disciplines op niveau te combineren. Vooral onder langebaanschaatsers bestaat veel onbegrip over shorttrack, heeft Silovs gemerkt. Onlangs vroeg een Deense of ze op klapschaatsen zou kunnen shorttracken. Hij lacht: 'Dat is hetzelfde als op de slalom naar beneden gaan met de ski's voor het schansspringen.'
Silovs ontdekte zijn aanleg voor de langebaan bij toeval. Zijn Nederlandse trainer Jeroen Otter liet hem in het olympisch jaar bij wijze van training schaatsen op de langebaan. Binnen een handvol sessies reed hij snelle rondjes (30 seconden). Hij plaatste zich zonder noemenswaardige moeite voor de EK allround, de WK allround en de Spelen.
Ook dit jaar combineert hij de disciplines. Vorige week werd hij zestiende bij de EK allround in Collabo, zijn debuut op een buitenbaan. Vandaag begint hij in Thialf als een van de favorieten aan de EK shorttrack.
Silovs doet luchtig over het combineren van de disciplines, die in zijn vaderland weinig voorstellen. In Letland is alleen ijshockey van belang. Dat heeft hem nooit erg geïnteresseerd, al laat hij zich als Bekende Let soms verleiden tot een spelletje. 'Laatst heb ik voor de tv op ijshockeyschaatsen gereden tegen bekende ijshockeyers. Dat ging best goed.'
Letland heeft nog minder traditie met shorttrack dan Nederland. Silovs raakte gegrepen door de sport door zijn oudere broer, die tot de pioniers behoorde. Ze hadden aanvankelijk geen idee van de afmetingen van de baan (111 meter). Ze trainden op ijshockeyschaatsen of ouderwetse, leren noren van Sovjet-makelij. Ze huurden ijstijd op de goedkoopste uren, heel vroeg of heel laat op de dag. Zijn vader, die in het Sovjettijdperk als baanwielrenner naam maakte, stimuleerde zijn zoons. 'Soms stonden we 's nachts om drie uur op, zodat we om vijf uur voor drie kwartier het ijs op konden.'
Pas nadat zijn broer op stages in het buitenland was geweest, nam de kennis over het shorttrack toe. Maar toen Silovs aanleg bleek te hebben, moest hij ook naar het buitenland.
In acht jaar tijd is hij als een zigeuner langs de ijsbanen getrokken. Hij is na Hongarije, Frankrijk, België, Canada neergestreken in Nederland, waar hij met de Nederlandse selectie traint. Hij volgde zijn trainer Jeroen Otter, die afgelopen zomer werd aangesteld als bondscoach.
Silovs heeft niet het idee dat de uitstapjes naar de langebaan ten koste gaan van het shorttrack. Hij wist dat hij op de olympische 1500meter nooit een medaille had kunnen winnen. Als hij wel medaillekandidaat was geweest, zou hij zich niet hebben gewaagd aan de olympisch dubbelslag.
Hij bekent dat hij enige aarzeling kende over het sportieve avontuur. Zijn plan had veel publiciteit gekregen in Letland. Hij vreesde een modderfiguur te slaan. 'Toen een krant schreef dat ik op het laatste moment toch wel zou afhaken voor de 5 kilometer, heb ik me vermand. Ik dacht: ik doe het gewoon. Ik moet laten zien dat ik ballen heb.'
Het gemak waarmee hij zich op klapschaatsen beweegt, heeft Silovs aan het twijfelen gebracht. Hij overweegt zich serieus te richten op de langebaan. Voor een shorttracker is hij relatief zwaar (77 kilo). De wereldtop is niet haalbaar. Hij mist de behendigheid van de kleine, wendbare Koreanen.
Op de langebaan liggen mogelijkheden, denkt hij. Hij schaatst nu al snelle rondjes en beschikt over veel uithoudingsvermogen dankzij de intensieve shorttracktrainingen. Hij verwacht dat hij, net als Shani Davis, kan meedoen om medailles op de middellange afstanden, mits hij sneller leert openen. Als shorttracker staat hij bekend als een snelle starter, maar op klapschaatsen komt hij niet vlot weg. 'Nu gaat de eerste honderd meter nog in 10,7. Als de opening in 10 seconden lukt, is er veel meer mogelijk.'
De tijd dat de Letse schaatser geringschattend deed over de langebaan is voorbij. Topsnelheid zit de details. Hij beseft dat hij zuiniger moeten leren schaatsen om aansluiting met de top te vinden. En hij moet het ijs op klapschaatsen beter leren voelen.
'Ik kan het verschil tussen een rondje 32 en 31,5 niet voelen. Dat moet wel, want dat maakt op het einde van een 5 kilometer veel verschil. Fysiek doe ik niet onder voor langebaan schaatsers. Maar ik rij nog niet efficiënt genoeg.'
Mocht Silovs definitief kiezen voor de langebaan, dan zal hij als shorttracker blijven trainen. Langebaanschaatsers werken naar zijn smaak niet hard genoeg. Hij weet ook dat de extra langebaantijd ten koste zal gaan van zijn behendigheid. Terugkeren naar shorttrack is praktisch onmogelijk. 'Hoe langer je wegbent van shorttrack, hoe moeilijker het is om terug te keren. Een langebaanschaatser kan in shorttrack nooit meedoen om de prijzen.'