Het is ook in het belang van de sporters die zowel aan langebaanschaatsen doen als ook aan shorttrackschaatsen, dat niet op eenzelfde dag beide takken van sport worden verreden. Ik constateer, dat op dagen, waarin geen langebaanschaatsen was, ook geen shorttrackschaatsen was. Dus op de dagen, waarin wel shorttrackschaatsen was, was ook langebaanschaatsen. Wat ik zou willen, is, om zoveel mogelijk tot spreiding over de dagen over te gaan. Dus zoveel mogelijk op één dag alleen langebaanschaatsen of alleen shorttrackschaatsen.
Er waren 5 shorttrackdagen, nl. 10, 13, 15, 18 en 21 februari. Als je de openingsdag en de sluitingsdag niet meerekent, waren er 3 schaatsloze langebaandagen, nl. 14, 17 en 20 februari. Die 3 kunnen 5 worden, als je de 1000 meter dames en heren op één dag afwerkt, evenals de 1500 meter dames en heren. Op die 5 schaatsloze langebaandagen kan dan het shorttrackprogramma worden afgewerkt.