Romme en Verheijen misten in 2002 wel afstanden a.g.v. het OKT. Voor de rest was de druk inderdaad wat minder, om de redenen die je noemt. Ik denk dat de successen in 2014 (met dalende uitloop naar 2018/2022) ook deels te maken hadden met pieken van een geweldige mannen-lichting (nog wat geholpen met doping in Rusland). Bij de vrouwen bewijzen we al ruim tien jaar (in de hele topsport) dat grote affiniteit met een bepaalde sporten + hoge welvaart + emancipatie in de sport tot grotere sportprestaties leiden als je (wat eindelijk gebeurde) ook de infrastructuur op orde had. Dus alle successen bij de schaatsdames ligt volgens mij veel algemener. Bij de mannen presteren we internationaal veel minder (voornamelijk omdat de concurrentie daar groter is) en bij het schaatsen hebben we bovendien nu het Stolz-tijdperk + een mindere lichting