Ik wil Erin Jackson graag een pluim geven. Zo veel ging mis in de afgelopen maanden. Ze moest herstellen van een hernia. Ze was geblesseerd, kon veel races niet starten. Moest de downstart opgeven voor een reguliere start. Haar 1000 meter werd beter, maar ze moest op de 500 meter moeite doen om onder de 38 te komen als ze wel voluit kon starten. Vlak voor haar Olympische race schiet de veer uit haar schaats. Stress. Heel veel stress moet dat op hebben geleverd. Ze staat toch aan de start. Ze opent 10,25. Heeft ze dat ooit gedaan? Nee. Nee, nog nooit heeft ze 10,25 geopend. Na de eerste bocht gaat alles nog goed. Femke Kok jaagt als een bezetene achter haar aan. Alles eruit voor misschien een medaille. En dan maakt ze een misslag. Buitenbocht in, daar is Kok al, oei oei oei, de snelheid loopt wat terug, het gat wordt immens. Jackson rijdt naar de finish. Resultaat? Een vijfde plaats. Net geen medaille. Maar wel: 37,32. Ze reed maar één keer sneller op laagland, dat was die 37,04 van de Spelen van vier jaar geleden. Verder niet. En ook op de 1000 meter had ze al haar tweede laaglandtijd ooit gereden. Met die voorgeschiedenis.
Je tweede laaglandtijd rijden, vijfde worden, zesde worden, je hebt er helemaal niets aan op de Olympische Spelen, zeker niet als je uit Amerika komt waar je alleen meetelt als je meerdere malen goud wint, of goud wint met een heel bijzondere backstory. Gelukkig heeft Erin al goud van vier jaar geleden. En onze natuurkundenerd op schaatsen heeft opnieuw, met veel tegenslag, een knap resultaat behaald.
Ik hoop dat Erin er ook zo in kan staan. Nu nog niet misschien, maar op termijn wel. En dat goud, dat houdt ze.